Column

Menstruatie

Afgelopen vrijdagavond keek ik met mijn zus en haar nageslacht The Voice of Holland. Op een zeker moment was coach Anouk zo geraakt door een optreden dat ze een traantje wegpinkte, en daar meteen aan toevoegde dat ze wat emo was omdat ze op het punt stond ongesteld te worden.

„Wat geweldig!” juichte mijn zus, „ze heeft het ten overstaan van meer dan twee miljoen kijkers over menstruatie!”

„Ze lijkt het eerder te gebruiken als excuus voor ontroering”, mopperde ik, „ik weet niet of dat zo oké is.”

„Dat is het punt niet”, zei mijn zus, „het gaat erom dat ze het er niet uit hebben geknipt!” Daar zat wat in. Alle maandverbandreclames ten spijt heerst er nog steeds een taboetje op ongesteldheid: mannelijke vrienden stoppen hun oren dicht met vingers/bijenwas/shag als het gesprek erop komt, vriendinnen dempen hun stem als ze het over die tijd van de maand hebben. Mijn zus voedt haar jongens op met het idee dat menstruatie er gewoon bij hoort. Ze vinden het even normaal als plassen of baardgroei. Toen de oudste net had geleerd wat ongesteld zijn inhield (hij zal een jaar of zes zijn geweest) vroeg hij aan een klasgenootje wanneer haar menstruatie kwam, zodat hij daar rekening mee kon houden met het plannen van zijn zwemfeestje. Het klasgenootje was vijf.

„Wat is nou het probleem?” zegt mijn jongste neefje na er even over te hebben nagedacht, „het is toch mooi dat Anouk extra veel voelt?”

Zo had ik er nog niet naar gekeken: dat je er ook blij om kan zijn dat de maanstonde een volumeknop voor je gevoelens is. Er is een prachtig gedicht van de Zweedse schrijfster Eva Strom, Menstruatie, dat begint met de volgende regels: „Nu zie ik alles zonder het dunne vliesje gevoeligheid/ van het oestrogeen/ en alles wordt belicht, scherp, doods en planetair”.

Misschien is het een van de weinige zegeningen van die maandelijkse hormonale achtbaan. Dat je heel even, vlak voor die stroom van bloed, slijm en mislukte embryo’s losbarst, een gevoeligheid bezit waardoor er kleine stukjes werkelijkheid oplichten die tijdens andere momenten van de cyclus, als je stuitert van de hormonen en de naderende ovulatie, echt niet opvallen. Een geluk bij een ongeluk: een blik op de wereld waartoe slechts de helft van de wereld, en dan ook nog maar enkele dagen per maand, in staat is.

Strom eindigt haar gedicht met: „nu zie ik alles zoals het is en alles is hard/ en begerig.” Misschien maar goed dat we het grootste gedeelte van de tijd bedwelmd zijn door oestrogeen.

schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.