Kunnen dieren ook zeeziek worden?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: hebben paarden en vissen ook last van zeeziekte?

Foto Istock

In 1907 vertrok ontdekkingsreiger Ernest Shackleton per schip naar Antarctica. Aan boord bevonden zich onder andere tien jakoeten: gedrongen, Siberische paarden. „Achteraf gezien was het meebrengen van de pony’s niet zo’n goed idee”, schreef Shackleton later in zijn dagboek. Hun aanwezigheid zorgde al tijdens de stormachtige vaartocht voor veel extra gedoe: ze werden regelmatig onwel. Zeeziekte, volgens Shackleton.

Zijn er inderdaad dieren die niet tegen deinende schepen kunnen? Jazeker, zegt Johan van Leeuwen, hoogleraar experimentele zoölogie aan de universiteit van Wageningen: „Golven kunnen het evenwichtsorgaan van koeien, schapen of varkens net zo goed ontregelen als dat van mensen. Een paar jaar geleden was er ophef in Rotterdam over een koeienstal op een drijvend platform: de koeien zouden zeeziek kunnen worden. In dit geval leek me dat niet waarschijnlijk – de deining op zo’n ponton nabij de kade is gering – maar op zee kan vee inderdaad symptomen van zeeziekte vertonen.”

Dat schreef ook de Nederlandse auteur Jan de Hartog in Scheepspraat (1958): „Koeien worden zeeziek, en het schommelen van het schip maakt ze doodsbang. Een zeezieke aap of pup kan nog wel grappig zijn, maar vijfhonderd runderen die staan over te geven… Dat is een nachtmerrie”. Ook in de roman Life of Pi – over een jongen die na een scheepsramp samen met een orang-oetan en een tijger op een reddingsboot belandt – kampen de dieren met slapte, braakneigingen, duizelingen en algehele malaise.

Zeeziekte is, net als wagenziekte, een vorm van kinetosis ofwel reisziekte en ontstaat door een conflict tussen wat het evenwichtsorgaan voelt en wat de ogen zien. Bijvoorbeeld als je in de auto een boek leest, of als je je in een binnenruimte op een schip bevindt: je voelt wel beweging, maar ziet er niets van.

Niet alle dieren reageren hetzelfde bij reisziekte. Hondeneigenaren weten dat hun viervoeter bij een autoritje met wat pech dezelfde symptomen vertoont als een wagenziek kind: een paar bochten te veel en hup, daar vloeit de maaginhoud over de achterbank. Pony’s en paarden daarentegen kunnen niet overgeven. De sluitspier tussen slokdarm en maag is bij hen zo sterk dat er eigenlijk alleen eenrichtingsverkeer mogelijk is. Ook ratten, konijnen en andere knaagdieren braken nooit. Dat heeft niet alleen te maken met sterke spieren, maar ook met een afwijkend zenuwstelsel: onderzoekers van het University of Pittsburgh Cancer Institute die labmuizen en -ratten misselijkheidopwekkende middelen gaven, zagen bij de proefdieren minder braakgerelateerde hersenactiviteit.

Aad Peters, eigenaar van de Verhalenark – de 70 meter lange museumark die begin januari lossloeg in een storm en een ravage aanrichtte in de haven van Urk – bevestigt dat: „De konijnen aan boord blijven zich zelfs op volle zee normaal gedragen. Ook de slangen houden zich overigens rustig. Grotere dieren hebben we niet. De grote vissen hebben het nog het zwaarst, vermoed ik. Die zitten in een bassin onder in de ark en dat water klotst flink heen en weer tijdens een oversteek. Toch zwemmen ze dan nog soepel langs elkaar: ze botsen niet tegen elkaar op.”

Of vissen last hebben van zeeziekte is nooit aangetoond. Wel bestudeerde Reinhard Hilbig, een Duitse zoöloog van de universiteit van Hohenheim, begin deze eeuw het effect van gewichtsloosheid in water door vissen in een mini-aquarium aan boord van een vliegtuig een duikvlucht te laten nemen. Enkele vissen raakten gedesoriënteerd en bleven maar in rondjes zwemmen: volgens Hilbig een teken van reisziekte. Die zou bij de vissen mogelijk worden veroorzaakt doordat het binnenoor asymmetrisch is.

    • Gemma Venhuizen