Filmtips voor het IFFR: de gevaarlijke keuzes

IFFR Uit het grote aanbod zijn dit de films op het festival die misschien een uitstekende tijdsbesteding zijn. Of nogal tegenvallen.

De Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul vindt het prima als kijkers in slaap vallen.
Liever een veilige keuze? Deze films zijn zo goed als zeker een uitstekende tijdsbesteding.
  • Sleepcinemahotel (Apichatpong Weerasethakul)

    Voor de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul is een film zoiets als een droom: zie zijn recente Cementery of Splendor. Hij vindt het prima als kijkers erbij in slaap vallen en gaat op IFFR nog een stap verder. De Staalzaal van het WTC Rotterdam wordt van 25 tot 30 januari omgetoverd tot een slaapzaal, compleet met bedden, hangmatten, douche en ontbijt. Rond de klok verzorgt Weerasethakul steeds veranderende beelden van slapende mensen, dieren en wolken om een gezonde dag- en nachtrust te garanderen. Hij gebruikt eigen materiaal en put uit het archief van het Eye Filmmuseum. Slecht een klein aantal gasten kan een bed reserveren, maar na 16.00 uur is het hotel dagelijks en paar uur open voor iedereen.

  • House on Fire

    Al sinds Hubert Bals zoekt IFFR naar nieuwe grondstoffen uit exotische streken. Naast een programma over pan-Afrikanisme wordt de schijnwerper dit jaar onder de noemer House on Fire gericht op films uit de Indiase deelstaat Tamil Nadu. Een ons onbekende filmmarkt van 60 miljoen mensen in het zuiden van India die zich niets van Bollywood-conventies aantrekt.

  • Totes Adorbs loves Hurricane

    Op 2 en 3 februari houdt de Japanse undergroundgroep Miss Revolutionary Idol Beserker een van zijn duizelingwekkende, totaal geschifte chaosperformances die de hysterie rond de J-Pop op de korrel neemt. Aanstekelijk.

  • Pin Cushion (Deborah Haywood)

    De gruwelversie van Lady Bird: puberteit en school bedreigt relatie van schuwe, doodgoede moeder en haar dochter, het roodharig elfmeisje Iona dat desperaat in de smaak wil vallen. Dit zou niet moeten werken: groteske, kille wreedheid verpakt in een filmstijl die snoezig, pluizig en ‘twee’ is als een Wes Anderson. Toch blijkt het hartverscheurend.

  • Anna’s War (Aleksej Fjodortsjenko)

    Ergens in Oekraïne, 1941, ontsnapt een Joods meisje uit een massagraf, verbergt zich in een loze ruimte in een school en overleeft als onzichtbaar muisje – eigenlijk als het ongedierte waartoe de nazi’s Joden reduceerden. Een grimmig, deerniswekkend miniatuur van Russische regisseur van postmoderne mystificaties (Silent Souls), die hier aanknoopt bij een oudere oorlogsfilmtraditie.

  • Le fort des fous (Narimane Mari)

    Niet te definiëren film (deels documentair, deels essayistisch, deels fictief, deels poëtisch) over de Franse koloniale geschiedenis van Noord-Afrika. Drieluik werd gefilmd in Algerije en Griekenland en trekt de sporen van het verleden door naar het heden. Le fort des fous is bruut en komisch, provocerend en stil. (DL)

  • Mrs. Fang (Wang Bing)

    Alweer zo’n meedogenloze kijk-film van de Chinese filmkunstenaar Wang Bing. In de van hem bekende observerende slow cinema-stijl volgt Wang in deze in Locarno met een Gouden Luipaard bekroonde film een stervende vrouw met alzheimer in een klein Chinees vissersdorpje. Eindeloze en intieme filmische portretkunst van een gezicht in z’n laatste uren. (DL)

  • Western (Valeska Grisebach)

    Uitgebeende western in het wilde oosten. Regisseur Valeska Grisebach volgt een groepje Duitsers die een waterput moeten slaan in een afgelegen Bulgaarse streek. Zonder veel omhaal van woorden onderzoekt de film thema’s als mannelijkheid, vriendschap en (nationale) identiteit en geschiedenis. Een stille film die onverwacht onder je huid kruipt.

  • The Image You Missed (Donal Foreman)

    Boeiend filmessay van Donal Foreman over zijn vader Arthur MacCaig. De Iers-Amerikaanse MacCaig (1948-2008) maakte tijdens zijn loopbaan films over het Noord-Ierse conflict en liet een beeldarchief na dat dertig jaar omspant, beeld dat Foreman gebruikt om te onderzoeken of hij raakvlakken met zijn vader heeft.

  • Dragonfly Eyes (Xu Bing)

    De Chinese kunstenaar Xu Bing stelde zijn regiedebuut samen uit tienduizenden uren beeldmateriaal afkomstig van beveiligingscamera’s. Rond deze beelden weeft hij een vertelling rond twee personages. In deze non-fictieversie van The Truman Show is iedereen zonder het te weten een acteur, waarbij Bing commentaar levert op onze obsessieve mediacultuur.

  • Wij (Rene Eller)

    Acht oversekste en verveelde pubers zetten hun dorp Wachtebeke op stelten en promoveren via groepsseks en internetporno naar misdaad en prostitutie. Een asynchroon script met vier vertellers, een cynische ondertoon, harde porno: als onderdeel van het programma Maximum Overdrive bewijst Wij dat de jaren negentig terug zijn. Een vermakelijk groepsportret van een weerzinwekkende jeugdclan.

  • Laissez Bronzer les Cadavres (Hélène Cattet, Bruno Forzani)

    Een bende gebruikt na een bloedige overval het ruïnestadje van een oudere kunstenares als schuiladres. Politie duikt op. Mannen vallen. Al doet het verhaal er niet toe in deze extreme stijlexercitie: Cattet en Forzani vinden in de grabbelton van Eurotrash uit de jaren 60 en 70 spaghettiwesterns, misdaad- en drugsfilms, alsmede sadomasochistische softporno.

  • Satan’s Slaves (Joko Anwar)

    Effectieve, huiveringwekkende remake van Indonesische horrorklassieker waarin een moeder door een ziekte – of afgrijzen? – sterft en daarna haar gezin terroriseert. Vertrouwde ingrediënten – hungry ghosts, zombies, jump scares – met expertise gemixt: de nekharen staan regelmatig overeind.

  • Pororoca (Constantin Popescu)

    Een puntgaaf staaltje van wat de Roemeense Golf nog altijd vermag, deze levensechte studie van vader Tudors hellegang. Hij raakt zijn vijfjarige dochtertje kwijt in een park en glijdt weg in een waas van schuld, verdriet, paranoia en razernij. Lang en goed, met een verbluffende tour de force van acteur Bogdan Dumitrache.

    • Coen van Zwol