Leider van Servische partij in Kosovo doodgeschoten

Oliver Ivanovic was van 2008 tot 2012 staatssecretaris in Kosovo. In 2016 werd hij veroordeeld voor oorlogsmisdaden, maar het hoger beroep mocht hij in vrijheid afwachten.

Oliver Ivanovic verlaat de gevangenis in februari 2017, omdat hij zijn hoger beroep in vrijheid mocht afwachten. Foto Bojan Slavkovic/AP

De Servisch-Kosovaarse politicus Oliver Ivanovic is dinsdagochtend doodgeschoten in Mitrovica in Kosovo. Dat bevestigt een lid van zijn partij en zijn advocaat aan persbureau AFP. Ivanovic was van 2008 tot 2012 staatssecretaris in Kosovo.

Ivanovic werd rond 8.15 uur vanuit een auto beschoten bij het hoofdkantoor van zijn partij. Hij overleed aan zijn verwondingen. Het motief van de schutters is nog niet duidelijk.

Als reactie op de moord is de Servische delegatie weggelopen bij de gesprekken met Kosovaarse leiders, die worden geleid door de EU, volgens persbureau AP. Het team is nu onderweg van Brussel naar Belgrado, de hoofdstad van Servië. De gesprekken, bedoeld om de relatie tussen de landen te normaliseren, zijn opgeschort.

Leider van Serviërs

Ivanovic stond bekend als een gematigde vertegenwoordiger van de Servische minderheid in Kosovo. Kosovo verklaarde zich in 2008 onafhankelijk van Servië, maar Belgrado en de Servische minderheid in Kosovo hebben die onafhankelijkheid niet erkend.

Ivanovic was de leider van de lokale sociaal-democratische partij SDP in Mitrovica, waar ongeveer 13.000 etnische Serviërs wonen en 72.000 Albanezen. Van 1999 tot 2001 vertegenwoordigde Ivanovic de etnische Serven in Kosovo in de Servische Nationale Raad van Noord-Kosovo en Metohija.

Hij werd gezien als vredestichter tussen Serviërs en Albanezen. Ivanovic was een van de weinige Servische politici die Albanees sprak, volgens AFP. Zijn arrestatie in 2014 leidde tot protesten onder de Servische Kosovaren. Hij won ook het nationaal kampioenschap karate in Kosovo. Dat leverde hem de nodige bekendheid op, die hij kon gebruiken in de politiek.

Oorlogsmisdaden

Ivanovic werd in 2016 veroordeeld tot negen jaar celstraf voor oorlogsmisdaden die hij beging tijdens de Kosovo-oorlog (1998-1999). Hij zou als leider van een paramilitaire politie-eenheid opdracht hebben gegeven voor het vermoorden van negen etnische Albanezen tijdens een Navo-bombardement in april 1999.

Hij ontkende de beschuldigingen. Volgens hem was zijn veroordeling politiek gemotiveerd. Een hogere rechtbank gelastte in 2017 dat de rechtszaak moest worden overgedaan. Die mocht hij in vrijheid afwachten.