The Guardian: verliesgevend, maar journalistiek succesrijk

Britse krant The Guardian gaat over op tabloid om te bezuinigen. En dat is nodig ook: ondanks de 800.000 betalende lezers, draait de krant al jarenlang verlies.

The Guardian in de oude vorm (berliner) en in de nieuwe vorm (tabloid). The Guardian

Weg is het blauw van de voorpagina van The Guardian. Sinds de Engelse krant deze week op papier is overgegaan naar het kleinere tabloid-formaat wordt de naam van de krant in zwarte letters gedrukt, een verwijzing naar verleden: van de oprichting in 1821 tot 2005 was de zogenoemde masthead ook zwart op wit. Terug naar de basis dus. Toch is het nieuwe formaat en de vormgeving juist bedoeld om de Engelse krant toekomstbestendig te maken: het is een bezuinigingsoperatie.

In een brief aan lezers schrijft hoofdredacteur Katharine Viner dat het nieuwe formaat en de nieuwe vormgeving bedoeld zijn om een van de belangrijkste kwaliteiten van de krant te versterken. „Helderheid”, schrijft Viner. „In een wereld waar feiten heilig dienen te zijn, maar te vaak genegeerd worden, in een tijd waar mensen snakken naar nieuwe ideeën en verse alternatieven.”

In een radio-interview met de BBC begin deze week erkende Viner echter dat de restyling de krant jaarlijkse miljoenen oplevert. Precies hoeveel wil zij niet zeggen. Het doel van The Guardian Media Group, waar ook zondagkrant The Observer deel van uitmaakt, is om in 2019 geen verlies meer te lijden.

Ook gericht op de VS en Australië

Een overgang naar tabloid help daarbij. Er zijn weinig drukpersen die het oude Berliner-formaat aankunnen. Kranten drukken op tabloid kan bij meer drukkerijen en zo kan The Guardian het proces uitbesteden. Door over te stappen op tabloid kan de krant drie drukpersen van 80 miljoen pond verkopen of afschrijven.

The Guardian verkeert in een tweeslachtige situatie: journalistiek gezien gaat het uitstekend, tegelijkertijd slaagt de krant er niet in genoeg geld te verdienen.

In het jaar 2016-2017 won the Guardian 109 prijzen, werden er meer dan 480 podcastafleveringen gemaakt, kreeg de website 11 miljard pageviews en werden video’s 162 miljoen keer bekeken. In tegenstelling tot andere grote Engelstalige kranten met een kosmopolitische instelling, is The Guardian online gratis te lezen. Ook koos de krant ervoor vanaf 2011 in andere grote Engelstalige markten als de Verenigde Staten en Australië tientallen journalisten aan te nemen om beter te berichten en te kunnen concurreren.

Op papier heel klein

Als gevolg is The Guardian, in ieder geval online, getransformeerd van een Engelse krant tot een mondiaal medium. Dat vertaalt zich niet alleen in bezoekersaantallen online, maar ook in primeurs. Het was The Guardian die op 3 januari als eerste de hand wist te leggen op Fire and Fury, het boek van Michael Wolff over Donald Trump.

Tegelijkertijd wordt de The Guardian op papier steeds minder goed gelezen. In november vorig jaar (meest recente cijfers) had The Guardian een oplage van 146.753 exemplaren per dag, 7,7 procent minder dan in dezelfde maand in 2016. Daarmee is de krant de kleinste van de Engelse kwaliteitskranten. Bij The Times (440.481, - 0,9 procent) en The Daily Telegraph (458.487, -1.57 procent) waren de oplagedalingen beperkter. Een kanttekening: die kranten drukken tienduizenden exemplaren om weg te geven. Zo krijgen Britse forenzen gratis The Daily Telegraph als ze op stations een fles mineraalwater kopen.

Bestuursvoorzitter David Pemsel liet deze week trots weten dat de krant op papier en online meer dan 800.000 lezers heeft die op een manier betalen (abonnement, 5 pond per maand als ’supporter’ of een donatie). Dat is niet genoeg om de kosten te dekken, blijkt uit het jaarverslag over boekjaar 2016-2017. Het bedrijf leed 25,1 miljoen pond verlies op een omzet van 214,5 miljoen pond. Dat was al een beter resultaat dan het jaar daarvoor, toen het mediabedrijf 68,7 miljoen pond verlies leed.

Opmerkelijk is dat The Guardian in 2016-2017 94 miljoen pond omzet haalde uit digitale activiteiten, zoals advertenties op de website, online-abonnees en donaties. Dat was 14 procent meer dan in het voorgaande jaar, maar het is nog steeds onvoldoende voor The Guardian om op te steunen. Ter vergelijking: het bedrijf betaalde 105 miljoen pond aan salarissen voor de 999 redactionele en productiemedewerkers en de 700 bij de uitgeverij.

Eén miljard pond reserve, tot in de eeuwigheid

Jarenlange verliezen zouden ongehoord zijn bij kranten in handen van zakenmannen, zoals The Times (Rupert Murdoch) of The Daily Telegraph (de gebroeders Barclay). The Guardian is echter van de Scott Trust, in 1936 opgericht met als enige doel „tot in de eeuwigheid” het voortbestaan van een onafhankelijke krant te garanderen.

De Scott Trust biedt de krant de ruimte om te experimenteren. Zo zet de Trust een nieuwe investeringsmaatschappij op met 42 miljoen pond in kas. Dat geld moet onder andere naar start-ups vloeien die kunstmatige intelligentie voor journalistieke doeleinden gebruiken en nieuwe audiovisuele manieren zoeken om journalistiek te verspreiden.

Nog belangrijker: het mediabedrijf beschikt over een reservepot van een miljard pond. Het jaarverslag geeft slechts een summier inkijkje in hoe dit geld belegd is: deels in staats- en bedrijfsobligaties (76 miljoen), een beetje in derivaten (2 miljoen), voor een groot deel in het zogenoemde Global Investment Fund (663 miljoen), dat weer belegt in hedgefondsen, private-equitybedrijven en aandelen wereldwijd.

Hoe, wat en waar vermeldt het jaarverslag niet. Ook geen woord of de aantijgingen van rechtse commentatoren kloppen dat het mediabedrijf via dezelfde offshore-centra belegt als waar journalisten van de krant over schrijven op basis van de Paradise Papers. Hier blijft de zo belangrijke ‘helderheid’ van hoofdredacteur Viner vooralsnog uit.

    • Melle Garschagen