Een ‘prikje’ van een psychotische vrouw

Wie: Joséphine

Kwestie: poging tot doodslag

Waar: rechtbank Rotterdam

Zodra José de rechtszaal binnenkomt, is het duidelijk – zij is niet helemaal in orde. Ze zegt iets te luid ‘hallo!’ tegen familieleden in de zaal en zwaait hun een kushandje toe. Een grote, wat ordeloze vrouw van begin vijftig – ze verblijft nu een jaar en zes weken in het Penitentiair Psychiatrisch Centrum in Zwolle.

„Kom ik hier weer weg?”, informeert ze meteen. Ze zal de rechters herhaaldelijk in de rede vallen. „Wat gaat u met me doen?” En: „Mag ik weer terug naar Zwolle?” De rechters stellen haar zoveel mogelijk gerust. Van het gebruikelijke protocol – ‘U moet goed luisteren en stráks bent u pas aan de beurt’ – is geen sprake. Ze mag terug naar Zwolle „zodra we hier klaar zijn”. Ze zegt: „Maar ik wil niet van een gebouw afgegooid worden.” Nee, echt, dat zal niet gebeuren.

Het wordt ook duidelijk dat José dorst heeft. Haar advocaat zet zijn kan water bij haar neer. En als die leeg is, staat José op en pakt de waterkan van de voorzitter. De parketwacht schiet overeind en fronst, maar de rechters geven ruimte. Zolang José het maar volhoudt en niet onrustig wordt.

Ze wordt ervan verdacht op straat iemand te hebben gestoken met een mes. „Het was maar een klein prikje”, zegt ze. Wat later ook zo blijkt te zijn. Als het slachtoffer uitlegt hoe hij schrok en dat hij nog steeds kampt met angst en stress, zegt ze: „O, sorry dat ik u heb gestoken.” Waarna José de voorzitter uitlegt dat ze dacht dat „die man” destijds veel langer haar had, wat het slachtoffer bevestigt. „We gaan allemaal wel eens naar de kapper”, legt de rechter uit. „Mag ik nu naar Zwolle?” Straks, zegt de voorzitter.

De feiten zijn eenduidig: José, haar leven lang psychiatrisch patiënt, woonde in een ‘forensische woning’ van het Delta-ziekenhuis in Poortugaal. Daar werd ze in november 2016 ’s ochtends vroeg psychotisch – stemmen maakten haar wijs dat de buurman haar wilde vermoorden. José ging met een flink mes naar buiten, trof niet haar buurman, maar wel een bezorger, die ze verwondde in z’n zij.

De officier ziet er poging tot doodslag in. Haar advocaat betwijfelt dat. Dan moet je immers weten wat je doet en de kans op het gevolg accepteren. Was José daartoe in staat? Maar het strafrechtelijke debat heeft niet de overhand. De officier en de advocaat zijn het erover eens dat José 24-uurszorg nodig heeft, in een kliniek die is ingesteld op patiënten met ‘niet aangeboren hersenletsel’.

Uit het honderd pagina’s dikke deskundigenrapport wordt tijdens de zitting vrijwel niets onthuld. Want „dat hebben we allemaal gelezen”. Toch vallen de termen ‘schizofrenie’ en ‘botwoekering in de schedel’ met een kennelijk ongunstige prognose. José zal de komende jaren ‘slechter’ worden.

De belangrijkste vraag is langs welk juridisch traject opname kan worden geregeld. Daartoe is een vertegenwoordiger van de reclassering uitgenodigd, die net als de advocaat niet (en de officier spaarzaam) in de microfoon spreekt. Daardoor is alleen fragmentarisch verstaanbaar dat „crisisplaatsing niet te garanderen is” en opname in een kliniek alleen kan „als ze haar eerst hebben gesproken”. Of José vanuit detentie meteen naar een inrichting kan, blijft ongewis.

De officier eist achttien maanden celstraf, waarvan drie voorwaardelijk, waarna verplichte opname in een kliniek. Het recidiverisico is matig tot hoog. Dat José agressief is geworden, kunnen de deskundigen niet plaatsen. In het verleden was ze dat nooit, ook niet in instabiele periodes. De officier denkt in tegenstelling tot de experts dat José geheel ontoerekeningsvatbaar was, wat een lagere strafeis oplevert.

De rechtbank spreekt haar twee weken later vrij van poging tot doodslag, maar acht poging tot toebrengen van zwaar letsel bewezen. De verdachte was zich voldoende bewust van wat ze deed en waarom. De rechtbank vindt haar, net als de deskundigen, alleen verminderd toerekeningsvatbaar door functie- en gedragsstoornissen. Ze krijgt achttien maanden cel, waarvan drie voorwaardelijk. De officier krijgt het advies José via de Wet bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen gedwongen te laten plaatsen.

    • Folkert Jensma