Bij de dood van een mier

Huisdier

Hoe de aanschaf van een mierenboerderij het gezin van ontregelt.

Foto iStock

De zoon (12) wil mieren. Mieren? Ja, zegt hij, in een mierenboerderij – een soort terrarium. Dat heeft hij gezien bij een vlogger. „Ze kunnen niet ontsnappen”, bezweert hij. En gewiekst mompelt hij nog het woord „educatief”. De ouders zijn dan al om, want het is – zoveel hebben ze ervan begrepen – géén beeldscherm.

Bij de mierenfokker waar online een antquarium wordt besteld, werken alleen mannen. De mierenboerderij blijkt voor jongens te zijn wat het poppenhuis voor meisjes is.

Het verblijf is een bescheiden glazen bakje, met doorzichtige blauwe gel erin. De mieren arriveren in een reageerbuisje per post. Seconden nadat het buisje wordt omgekeerd boven de gel ontstaat paniek in het gezin. Voordat de laatste mieren zachtjes (want: mieren zijn dieren) uit het buisje zijn geschud, kruipen de eerste het verblijf al weer uit.

Familieleden drukken ongecoördineerd het deksel op de ontsnappende mieren. Daarbij, we kunnen het niet mooier maken dan het is, sterft er één de pletterdood.

Het is misschien ook voor de mieren een ingrijpende gebeurtenis, want de volgende ochtend zitten ze met z’n allen op een hoopje in een hoek. Van het beloofde gangen graven komt vooralsnog niets. We hebben iets verkeerd gedaan, denkt het gezin. Te warm, te koud, te droog, te vochtig. Maar halverwege de dag appt de vader: ze graven!!! Gevolgd door foto’s van de mieren in wonderlijk mooie gangen. Tot zijn eigen verbazing zit hij een half uur ademloos te kijken. En ook de andere gezinsleden gaan voor de bijl als ze zien hoe nijver en gecoördineerd de mieren aan de slag zijn. Ze happen kleine blokjes gel af en brengen die weg.

In het gezin gebeurt de volgende dagen iets wat we vooral van vakantie kennen: er wordt steeds meer gepraat over steeds minder gebeurtenissen. Talloze vragen doemen op. Hoe communiceren mieren? Wie besluit wanneer een gang een vertakking krijgt? Slapen mieren? Daarnaast zijn er de ethische discussies (wat heeft de mier hieraan? is dit erger dan vlees eten?).

Te laat wordt opgemerkt dat één van de mieren aan het sterven is. Hij ligt op zijn rug te kreperen in de blauwe gel. Enkele pootjes missen, met de overgebleven pootjes zwaait hij wild in het luchtledige.

De andere mieren doen niets om hun soortgenoot te redden. Sterker nog, ze lopen over hem heen. De moeder kan het al snel niet meer aanzien. „Verlos hem”, gebiedt ze de vader. Die vindt dat „de natuur z’n gang moet gaan”. De moeder brengt daar tegenin dat deze „mieren-gel-toestand” met natuur „toch al niets te maken heeft”. Het is de Oostvaardersplassen-discussie all over again. De kinderen denken dat het nog best goed kan komen. Hoeveel pootjes heb je nou helemaal nodig?

Als de mier steeds minder beweegt, wint de moeder en wordt de mier geëuthaniseerd. De kinderen draaien zich om, zodat ze het niet hoeven te zien. Als ze voorstellen de mier te begraven bij oma in de tuin, komen de ouders bij zinnen. Hup, in de prullenbak ermee. „Het is maar een mier.”

Maar de uren erna heerst er droefenis. Ook de mieren lijken aangeslagen, ze lopen zoekend rond. Maar dat kán projectie zijn.

    • Merel Thie