Dit zijn de ergste jeukwoorden uit de communicatie

Japke-d. vraagt door Japke-d. Bouma ontdekte dat zelfs ‘communicatieprofessionals’ een afkeer hebben van jargon.

Illustratie Tomas Schats

Afgelopen donderdag moest ik in het hol van de leeuw een praatje houden over kantoorjargon, namelijk bij Logeion, „de beroepsvereniging voor communicatieprofessionals”. Als er érgens veel jargon gebruikt wordt, is het wel onder communicatietypes, dus ik voelde me een beetje een kalkoen die komt spreken op een congres voor kalkoenslagers.

Maar ik leef nog. Want de directeur van de vereniging, André Manning, bleek een nuchtere Groninger (dat is dus geen cliché). Sterker nog, de vereniging had op grond van een steekproef onder al haar leden een lijst van de tien ergste ‘jeukwoorden’ uit het vak gemaakt.

De directeur van de Vereniging voor Communicatieprofessionals die de draak steekt met jeukwoorden. Dat lijkt een pastoor die vloekt in de kerk.

„Nee hoor. Juist als je elke dag met communicatie bezig bent, is het heel nuttig jezelf weer eens een spiegel voor te houden en je af te vragen of de woorden die je gebruikt nog voldoende kracht hebben. Veel van die woorden zijn holle termen geworden. Dat is jammer.”

Op 10 staat wat jullie betreft: „de buitenwereld naar binnen halen”.

„Ja, vreselijke uitdrukking. Hij komt, zoals heel veel taal die we gebruiken in de communicatie, uit de Angelsaksische managementliteratuur, in dit geval „outside-in thinking”. Wat het betekent, is dat je de stakeholders van je bedrijf of instelling betrekt bij je werkzaamheden. Ik zou liever zeggen: ‘luisteren naar je doelgroep’.”

Ik weet ook wel dat dat er niet lekker uitziet op een dia, maar dat is wat het is

Stakeholders. Je bedoelt ‘belanghebbenden of betrokkenen’.

„Haha, ja.”

Ik vind ‘de buitenwereld naar binnen halen’ sowieso niet zo’n goed idee. Het is al rumoerig genoeg op kantoor.

„Ja, ook dat nog eens!”

Op 9: ‘stappen zetten’. Als je sommige kantoortijgers mag geloven lopen ze zich de hele dag de blaren op de voeten.

„Ja hè? Zeg gewoon ‘doorgaan’.”

Met ‘stappen zetten’ proberen mensen dynamiek te suggereren. Net als met ‘pitchen’, ‘tackelen’, ‘op de bal zitten’. Terwijl ze de hele dag op hun gat zitten.

„Klopt, maar ‘doorgaan’ is toch ook dynamisch?”

Dat is waar. Op 8: ‘transformatie, transitie en innovatie’.

„Dat zijn echt modewoorden geworden. Noem het gewoon ‘verandering’. Wat voegt ‘transitie, transformatie en innovatie’ nou helemaal toe?”

Dat klinkt interessanter?

„Ja, maar dat is het niet, hoor.”

Op 7: de ‘customer journey’.

„O ja, vreselijk. Zeg gewoon: ‘Hoe beslist de klant?’ of ‘Hoe kunnen we de klant beïnvloeden?’ Ik weet ook wel dat dat er niet lekker uitziet op een dia, maar dat is wat het is. Praat gewoon Nederlands.”

Ik hoor ook wel eens ‘klantreis’.

„De klant maakt geen reis, hij koopt gewoon iets. Of niet.”

Op 6: ‘iets tegen iemand aanhouden’.

„Dat is: ‘bespreken’.”

Op 5: ‘stip op de horizon’.

„Dat is ‘iets dat je wilt bereiken’.”

Op 4: ‘co-creatie’.

„Ja, dat komt ook weer uit het Engels, co-creation. Is gewoon ‘samenwerken’.”

Op 3: ‘verbinden’.

„Ook ‘samenwerken’.”

Is dat wel goed? Ik hoor het namelijk vaak mensen op LinkedIn zeggen, of politici en burgemeesters die willen „verbinden met de burger”. Dan bedoelen ze toch niet altijd samenwerken? Is ‘proberen een relatie op te bouwen’ niet beter?

„Ja, inderdaad.”

Dan op 2: een hele verzameling Engelse woorden waar die wat jullie betreft niet nodig zijn, zoals ‘purpose’, ‘content’ en ‘input’.

„Als je in een internationaal bedrijf werkt is het logisch dat je Engels praat, maar als je alleen Nederlandse collega’s hebt, is dat echt niet nodig. Noem ‘content’ gewoon ‘inhoud’; ‘purpose’ ‘waar je als organisatie voor staat’ en ‘input’ ‘bijdrage’.”

En dan op 1: ‘agile’. Dat vind ik verrassend. Ik dacht dat ‘agile’ juist zo in de mode was, in de communicatie.

„Ja, en misschien daarom zorgt het ook voor zoveel jeuk in het vak. Elke organisatie moet snel reageren op veranderingen. Het is nergens voor nodig dat ‘agile’ te noemen. We zijn erin doorgeslagen, ik hoor er bijvoorbeeld nooit kleine bedrijven over, die toch ook snel zullen moeten reageren op veranderingen. Noem het gewoon ‘slagvaardig’ of ‘doelgericht’. Dan weet iedereen precies wat je bedoelt.”

Ben je niet bang dat uw communicatieprofessionals boos worden als je al hun jeukwoorden affakkelt?

„Haha, nee. Het thema jeukwoorden leeft heel erg bij onze vereniging. Voor een aantal van die woorden zullen we toch echt nieuwe moeten bedenken. Of nog beter: oude, vertrouwde, tijdloze, woorden in ere herstellen.”