Liever animeermeisje dan de heilstaat van Maduro

Grensconflict

Van de Venezolanen die naar Aruba, Bonaire en Curaçao komen, werkt een deel als animeermeisje. Uitbuiting ligt op de loer.

Links: een Curaçaose ‘snèk’. Rechts: vrouwen in Campo Alegre, de enige plek op Curaçao waar prostitutie legaal is. Foto’s Bea Moedt

Uit een box dreunt keiharde salsa. Op de dansvloer draaien stelletjes dicht tegen elkaar geplakt hun rondjes, terwijl de muurbloempjes verveeld wachten tot zij ten dans gevraagd worden. Stap de D&D Bar binnen en je waant je in Zuid-Amerika. Venezuela om precies te zijn. Aan de muur hangt de rood-blauw-geel gestreepte vlag van Venezuela. Alle vrouwen zijn Venezolaans. Spaans is de voertaal en plastische chirurgie eerder regel dan uitzondering.

De bar staat echter niet in de noodlijdende, socialistische heilstaat van de autoritaire president Nicolás Maduro. Hij ligt aan de Cubaweg, een uitgaansstraat op Curaçao. Het is een zogenoemde snèk: een laagdrempelige uitgaansgelegenheid langs de kant van de weg, zoals die over het hele eiland te vinden zijn. Maar aan de Cubaweg, in de door straatbendes gecontroleerde wijk Buena Vista, komen snèk-bezoekers niet alleen voor een drankje. Ze komen er om contact te leggen met Venezolaanse animeermeisjes.

Lees ook: Vanwege smokkel sloot president Maduro de grens. Maar zijn eigen leger zit juist achter die smokkel, zeggen onderzoekers.

Nu Venezuela langzaam – maar heel zeker – instort, zoeken steeds meer inwoners hun heil in het buitenland. Vooral in de grote buurlanden Brazilië en Colombia, maar ook op de plukjes Nederlands koninkrijk die als een soort Waddeneilanden voor de Venezolaanse noordkust liggen. Mannen kunnen er bijvoorbeeld zwart in de bouw werken, vrouwen als huishoudelijke hulp of in de snèks.

Michelle kwam 5 januari aan op het eiland. „Nog nét op tijd”, vertelt de Venezolaanse, wiebelend op hoge sleehakken aan de bar van een Chinees restaurantje dat is omgebouwd tot snèk. Aan het systeemplafond van Ling Hua - Bar Restaurant bungelen nog rode lampionnetjes met Chinese karakters, maar achter de bar hangt een Venezolaans voetbalsjaaltje.

De dag dat Michelle aankwam, kondigde de Venezolaanse president Maduro af al het lucht- en zeeverkeer met Aruba, Bonaire en Curaçao stil te leggen. Dit omdat de Benedenwindse Eilanden spil zouden zijn in de smokkel van goud, erts en diamanten uit zijn land – een grenssluiting waarvan nog onduidelijk is of hij deze dinsdag afloopt.

Ezelvlees

Michelle (21 jaar) is hier om geld te verdienen dat ze naar huis kan sturen, vooral naar haar vierjarige dochter, Sophia. „Alles in Venezuela raakt inmiddels op. Zelfs de ezels worden nu opgegeten. Héél taai vlees.”

Toen ze op het eiland aankwam, at ze als eerste een bord goed gevulde soep, vertelt de jonge vrouw. Ze werkte al twee keer op Aruba, maar heeft nu voor Curaçao gekozen. „Ik wissel het af om niet te veel op te vallen.”

Venezolanen mogen legaal elk jaar drie maanden blijven. Maar als ze na die tijd niet weggaan of hun visavoorwaarden overtreden, worden ze gedeporteerd. Het aantal deportaties steeg tussen 2016 en 2017 met 50 procent. Wie ooit gedeporteerd is, komt het land voor een tijd niet meer legaal binnen.

Michelle (21) stuurt het geld naar haar dochter van 4 in Venezuela

De meeste Venezolanen komen met het vliegtuig, maar wie clandestien naar de eilanden wil, is aangewezen op smokkelbootjes. Maduro’s blokkade kon niet voorkomen dat daarmee begin vorige week een drama plaatshad op zee. Een bootje met naar schatting 28 opvarenden sloeg stuk op de ruige noordkust van Curaçao. Van drie mannen en twee vrouwen spoelden de levenloze lichamen aan. Wat met de anderen gebeurd is – verdronken of toch ontkomen – is onduidelijk.

De slachtoffers kwamen bijna allemaal uit hetzelfde plaatsje, La Vela de Coro, aan de noordkust. Hun nabestaanden daar vertellen aan lokale journalisten dat ze wegvluchtten voor de honger en schaarste. De moeder van Jeanaury Jiménez (18), het jongste slachtoffer, zei tegen CNN en Español dat haar dochter eerder op het eiland werkte als huishoudelijke hulp, gedeporteerd was en nu terugging „om de familie te helpen”.

