Wanneer geldt het recht op een veilige werkplek?

De rubriek economie & recht belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: aansprakelijkheid. Waar begint en eindigt de zorgplicht van een bedrijf?

Foto Michiel Verbeek/Wikimedia by CC

De kerk moest worden verlicht. Bij het plaatsen van de verlichting door de klusgroep van de Parochie H.H. Vier Evangelisten op het dak van de kerk in Duiven, viel een van de vrijwilligers naar beneden en raakte ernstig gewond.

De man stelde de parochie en haar verzekeraar aansprakelijk voor de schade. Hij was weliswaar niet in dienst bij de kerk, maar hij had wel schade geleden toen hij voor de kerk aan het werk was. Volgens de wet is ook degene die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een externe partij aansprakelijk voor dergelijke schade. De verzekeraar weigerde uit te keren en kreeg daarin bijval van de Arnhemse kantonrechter. De verlichting was immers vrijwillig geplaatst, niet in de uitoefening van een bedrijf.

In hoger beroep oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dat de parochie wel een bedrijf uitoefende en dus aansprakelijk was. De parochie had een duidelijke structuur, net als de klusgroep. Er was sprake van een gezagsverhouding, ze kwamen eens in de maand bij elkaar en er was nauw overleg met het parochiebestuur. De parochie had bovendien de opdracht gegeven de verlichting te plaatsen en was verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van de kerk en het kerkhof. Het plaatsen van de lampen had net zo goed gedaan kunnen worden door een van de werknemers van de parochie. Er was puur uit kostenoverwegingen gekozen voor vrijwilligers.

De Hoge Raad sluit zich daarbij aan. Het doel van de zorgverplichting is bescherming bieden aan mensen die zich in een vergelijkbare positie bevinden als een werknemer, dus ook aan vrijwilligers. De parochie is aansprakelijk.

Uitspraak: ECLI:NL:HR:2017:3142

Zzp’er moet zich zelf verzekeren

Bij een ongeluk veroorzaakt door een zzp’er in een bedrijfsauto, lag het iets anders. De man werd als zelfstandig voeger ingehuurd door het bedrijf van zijn ouders. Onderweg voor een opdracht kreeg hij een ongeluk met de bedrijfsauto, waarbij hij ernstig letsel opliep. Het bedrijf van zijn ouders bleek geen schadeverzekering voor inzittenden te hebben afgesloten, waardoor de kosten voor de voeger hoog opliepen. Omdat zijn ouders zich door de ontbrekende verzekering volgens hem niet als goed werkgever hadden gedragen, stelde hij ze aansprakelijk. De rechtbank Midden-Nederland komt tot de conclusie dat deze verzekeringsplicht niet geldt in de verhouding tot zzp’ers. Anders dan de zorgplicht van de werkgever voor een veilige werkomgeving – ook voor externe arbeidskrachten als zzp’ers en vrijwilligers – is de plicht om je behoorlijk te verzekeren alleen van toepassing op de verhouding tussen werkgever en werknemer. De rechtbank benadrukt dat de ratio achter de verzekeringsplicht is, dat een werkgever die zijn werknemer verplicht in een bedrijfsauto te rijden op zijn minst moet zorgen voor een goede verzekering. Maar de voeger is in dit geval zelfstandig ondernemer, die ook zijn eigen auto had kunnen nemen. Zijn positie is wezenlijk anders dan die van een werknemer. Het voegbedrijf is niet aansprakelijk.

Uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2017:6028

    • Nelleke Koops