Recensie

Bowie-eerbetoon soms onbeholpen

Vijftien muzikanten die met David Bowie hebben gewerkt spelen zijn muziek. Hun performance was die van een coverband, maar het blijft genieten van Bowies nummers.

Muzikanten die eerder met David Bowie hebben gewerkt Foto Jimmy King

Bij Celebrating Bowie, dinsdagavond in Paradiso, Amsterdam, speelden zo’n vijftien muzikanten en zangers meer dan dertig hits van David Bowie, getrouw en met grote toewijding. Maar hoe toegewijd ook, hun performance was die van de coverband: respectvol pronken met andermans veren.

Verschil met de gemiddelde coverband was dat een deel van deze bezetting ooit heeft gewerkt met de in 2016 overleden Bowie. De inmiddels 72-jarige pianist Mike Garson speelde sinds 1972 meer dan duizend concerten met Bowie en leverde ooit de ‘losse’ pianopartij die zich door het liedje ‘Aladdin Sane’ kronkelt. Er waren ook bijdrage van zijn latere gitarist Gerry Leonard, bassist Carmine Rojas, bekend van de ‘Let’s Dance’-tournee, en gitarist Adrian Belew, vooral bekend van King Crimson, deed één tour met Bowie en leverde een gitaarpartij voor het album Lodger.

Op het volle podium, met een percussionist, saxofonist, drummer, vijf gitaristen, een bassist, en meerdere keyboardspelers, was Garson de spreekstalmeester die de muzikanten aankondigde en een enkele anekdote vertelde. Er had zich een wonderlijk samenraapsel aan vocalisten verzameld, zoals Joe Sumner, zoon van Police-zanger Sting, en Angelo Moore, in de jaren negentig bekend als zanger van het hectische funkgezelschap Fishbone. Deze Moore, die steeds geschminkt en in weer andere clowneske uitdossingen verscheen om zijn nummers te zingen, had een toepasselijke scherpe stem met de juiste theatrale toonzetting voor bijvoorbeeld ‘Ziggy Stardust’ . Joe Sumner daarentegen, een gezette versie van zijn vader, die hier iets te jolig heen en weer sprong, wijdde vaak onnodig uit.

De gastbijdrage van Cato van Dijck – zangeres/gitariste van My Baby – aan ‘Suffragette City’ was een van de hoogtepunten van de avond: haar stem heeft hetzelfde androgyne en snedige randje, dat Bowie zelf ook zo aantrekkelijk maakte.

Het musiceren werd serieus genomen: de basgitaar had niet vier maar vijf snaren en de akoestische gitaren ieder niet zes, maar twaalf. Soms speelden er vijf elektrische gitaren tegelijk. Bowies nummers hebben vaak één partij in de hoofdrol, maar hier verdronk het snijdend scherpe gitaarriff van ‘Stay’ in klankoverdaad, net als de akoestische gitaar van ‘The Man Who Sold The World’. Zo bleven de juiste accenten uiteindelijk onderbelicht.

Als show was Celebrating Bowie curieus en soms onbeholpen. Maar zelfs in deze situatie blijft het moeilijk om níet te genieten van de schoonheid van liedjes als ‘Space Oddity’, ‘Oh! You Pretty Things’ of ‘Rebel Rebel’.