Opinie

Facebook voert een nepstrijd tegen nepnieuws

Zinvolle interactie, zo luidt het nieuwe doel dat Facebook vrijdag aankondigde. Het sociale medium moet weer meer gaan over wat er speelt in het netwerk van ‘vrienden’ en minder over wat het algoritme allemaal in sneltreinvaart door de tijdlijn van de gebruiker jaagt. Nieuws wordt teruggedrongen.

De terugkeer naar zinvol gebruik lijkt een hele wending voor het concern, dat er eerst een decennium aan heeft gespendeerd om zijn gebruikers zo volledig mogelijk aan zich te binden en elke ontluikende vorm van concurrentie te kopiëren – of op te kopen.

Met deze beleidsverandering onderstreept Facebook de ongemakkelijke positie waarin het concern terecht is gekomen. Het is voor veel van zijn inmiddels 2 miljard gebruikers, ruim een derde van de wereldbevolking boven de 14 jaar, een belangrijke nieuwsbron geworden. De aanzwellende kritiek op het oprukken van ‘nepnieuws’ raakt Facebook dan ook rechtstreeks.

Maatregelen als het aanstellen van ‘moderators’ zijn de druppel op een gloeiende plaat. Het morrelen aan de algoritmes die aangeven wat op wiens tijdlijn komt, leidt al snel tot aantijgingen van moedwil, dan wel van willekeur.

Maar het nu gekozen alternatief: het simpelweg inperken van al het nieuws, is daarentegen een ingreep die veel mensen in landen met beperkte persvrijheid het concern niet in dank zullen afnemen.

Wie er voor wil betalen, zal straks de tijdlijn van de Facebook-consument nog steeds halen. Voor het overige zal vermelding grotendeels af gaan hangen van de bereidheid van Facebook-gebruikers om berichten, in het kader van de ‘zinvolle interactie’, met hun vrienden te delen. Het is niet ondenkbaar dat sensationele inhoud dan juist de meeste kans maakt. En dat de ‘bubbel’ waarin gebruikers voortdurend in hun eigen gelijk worden bevestigd alleen maar hermetischer wordt.

Media die hun strategie op Facebook hebben afgestemd, zullen het nog lastiger krijgen dan zij het al hadden. Zij hebben toch al te maken met het duopolie Facebook-Google dat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten goed is voor meer dan viervijfde van de inkomsten uit internet-advertenties. Daar kan overigens tegenin worden gebracht dat media-ondernemingen die zichzelf dermate afhankelijk hebben gemaakt, ook een andere strategie hadden kunnen kiezen.

Facebook-topman Mark Zuckerberg maakt intussen de indruk zich werkelijk zorgen te maken over de impact die zijn zelfgeschapen moloch nu wereldwijd heeft. Ook hier past helaas enige scepsis. Ruim twee jaar geleden kondigde hij aan gedurende zijn leven 99 procent van zijn aandelen in te zetten voor liefdadigheid. Dat initiatief bleek een commerciële bedrijfsvorm te hebben, die belastingafdracht op bijvoorbeeld de waardestijging van die aandelen kan minimaliseren, en ruimte laat om het geld aan ook andere zaken dan liefdadigheid zonder winstoogmerk uit te geven.

Beleggers schrokken vrijdag van het nieuws: de resulterende koersdaling van Facebook met 4,5 procent zorgde ervoor dat Zuckerbergs fortuin op papier in één klap 3,3 miljard minder waard werd. De vrees van de investeerders is dat het gebruik van Facebook, al dan niet kortstondig, zal afnemen. Misschien dat het concern zichzelf inderdaad liever even wat kleiner zal willen doen voorkomen. Dat zou passen bij de indruk die overblijft van het initiatief om nieuws van de rechtstreekse tijdlijn te weren: Facebook lijkt hier geen verantwoordelijkheid te nemen, maar die juist te willen ontlopen.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.