Rutte III moet dit jaar zijn ambities waarmaken

Wetswijzigingen

Eerst was er een lange formatie, en volgend jaar komt er alweer een nieuwe Eerste Kamer. Rutte III heeft, met zijn krappe steun in beide Kamers, maar beperkt tijd om de vele plannen waar te maken.

Foto Bart Maat/ANP

Opzij, maak plaats, het kabinet-Rutte III heeft ongelofelijke haast. Deze dinsdag keert de Tweede Kamer terug van kerstreces en begint het politieke jaar 2018 – hét jaar waarin de ambities die de vierpartijencoalitie vastlegde in het regeerakkoord goeddeels hun beslag moeten krijgen.

Details van de hervormingen van de arbeidsmarkt en het belastingstelsel worden binnenkort verwacht. In de zorg en op het gebied van klimaat moeten snel maatschappelijke akkoorden gesloten worden. De wet die de afschaffing van het raadgevend referendum regelt, ligt zelfs al bij de Tweede Kamer. Om verdere vertraging te voorkomen, bevat de wet een clausule die een referendum over het voortbestaan van het referendum onmogelijk maakt.

Waarom die haast, werd premier Mark Rutte vorige maand gevraagd toen hij in de Eerste Kamer het regeerakkoord verdedigde. Niet uit vrees voor die specifieke volksraadpleging, zei Rutte, maar omdat het voortbestaan van de mogelijkheid van referenda een bedreiging vormt voor „andere wetsvoorstellen die nog in wording zijn”. En daar heeft de premier met zijn derde kabinet geen tijd voor.

De krappe meerderheid van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie in de Tweede en Eerste Kamer kan namelijk van korte duur zijn. Begin volgend jaar vinden alweer landelijke verkiezingen plaats. In maart 2019 zijn die voor de Provinciale Staten, die in mei weer de nieuwe senaat kiezen. Zodra de verkiezingscampagne begint, over een jaar, wordt het moeilijk nog wetgeving door de Eerste Kamer te loodsen, zeggen betrokkenen aan het Binnenhof. En helemaal als de coalitie haar meerderheid verliest.

‘Voelen dat het beter gaat’

Rutte en de andere bewindslieden hebben nog geen wetgevende voornemens willen uitspreken voor 2018. Later deze week komen de meeste departementen wel met gedetailleerder plannen. In een recent interview sprak de premier de wens uit dat „mensen nu in hun persoonlijk leven moeten voelen dat het beter gaat”. Maar hij noemde geen wetswijzigingen die dat ondersteunen.

Beide Kamers bereiden zich voor op een druk en haastig jaar. Kamerleden van de coalitie roepen het kabinet op „voortvarend” met wetgeving te komen, maar zeggen dat dit meer om inhoudelijke dan politieke redenen noodzakelijk is. „De arbeidsmarkt vraagt nu om nieuwe regels die het makkelijker maken om mensen aan het werk te krijgen”, zegt VVD-Kamerlid Dennis Wiersma.

De gejaagdheid wordt ook verklaard door de lange formatie, zeggen zij. Nieuwe wetgeving is er het afgelopen jaar nauwelijks geweest. Rutte II was uitgeregeerd en wat er nog lag, werd controversieel verklaard. „Het kabinet zit nog maar net, maar feitelijk zijn we al in het tweede jaar van de regeringsperiode”, zegt Madeleine van Toorenburg (CDA).

Alleen in de oppositie zeggen Kamerleden hardop dat het dreigende verlies van de senaatsmeerderheid het kabinet tot een hoger tempo beweegt. Afschaffing van de dividendbelasting is bijvoorbeeld niet meer door te voeren als daarvoor steun van de oppositie nodig is – die steun is er namelijk niet. De angst bestaat nu dat het parlement door de haast van het kabinet niet zorgvuldig naar wetgeving kan kijken.

Henk Nijboer, woordvoerder financiën van de PvdA-fractie: „Staatssecretaris Menno Snel (D66) is keihard van start gegaan met het doorvoeren van belastingmaatregelen zonder dat alle vragen van de Kamer erover beantwoord waren.” Hij doelt op de afschaffing van de Wet Hillen; de belastingvrijstelling voor huizenbezitters die hun hypotheek hebben afgelost verdwijnt geleidelijk. „De haast sloeg inhoudelijk nergens op”, zegt Nijboer.

Druk jaar verwacht

In het reces is niet veel gebeurd. De Raad van State, die elk wetsvoorstel tegen het licht houdt voor het naar de Tweede Kamer gaat, heeft nog geen stapel voorstellen van het jonge kabinet gekregen. Maar er wordt wel rekening gehouden met een druk jaar. Een woordvoerder van de Raad: „Vroeger zagen we vaak dat in het derde jaar van een kabinetsperiode een piek zat in de wetgeving. De afgelopen tijd is dat verschoven naar het tweede zittingsjaar.” Ze heeft geen uitvoerige analyse van die verschuiving, maar vermoedt dat dit vooral te maken heeft met het feit dat op Rutte II na geen enkel kabinet deze eeuw de rit uitzat.

Of dit Rutte III wel lukt, is niet zeker. Dus hoe sneller wetgeving beide Kamers passeert, hoe groter de kans dat de afspraken in het regeerakkoord effect sorteren.

Lang niet elke minister lukt het overigens al dit jaar de vastgelegde plannen waar te maken. Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) heeft al aangekondigd dat wat klimaatbeleid, verduurzaming en ‘energietransitie’ betreft – mogelijk de grootste ambitie van dit kabinet – de belangrijkste wetgeving niet voor 2021 naar de Kamer zal worden gestuurd.

Wiebes is al wel bezig om, bijvoorbeeld in gesprekken met GroenLinks, steun voor zijn initiatieven te krijgen van meer dan alleen de coalitiepartijen. Dat immer gewenste ‘brede politieke draagvlak’ kan ook van pas komen als Rutte III vanaf voorjaar 2019 niet meer kan regeren zonder gedoogsteun van de oppositie. Of als het kabinet, na al dat rennen en vliegen, valt en hulp nodig heeft bij het opstaan.

M.m.v. Clara van de Wiel