Foto Merlijn Doomernik

‘Hoezo geen impact? Er zijn krantenkoppen ‘Awarded in Rotterdam, forbidden in India’’

Interview Bero Beyer Bero Beyer opent volgende week zijn derde editie als artistiek directeur van het IFFR. Hij was het shot optimisme dat het filmfestival in 2015 nodig had.

Wat bijna niemand weet: Bero Beyer (48) is de eerste Duitse directeur van IFFR. Hij groeide op als Duitser in Rotterdam. „Toen ik zes maanden was verhuisden mijn ouders van Bremerhaven naar Capelle aan den IJssel. Mijn vader werkte als kapitein in de haven. Later besloten mijn broer en ik ons Duitse paspoort te houden om niet in dienst te hoeven. Het was in Nederland volstrekt normaal Duitsers af te zeiken, toch stak ik mijn afkomst nooit onder stoelen of banken. Bij Nederland-Duitsland juichte ik als enige voor Duitsland.”

Hij speelde er ook wel mee, glundert Beyer. „Dan zei ik: dit weet je misschien niet over mij, maar … en dan verder in vloeiend Duits. Dat werkte heel goed toen ik mijn vrouw Jolanda ontmoette op Oerol.”

Wat is de beste film van 2017? Kies jouw favoriete film en maak kans op kaarten voor de NRC Filmdag.

Bero Beyer opent volgende week zijn derde editie als artistiek directeur van IFFR. Halverwege 2015 volgde hij Rutger Wolfson op en werd ontvangen als een soort Obama. Een insider in de filmwereld, charmant, open, enthousiast, goedlachs, met flux de bouche. IFFR kon wel een shot optimisme gebruiken. De relevantie van IFFR werd in twijfel getrokken. Een eilandenrijk, een beetje introvert, hooguit van nationaal belang. Te veel probeersels, te weinig kwaliteit. Het wat schuwe openbare optreden van Wolfson hielp niet.

Nu lopen de zaken op rolletjes, zo lijkt het. De vorige editie was een succes, met 314.000 bezoekers en gasten als Barry Jenkins, regisseur van Moonlight, die extra swung bracht. Ik spreek Beyer in restaurant Vineum, twee weken voor de opening van het 47ste IFFR. Druk? Beyer: „Op Oudejaarsdag was het magische moment: toen ging het laatste prikkertje in het planbord van onze films en zalen. Dan gaat het schema in de computer en wordt het invullen. Speeches schrijven, kijken hoe je straks op vijf plekken tegelijk kan zijn.”

Hoe beleef je zo’n IFFR als directeur?

„Mijn assistent Sensi beheert mijn agenda en sleept me van A naar B. Ze schuift ook nu en dan een Mars of een proteïne-shake in mijn klep. Ik neig ertoe overal te blijven plakken. Superleuk om op IFFR Live een inleiding te doen, films die in allerlei bioscopen over de wereld tegelijk draaien. Hallo Curaçao! Dan moet zij me bijna van het podium sleuren.”

Bero Beyer was geen onbekende van IFFR toen hij in 2015 aantrad. Hij ging op school in Rotterdam, bezocht het festival sinds hij op de Willem de Kooning-academie studeerde, reed als vrijwilliger een pendelbus en haalde in 1995 nog een jonge, slaperige Kate Winslet van Schiphol. Beyer wilde de filmwereld in, maar werd „met een rampzalig filmpje” afgewezen door de Filmacademie. Op de kunstacademie ontdekte hij eerder producer dan regisseur te zijn. „Ik was het best in organiseren, het gritty werk achter de schermen. Maar producers hadden in Nederland niet zo’n beste reputatie. Louche volk met sigaar. In mijn tijd stond een nieuwe garde op die vond dat je creatief betrokken moest zijn bij een film.”

