Recensie

Verlossing zoeken tussen kogels en glassplinters

Actiethriller ‘24 Hours to Live’ wordt pas interessant op het moment dat hij volkomen onbegrijpelijk en uitermate fascinerend is.

Ethan Hawke in 24 Hours to Live.

Op het eerste gezicht is actiethriller 24 Hours to Live zo volgepropt met clichés dat het lijkt alsof de film geen idee had van wat hij nou eigenlijk wilde vertellen. Ethan Hawke speelt een ex-huurmoordenaar met een trauma die tegen wil en dank (en vooral voor een cynisch hoog honorarium) nog een laatste opdracht aanneemt.

Er is sprake van een schimmige organisatie die „de halve Senaat in z’n greep” heeft, een klokkenluider en een plotmotor die sinds films als Crank garant staat voor adrenalinecinema. Net als Jason Statham in de Crank-films is Hawke namelijk een tikkende tijdbom. Hij is uit de dood opgewekt en heeft een etmaal om zijn klus te klaren. Maar trauma en (schijn)dood maken van hem een ander mens, en hij voltrekt zijn eigen agenda: wraak, genoegdoening en tussen alle kogelregens en glassplinters ook nog iets van „verlossing”.

Daar wordt de film natuurlijk interessant. Bijwerking van de medische ingreep is dat hij geplaagd wordt door hallucinaties die hem in helse cirkels meesleuren, en waardoor werkelijkheid en herinnering een giftige cocktail vormen. Op die momenten is 24 Hours to Live zowel volkomen onbegrijpelijk als uitermate fascinerend. Net zoals de beste B-films uit de filmgeschiedenis wordt de film hier bijna een filosofisch en psychologisch experiment, een subjectieve trip door het menselijk bewustzijn.

    • Dana Linssen