Recensie

Giftige vader-zoonrelatie in Deense kunstwereld

Drama In het Deense ‘Mesteren’ is de zoon die plotseling bij zijn vader op de stoep staat een even grote kunstenaar als hij. Een psychologisch duel volgt.

Vader en zoon (Søren Malling en Jakob Oftebro) beconcurreren elkaar in Mesteren.

Die blik! Die blik van die vader als hij voor het eerst zijn zoon ziet. Simon is de Julian Schnabel van de Deense kunstwereld, een hip bebrilde narcist die het liefste in zijden pyjama’s door zijn studio paradeert. En daar staat op een dag opeens zijn verloren zoon Casper voor zijn neus. Naar al snel blijkt een even grote kunstenaar als zijn vader, maar dan niet de koning van de galeries, maar van de openbare ruimte. Hij heeft zijn komst al aangekondigd met een meer dan levensgroot straatkunstwerk op de blinde muur tegenover Simons atelier. Een geest.

En zo kijkt Simon hem ook aan. Hij herkent iets in hem. Een jongere zelf. Een concurrent. De viriliteit die hij met talloze affaires met jongere assistentes keer op keer moet bevestigen, maar die de jongeman als nestgeur om zich heen heeft hangen. Er zit afgrijzen in die blik. Iets puur freudiaans. Alsof niet de zoon de vader, maar de vader de zoon moet vermoorden.

Die mix van vergiftigde vader-zoonrelaties in de setting van de kunstwereld is een slimme zet van regisseur Charlotte Sieling. Natuurlijk doet de film nu, bijna een jaar na z’n wereldpremière op het Filmfestival Rotterdam, denken aan de ambitieuzere kunstsatire The Square van Ruben Östlund, al beperkt Sieling zich tot een psychologisch duel. Dat geeft haar echter wel meer tijd om haar personages te doorgronden. Om tijd door te brengen met een pingpongspel tussen een puberale vader en een laconieke zoon, om je eigen sympathieën en antipathieën in kaart te brengen. En meer nog dan een karakterstudie is het een gedragsstudie. Natuurlijk lijken die mannen meer op elkaar dan ze zelf, en vooral ook dan wij willen toegeven. Natuurlijk is Casper net zo eigenwijs als zijn vader, alleen bij hem lijkt het charmant en schattig, terwijl het bij Simon een ingesleten gedragspatroon is geworden.

Afgeraffelde tournure

Als de film aan het einde niet met een afgeraffelde Black Mirror-achtige tournure was gekomen die iets wil zeggen over kunst en privacy, dan had je Mesteren bijna een moderne Dorian Gray kunnen noemen. Een dubbelportret over creativiteit en destructie. Dat dat uiteindelijk niet helemaal werkt heeft met de balans in het scenario te maken. De film is met z’n negentig minuten heerlijk kort. Maar wat nou als dat gesprekje tussen vader en zoon over het feit dat het scheppen van kunst altijd met een prijs komt ook tot een echt inzicht had kunnen leiden? Dan hadden we er als toeschouwers ook van binnen naar kunnen kijken. En niet alleen van buiten. Afstandelijk. Omdat het net iets ‘bigger than life’ blijft. Zoals de werken die de beide mannen maken. Dat dan weer wel.

    • Dana Linssen