In het Chinese danslokaal weet ook Kunya zeker dat veel van de opvarenden Venezolanen zijn geweest die eerder van de Antillen gedeporteerd waren. „Een tocht met een illegale lancha kost honderd dollar, een vliegticket net zoveel of net iets meer. Waarom zou je dat risico lopen als je ook kan vliegen?”, vraagt ze. De zee rond Curaçao staat als ruig bekend en de pakkans door de goed uitgeruste kustwacht is relatief hoog.

Campo Alegre

Dat er mensen zijn die toch op de smokkelbootjes stappen, tekent de wanhoop. Maar ook de verlokking die voortvloeit uit het enorme welvaartsverschil. Zo bedraagt het minimumloon in Venezuela omgerekend nog geen 10 euro, per maand. Daar is vervolgens ook nog eens alleen met grote moeite wat van te kopen, omdat er aan alles tekorten zijn.

Een Curaçaose snèk. Foto Bea Moedt

Nazareth Sánchez daarentegen kan haar familie in een goede maand wel tot 500 Antilliaanse gulden (circa 200 euro) opsturen, vertelt de 23-jarige Venezolaanse in de D&D Bar. Het geld is voor haar zoon (4) en dochter (7) die bij Sánchez’ naar Colombia gevluchte moeder wonen.

Op Curaçao is prostitutie alleen legaal in Campo Alegre, een uitgestrekt bungalowpark dat in de jaren vijftig door de staat werd opgezet om alle sekswerkers op één plek te houden. In dit adult resort werken vooral Dominicaanse en Colombiaanse vrouwen, de nationaliteiten die van oudsher de prostitutie op het eiland draaiende houden. De vrouwen werken er drie maanden en gaan dan weer naar huis, de ‘besten’ met enkele tienduizenden dollars.

Venezolaanse vrouwen tref je niet in ‘Campo’. Die werken zoals prostituees in Zuid-Amerika doorgaans doen: in een schemerzone. Betaalde seks is in de conservatieve regio vaak geen legale, zakelijke transactie, maar eerder een enigszins impliciete uitwisseling van intimiteiten voor welvaart.

In dit grote grijze gebied circuleren allerlei creatieve eufemismen. Op Cuba heten de meisjes en jongens die enkele uren of dagen optrekken met westerse sekstoeristen bijvoorbeeld jineteras en jineteros: letterlijk te vertalen als ‘jockeys’, omdat ze op de rug van hun klant meerijden. In Colombia heten ze chicas prepago (prepaid meisjes), in Venezuela en Mexico heten animeermeisjes in bars ficheras (naar de fiches waarmee ze betaald krijgen).

Ontmoetingslokaaltjes

De vrouwen in de snèks heten ‘trago girls’. Die naam slaat op het businessmodel waarmee de meisjes hun basissalaris verdienen. Ze pappen pas echt met mannen aan nadat ze een trago (drankje) hebben gekregen. Die drankjes, vaak een mierzoete limonade of licht-alcoholische mix, kosten de klant zes gulden (bijna drie euro). Daarvan gaat één gulden naar de kroeg en vijf naar de vrouwen.

Er zijn berichten dat er vrouwen worden gedwongen dit werk te doen. Ze zouden onder andere voorwendselen naar het eiland gelokt worden door mensensmokkelaars. Die schieten hun ticket voor, maar laten hen vervolgens als trago girls hun schuld afbetalen. Sommige snèks zijn in handen van Antilliaanse bendes. Ook de Chinezen die 24-uurswinkels bestieren, springen nu in de business. Zij openen ontmoetingslokaaltjes naast hun toko’s.

Soms vindt een trago girl ‘iemand met wie het klikt’, die haar ‘een beetje helpt’

Minister Quincy Girigorie (Justitie) noemde de opvarenden van de verongelukte boot donderdag „jonge mensen die waarschijnlijk slachtoffer zijn geworden van mensenhandel”. In 2017, zei hij ook, zijn vier keer meer ongedocumenteerde migranten opgepakt dan in 2016. De Curaçaose regering is een ontmoedigingscampagne begonnen via sociale media.

De vrouwen bezweren intussen geen andere diensten te verlenen dan een beetje flirten, schuifelen en flikflooien op de dansvloer. Maar sommigen vragen ook al snel telefoonnummers uit te wisselen. Nazareth Sánchez omschrijft haar baan zo: „Ik ben een trago girl. Maar soms vind je iemand met wie het klikt, daar spreek je buiten mee af. En die helpt mij dan een beetje.”

    • Merijn de Waal