Recensie

Komedie over taal mist ‘wow-factor’

Romkom Het geestige taalgebruik van Paulien Cornelisse komt te weinig terug in een komedie over de verwarde Anne, die graag mijmert over taal.

Tarikh Janssen en Fockeline Ouwerkerk in Taal is zeg maar echt mijn ding.

Taal speelt een ondergeschikte rol in de flinterdunne romkom „geïnspireerd” door het boek Taal is zeg maar echt mijn ding (2009) waarin Paulien Cornelisse opmerkelijk en nietzeggend taalgebruik fileert. In een bestseller over taal is hoe je een observatie opschrijft, natuurlijk even belangrijk als wat je opmerkt en dat kan Cornelisse als geen ander. Het verschil tussen iemand „leuk vinden”, en iemand „leuk-leuk vinden” in haar woorden: „leuk-leuk betekent dat je je kunt voorstellen dat er uiteindelijk dingen gaan gebeuren zonder onderbroek.”

Maar dit soort geestige vondsten komen iets te weinig terug in de film over Anne (Fockeline Ouwerkerk) die graag mijmert over taal en overal waar ze komt clichés hoort als ‘het kwam echt bij me binnen’. Zelf blijkt de wat rommelige Anne met alle winden mee te waaien; het voornemen om haar nietsige baan bij een glossy op te geven, gaat overboord zodra ze met een fotograaf met ‘wow-factor’ (Tarikh Janssen) mag werken. Die lieve collega die wél kan lachen om haar woordgrapjes over ‘een mooi vleesje’, vergeet ze maar even.

Het lijkt alsof de makers niet goed wisten wat ze wilden: een geestige komedie maken over taalgebruik, een romkom óf een film over hoe erg het is als je je taalvermogen verliest (zoals Annes dementerende vader). Die laatste verhaallijn zit ook, iets te weinig uitgewerkt, door het geheel geweven. Het resultaat is een mix van overdreven typetjes met veel stopwoordjes en een hoofdpersoon en love interest die vrij nietszeggend lijken naast zoveel gekte. Weinig wow-factor dus.

    • Sabeth Snijders