Geen film van Svankmajer kan zonder onsmakelijke etenswaar

Profiel Jan Svankmajer In Rotterdam gaat de speelfilm ‘Insects’ van surrealist Jan Svankmajer in première. Net als in zijn animaties gaat het over zijn obsessies. Dit keer geen agressieve sokken, maar wel het oplikken van een kakkerlak.

Jan Svankmajer Foto IFFR

‘Het voordeel van je meest creatieve jaren in een totalitaire staat doorbrengen, is dat je op latere leeftijd ideeën uit de lade kunt trekken die ooit werden afgewezen door de censor”, zei de Tsjechische stop-motionregisseur Jan Svankmajer tijdens een interview in 2014. Een van die afgestofte ideeën is de speelfilm Insects, die volgende week tijdens IFFR in wereldpremière gaat. Hierin maakt een cameraploeg onder leiding van Svankmajer een film over een groepje amateuracteurs dat zich wel heel erg identificeert met de insecten die ze spelen in een toneelstuk. Dat was in de jaren zeventig ‘te misantroop’.

Bekende animatoren zoals de Amerikaanse broers Quay en Monty Python-lid Terry Gilliam noemen de 83-jarige surrealist vaak als hun grote voorbeeld: zijn films vol klei-animaties, cut-outs, stop-motion en menselijk acteerwerk zijn duister, maar tegelijk enorm geestig: het bekendst werd zijn adaptatie van Alice in Wonderland uit 1988.

Wat is de beste film van 2017? Kies jouw favoriete film en maak kans op kaarten voor de NRC Filmdag

Al kan het zich op te jonge leeftijd aan zijn films wagen resulteren in nachtmerries over agressieve sokken, weet ik uit ervaring. Want bij Svankmajer kan alles tot leven komen: biefstukken maken een dansje voor ze in de pan belanden (Meat Love, 1989), opgezette konijnen genieten van een hapje zaagsel (Alice, 1988), boomstronken veranderen in moordzuchtige baby’s (Little Otik, 2000), acteurs worden achtervolgd door hun props, zoals in Insects.

Fragment uit ‘Meat Love’.

Wreedheden

Jan Svankmajer begon zijn carrière als dramaturg en poppenspeler. Hij debuteerde als filmmaker in 1964 met stop-motionanimaties zoals The Last Trick, waarin twee poppen elkaar van hun ledematen ontdoen nadat ze elkaar proberen af te troeven met goocheltrucjes. Niet lang nadat zijn korte film Leonardo’s Diary (1974) in Cannes was vertoond, verbood de censor Svankmajer nog films te maken. Althans: de films vol zwarte humor die hij zelf voor ogen had.

Opmerkelijk is dat de regisseur, die ondertussen samen met zijn echtgenote actief lid was van de Tsjechoslowaakse surrealistische beweging, zich nooit openlijk heeft verzet tegen deze censuur. Hij werkte in de acht jaar waarin hij geen films mocht maken naar eigen zeggen simpelweg als beeldend kunstenaar. De opmerking waarmee hij de proloog van Insects afsluit, lijkt dus vrij veelzeggend voor zijn levenshouding: „Het enige passende antwoord op de wreedheden in het leven, is ermee spotten door je verbeelding te gebruiken.”

Edgar Allan Poe

Vanaf de late jaren tachtig trok Svankmajer internationaal de aandacht met zijn langere producties, vaak gebaseerd op literaire werken, zoals de eerder genoemde Alice en zijn versie van de Faustlegende (1994). In 2005 volgde wat velen het hoogtepunt uit zijn oeuvre noemen: Lunacy. Een persoonlijke interpretatie van twee Edgar Allan Poe-verhalen waarin een jongeman in een psychiatrisch centrum een hedendaagse Markies de Sade tegenkomt. Het resulteert in een mix van waanzin, horror, erotiek en intermezzo’s met koeientongen.

Beeld uit Jan Svankmajers versie van ‘Alice in Wonderland’ (Neco z Alenky)

Svankmajer zelf stelt dat zijn films niet door stijl, maar door persoonlijke obsessies met elkaar verbonden zijn. Zoals zijn kinderangst voor donkere, ondergrondse ruimtes die op verschillende manieren terugkomt in zijn vroege films, opmerkelijke seksuele fetisjen (Conspirators of Pleasure, 1996), of zijn totale afkeer voor iedere vorm van antropocentrisme die centraal staat in zijn nieuwste film. In het satirische toneelstuk Pictures from the Insects’ Life van de broers Capek uit 1921, waardoor Svankmajer zich ditmaal liet inspireren, blijkt er tussen het gedrag van insecten en mensen weinig verschil te bestaan.

Verdikkingskamp

Jan Svankmajer weigert al zijn hele leven een hiërarchisch onderscheid te maken tussen de mensen, poppen en objecten die zijn films bevolken. Veelzeggend omschrijft hij zijn acteurs geregeld als ‘acteerpoppen’. Ook zijn levenslange afkeer van voedsel is weer prominent aanwezig in zijn nieuwste film; geen Svankmajerfilm is compleet zonder enkele close-ups van monden, liefst kauwend op onsmakelijke etenswaar. Zo glipt er in Insects een enorme koeientong uit de mond van een repeterende acteur om een voorbij kruipende kakkerlak op te likken. Zelf verklaart Svankmajer zijn hekel aan eten doordat hij als kind veel te mager was en verplicht moest verblijven in een „verdikkingskamp”. Dat hij daar als beloning voor elke kilo die hij bijkwam een zak snoep kreeg, maakte het trauma compleet.

Opmerkelijk aan Insects is dat Svankmajer voor het eerst ook in zijn film zelf laat zien hoe hij al jarenlang handmatig de meest absurde wanen en illusies creëert, zoals de eerder genoemde kakkerlakoplikscène. Zo zien we tussen de repetities van de acteurs de filmcrew tientallen foto’s maken van een enorme koeientong die is aangebracht op een bordkartonnen tekening en in eindeloos veel posities kan worden gemanoeuvreerd.

Het doorbreken van deze illusie lijkt het sluitstuk van Svankmajers opmerkelijke carrière. Zelf noemt hij Insects zijn laatste lange film. Er kijken geen censors meer mee, maar financiering vinden voor zijn arbeidsintensieve projecten blijkt te moeilijk. Maar helemaal zeker ben je nooit van de statements van deze surrealist. Dat bewijst ook weer de proloog van Insects, waarin de regisseur trots vertelt hoe het script van de film in één keer uit hem rolde. Om na dit vurige pleidooi voor spontaniteit en écriture automatique take na take over te doen omdat het er toch niet helemaal uitkwam zoals hij wilde.

    • Sabeth Snijders