Gekozen burgemeester? Kijk eens naar Vlaanderen

Openbaar bestuur

Woensdag debatteert de Tweede Kamer over hoe burgemeesters worden benoemd. Is er iets te leren van het Vlaamse systeem?

De burgemeester van Antwerpen Bart De Wever luistert in een coördinatievoertuig van de brandweer naar uitleg, nadat op de Paardenmarkt in Antwerpen bij een gasexplosie een gebouw is ingestort. Foto Jonas Roosens/ANP

Het stond al in het eerste verkiezingsprogramma van D66: het volk moet voortaan burgemeesters kunnen kiezen. In de veertig jaar dat er sindsdien over wordt gediscussieerd, stapte een D66-minister ervoor op, maar is er weinig vooruitgang geboekt. Woensdagavond probeert de partij het opnieuw: de Tweede Kamer debatteert over een grondwetswijziging die de weg naar de gekozen burgemeester makkelijker maakt.

De grondwetswijziging betekent niet automatisch dat het volk straks direct de burgemeester kiest. Denkbaar is ook een tussenvorm als in Vlaanderen, die parallellen vertoont met de Nederlandse praktijk. Ook de Vlaamse burgemeester wordt van hogerhand benoemd, maar met nadrukkelijke inbreng van de raad. Deze indirecte verkiezing geeft de burgemeester meer legitimiteit, meent Filip De Rynck, hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Gent, zónder dat verkiezingen al te populistisch worden.

De Vlaamse en Nederlandse systemen lijken op het eerste gezicht al behoorlijk op elkaar. Ze behoren tot de weinige in Europa waarin een hogere overheid de burgemeester benoemt. Op lokaal niveau wordt alleen de gemeenteraad gekozen.

Waar in Nederland de aanstelling van een burgemeester echter volledig losstaat van gemeenteraadsverkiezingen, is die er in Vlaanderen rechtstreeks van afhankelijk. En waar de Nederlandse burgemeester voor zes jaar wordt benoemd, is de zittingstermijn van de Vlaamse gelijk aan die van de raad.

Lees ook: Gekozen burgemeester in de herkansing

De burgemeester in Vlaanderen is doorgaans ook iemand die als raadslid is gekozen. Na de verkiezingen schuiven de coalitiepartijen uit hun gelederen de kandidaat-burgemeester naar voren. De Vlaamse minister van Binnenlandse Zaken bekijkt vervolgens of er beletselen zijn om de betrokkene te benoemen. Doorgaans is dat niet zo, of de kandidaat moet bijvoorbeeld een strafblad hebben.

Voorkeurstemmen

De burgemeester is in Vlaanderen in bijna 80 procent van de gevallen degene met de meeste voorkeurstemmen uit de grootste partij. De Rynck ziet daar een belangrijk verschil met Nederland, waar de burgemeester „meer een neutraal figuur” is, „een ambtenaar met een afstandelijke positie en een zekere graad van onpartijdigheid in het politieke debat”.

Vanwege het sterke politieke profiel van de burgemeester en zijn directe afhankelijkheid van de uitslag van de raadsverkiezingen, weegt de lokale verkiezingscampagne in Vlaanderen veel zwaarder dan in Nederland. Waar in Nederland de campagnes voor de verkiezingen van 21 maart nog nauwelijks zijn begonnen, voeren de Vlamingen al maanden campagne voor verkiezingen in oktober. Bestuurskundige Julien van Ostaaijen van de Universiteit Tilburg: „De burgemeester speelt in Nederland bij lokale verkiezingen nauwelijks een rol. In Vlaanderen is de burgemeesterssjerp juist een belangrijke inzet voor de verkiezingen.”

Ook De Rynck stelt vast dat de Vlaamse burgemeester meespeelt in het politieke spel en zich niet van de campagne kan distantiëren. Hij trekt immers als burgemeesterskandidaat met een partij en een programma naar de verkiezingen.

Op kandidaten met een al te sterk profiel is het Vlaamse systeem ook berekend. Mocht de coalitie twijfels hebben, dan kan ze een andere kandidaat voordragen. Maar doordat het raadslid met de meeste stemmen doorgaans burgemeester wordt, is de politieke legitimiteit van Vlaamse burgemeesters bij burgers volgens De Rynck „zeer sterk”.

Vlaamse burgemeesters zijn vaak actief in hun geboorteplaats, bekend met lokale problemen en bij de lokale bevolking

Louis Tobback, oud-minister van Binnenlandse Zaken en bezig aan zijn 23ste en laatste jaar als burgemeester van Leuven, onderschrijft dat. Hij wijst erop dat Nederlandse burgemeesters zelden uit ‘hun eigen stad’ komen. „Het ontbreekt ze daardoor aan legitimiteit.” Vlaamse burgemeesters zijn vaak actief in hun geboorteplaats, bekend met lokale problemen en bij de lokale bevolking.

Juist dit soort democratische legitimiteit voeren D66 en andere voorstanders aan voor de gekozen burgemeester. De Rynck: „Mensen moeten weten waar de belangrijkste burger van de gemeente voor staat. Dat is nodig om met gezag beslissingen te kunnen doorduwen, én om daarop afgerekend te kunnen worden.”

De figuur van de burgemeester speelt de laatste jaren een wat al te grote rol in de lokale politiek, vindt de Gentse bestuurskundige, maar het Vlaamse systeem ondervangt dit nog enigszins. In het buitenland ziet hij voorbeelden waarbij de gemeenteraad totaal gemarginaliseerd werd door de strijd om het burgemeesterschap. Wat hem betreft hoeven „de poorten naar populisme” niet verder open. „Deze vorm geeft evenwicht.”

Tobback en Van Ostaaijen vinden de manier van aanstelling uiteindelijk minder belangrijk dan het systeem erachter. Van Ostaaijen: „De burgemeester in Nederland heeft weinig beleidsbevoegdheden. Dan kun je hem wel met een programma de verkiezingen in sturen, maar hij heeft geen middelen om zijn plannen uit te voeren.”

Tobback vraagt zich af of niet het hele Nederlandse systeem op de schop moet bij gekozen burgemeesters. Zij treden nu vaak op als bemiddelaar tussen partijen. Zou zo’n burgemeester geen neutrale ambtenaar meer zijn, maar een partijprogramma vertegenwoordigen, dan wordt de gemeente volgens hem „volkomen onbestuurbaar”.

    • Anouk van Kampen