Als filmproducer brak hij door met de Nederlands-Palestijnse regisseur Hany Abu-Assad, met wie hij Augustus Film oprichtte. Hun grootste succes was Paradise Now in 2005, een film over twee zelfmoordterroristen die een Golden Globe en Oscarnominatie won. „Ik pitchte dat voor het eerst op IFFR Cinemart in 2002, vier maanden na 9/11. De laatste 24 uur van een zelfmoordterrorist, met als werktitel toen nog Hamas. Je zag ze denken: tief toch op. Maar even later viel alles precies op zijn plaats.”

Abu-Assad ging door in Hollywood, Bero Beyer had daar weinig te zoeken: „Geen netwerk, geen toegevoegde waarde.” Hij bleef kleine, tijdrovende coproducties maken als het Indiase Qissa, openingsfilm van IFFR in 2014. Werd consulent bij het Filmfonds. Toen hij in 2015 werd benaderd voor IFFR, had hij gemengde gevoelens.

„Er waren best vraagtekens. IFFR zou een olietanker zijn op een foute koers, een eilandenrijk, een wespennest. Er werd van alles gefluisterd. Maar tijdens die gesprekken werd ik steeds enthousiaster over wat wél kan. IFFR is een unieke plek, zo groot en toch zo avant-garde. En eigenlijk kende ik het door en door: als bezoeker, als vrijwilliger, als producer die veel werkte met het Hubert Bals Fonds.”

U verdeelde het filmaanbod in vier secties. De Tiger Awards, de hoofdcompetitie voor debutanten, kromp van achttien naar acht films, met niet drie winnaars, maar één. Helpt dat? Je hoort weinig over Tiger Award-winnaars.

„Misschien is het flauw om weer te komen met Christopher Nolan (die in 1999 een Tiger Award won met zijn debuut Following). Maar je moet verder kijken dan Nederland. Sexy Durga, die vorig jaar won, maakt enorm veel los in India. Onder druk van fundamentalisten verbood de staat in november het filmfestival van Goa om Sexy Durga te draaien, Durga is ook de naam van een godin. De rechter greep in, nu is hij iets ingekort te zien als S Durga. Je leest koppen als ‘Awarded in Rotterdam, forbidden in India’: hoezo geen impact?”

Een ander oud verwijt: te veel films, te weinig selectie.

„Bij de Berlinale hoort je dat verwijt nu ook: moet het niet selectiever? En ik heb hetzelfde tegenargument: onze zalen zitten vol. Dus. Dan ben je als criticus uitgepraat. Maar belangrijker: vorig jaar waren we aangenaam verrast door de hoogste publiekswaardering ooit. Bezoekers gaven aan 64 speelfilms meer dan een 4, van de 5 punten. Misschien kozen wij betere films, maar ik denk eerder dat we er beter in slagen de juiste mensen in de juiste zalen te krijgen.

„Neem zo’n IFFR-sectie Signatures: vaak super cinefiel en totaal onverkoopbaar. Dat is voor de fijnproevers, in de kleine zalen. The Florida Project, met Oscarkansen, brengen we in een heel andere setting. Dat moet helder zijn, de bezoekers moeten weten wat ze willen en wat ze krijgen. En verder blijft het een race met andere festivals om mooie titels binnen te halen natuurlijk. Vooral met onze oosterburen.”

Ooit een andere datum overwogen? IFFR zit in januari knel tussen het Amerikaanse Sundance Festival en de Berlinale.

„Dat was zo’n beetje de eerste vraag toen ik begon: klopt de timing nog wel? Moeten we niet naar de zomer? Maar dan zit je klem tussen Cannes, Locarno, Venetië, Toronto. Voor mij schuilt er juist kracht in het idee: IFFR opent het filmjaar. De pers en filmmarkt gaat via ons naar Berlijn. Zet je een film hier slim in de etalage, dan kan je die over twee weken op de Berlinale verkopen.”

IFFR als voorspel van Berlijn?

