Conciërge Bobby (Willem Dafoe) en de zesjarige Moonee (Brooklynn Prince) in The Florida Project.

Armoede onder de neus van Assepoester

Sean Baker ‘The Florida Project’ gaat over de ondernemende zesjarige Moonee, die in armoede opgroeit in de schaduw van Disney World. Regisseur Sean Baker: „Met humor komt de boodschap ook over.”

Hun vorige film Tangerine ging over het leven van transseksuele straatprostituees in Los Angeles en was volledig gefilmd op mobiele telefoons. Die film was in 2015 een groot succes op het Sundance Festival. Daarna gingen er plotseling deuren open voor regisseur Sean Baker en zijn creatieve kompaan, coproducent en scenarist Chris Bergoch. Opvolger The Florida Project konden ze maken voor een fatsoenlijk budget van 2 miljoen dollar en met meer professionele middelen.

Toch is The Florida Project nog steeds een bescheiden, innemende film. Centraal staan de avonturen van de ondernemende zesjarige Moonee (Brooklynn Prince) en haar jonge moeder Halley (debutant Bria Vinaite, door Baker van Instagram geplukt). Moeder en dochter zijn neergestreken in een goedkoop motel even buiten Orlando, niet ver van Disney World. Maar dat pretpark had net zo goed op de maan kunnen liggen voor de kinderen die rond het motel scharrelen en opgroeien in uitzichtloze armoede.

Willem Dafoe is in de film te zien als conciërge Bobby, die erop toeziet dat de motelbewoners zich niet schuldig maken aan allerlei illegale activiteiten: drugs, gokken, prostitutie. Baker en Bergoch zijn grote bewonderaars van de Britse meester Ken Loach en wilden het armoedeprobleem in de VS zichtbaar maken, maar wel in een aanstekelijke, zonnige film, die de kijker ook nog enige hoop biedt.

„Het was cruciaal dat de film zich dicht in de buurt van Disney World zou afspelen”, vertelt scenarist Chris Bergoch in Cannes. „Dat deze kinderen opgroeien in de schaduw van het kasteel van Assepoester, heeft natuurlijk iets heel wrangs. Ik stuitte op die situatie, nadat mijn moeder was verhuisd van New Jersey naar Florida in 2005. Toen ik mijn moeder ging opzoeken, zag ik al die gezinnen in motels bivakkeren. Dit soort motels zijn feitelijk de laatste halteplaats voor gezinnen die geen huis meer hebben, voordat ze echt op straat komen te staan. We wilden de aandacht vestigen op de extreme ironie dat er kinderen pal naast het Magic Kingdom zo opgroeien.”

Onverwoestbaar

Door de wereld te bekijken door de ogen van een energieke, onverwoestbare zesjarige konden Baker en Bergoch toch ook een opgewekte film maken. Sean Baker: „Tangerine was ook een film over outcasts, die helemaal onderaan de maatschappelijke ladder bungelen. We behandelden daarin heel trieste situaties, maar wel met een komische manier van vertellen. Met die film wisten we ineens een veel groter publiek te bereiken. Dat heeft denk ik veel te maken met de komische stijl. Daardoor zagen we dat het mogelijk is om het publiek zich te laten inleven in de uiterst moeilijke situatie van de personages, zonder dat je daarvoor een boodschap hoeft op te dringen. Met The Florida Project zijn we eigenlijk verder gegaan op exact dezelfde weg.”

Omdat de film is gesitueerd in het subtropische klimaat van Florida is hij ook meteen een stuk aantrekkelijker dan een film over armoede in minder aangename oorden. The Florida Project baadt in fel zonlicht en felle zuurstokkleuren. Baker: „We hebben de beelden iets boven de werkelijkheid uitgetild. We vertellen het verhaal vanuit een kinderperspectief. Kinderen nemen de wereld nu eenmaal intensiever en feller waar dan wij doen, als volwassenen. Daar ben ik tenminste van overtuigd.”

Wat is de beste film van 2017? Kies jouw favoriete film en maak kans op kaarten voor de NRC Filmdag

Ondergrondse economie

De mensen die zijn gestrand in motels zijn vaak afkomstig uit andere delen van Amerika. Bergoch: „Mensen komen om allerlei verschillende redenen naar Florida. Vaak zijn mensen op zoek naar werk, omdat de economie van Florida in de lift zit, maar weten ze toch nergens tussen te komen. Ze hebben ook niet genoeg geld om verder te trekken en daarom belanden ze in deze goedkope motels. Maar ze moeten wel elke maand aan ten minste 1.000 dollar zien te komen om in zo’n motel te kunnen verblijven. Dat geld moeten ze op de een of andere manier bij elkaar zien te scharrelen. Eigenlijk zijn er bijna geen mogelijkheden om uit die vicieuze cirkel te breken. In de motels komen ook allerlei drugsverslaafden en ex-gevangenen samen, die nergens anders terechtkunnen. Dit zijn echt heel gecompliceerde leefgemeenschappen.”

Conciërge Bobby speurt in de film routinematig naar aanwijzingen of er prostitutie plaatsvindt in de motelkamers. In voorkomende gevallen moeten gasten onmiddellijk hun biezen pakken, want de politie zou zijn motel kunnen sluiten als hij dat zou tolereren. Baker: „Ik hoop van harte dat kijkers zich na de film de vraag stellen of het echt zo wijs en verstandig is om prostitutie te criminaliseren. Daardoor hebben mensen die werken in de seksindustrie totaal geen rechten om op terug te vallen. Ik zou er zeer voor zijn om prostitutie te decriminaliseren, zoals Amnesty International bepleit. Voor veel mensen is de ondergrondse economie de enige manier om aan inkomsten te komen.”