„Hè bah. Nee, alleen zakelijk gezien. Bij ons draait het niet om handel. Wij kunnen experimenteren, ideeën ontwikkelen: de Berlinale neemt die vaak over. Dat drijft Rotterdam naar nog meer experiment, en daarmee moet je wel uitkijken. Je moet niet elk probeersel vertonen. Geslaagde experimenten wel, boeiende mislukkingen ook.”

Ik hoorde over een goed voornemen. In 2021, als IFFR 50 jaar bestaat, moet de sekseverhouding over de hele linie 50/50 zijn.

(Kijkt bedenkelijk) „Dat idee van 50/50 is te pril om over te praten. Maar zulke berekeningen laat je sowieso op je programma los voordat je hoog van de toren blaast, twee jaar geleden bijvoorbeeld ook bij #OscarsSoWhite.”

Thema’s van IFFR zijn dit jaar geschiedenis, pan-Afrikanisme. Baalt u niet dat het echte gesprek nu gaat over #MeToo?

„Zo’n kantelpunt zie je per definitie niet aankomen. Kijk naar Zwarte Piet. Over tien jaar denk je: hoe konden we dat in godsnaam al die tijd normaal vinden? Dat valt niet te voorzien, maar na zo’n waterscheiding kijkt iedereen in een reshuffle-modus met andere ogen naar je films. Prima toch?”

Afgelopen jaar zorgden gasten als Barry Jenkins voor extra swung op IFFR. Is het mazzel zo iemand binnen te halen?

„De bescheiden Bero zou zeggen: mazzel. Maar je moet die kansen wel zelf creëren. Vorige keer gingen we na Toronto direct achter Moonlight aan. Toen was dat nog geen Oscarwinnaar maar een piepklein filmpje met een zwart homothema. Dit jaar geven Charlotte Rampling en Paul Schräder masterclasses. Paul Thomas Anderson (There Will Be Blood) komt naar zijn filmPhantom Thread , live begeleid door het Rotterdam Philharmonisch. Mazzel, maar ook keihard werk van een programmeur met goede contacten in zijn omgeving.”

Wat is de status van IFFR? Wat vangt u op van collega’s? Ziet u die überhaupt?

„Er is een jaarlijks, zeer geheim onderhoud waar we samen bedreigde diersoorten eten. Maar nee, de directeurs van de echt grote festivals – Berlijn, Toronto, Cannes, Venetië, Sundance, Pusan – zien elkaar best vaak. In mei waren we op de 70ste verjaardag van Cannes. Directeur Thierry Fremaux zei: ‘Fijn dat u er bent, laten we samenwerken en mooie dingen doen, zolang iedereen maar weet dat Cannes het belangrijkste is.’ Kan niet arroganter, maar hij heeft wel gelijk. Cannes is een zwart gat, wij draaien daar met z’n allen omheen.”

IFFR staat er goed voor, maar u drukt er niet echt een eigen stempel op.

„Moet dat? Het zou grenzeloos arrogant zijn als ik zei: alles moet anders. Dit is al 47 jaar een fantastisch festival. De kunst is meer de onderdelen goed te laten samenwerken. Wat goed is oppoetsen, wat sterk is versterken, wat nieuw is integreren. Dan krijg je het beste filmfestival ter wereld, als IFFR dat al niet is. We zijn echt ambitieus. In 2021, als IFFR 50 jaar wordt, moet niemand meer twijfelen aan onze status. We willen nog meer publiek, absoluut. Meer filmmakers, meer impact. Dit is Rotterdam, we hebben een geweldige vibe, waarom gas terugnemen?”

Hoe lang blijft u zelf aan?

„Geen idee. Niet te lang. Met mijn vrouw Jolanda heb ik de afspraak dat ik per maand maximaal tien nachten in het buitenland ben, maximaal vijf nachten aaneengesloten. Soms vlieg je van Pusan in Zuid-Korea direct naar Mexico. Je moet uitkijken dat het niet zo gaat als met Wouter Barendrecht van Fortissimo Film, die in het harnas stierf. Dat had alles met zo’n soort levensstijl te maken.”

    • Coen van Zwol