opinie

    • Joshua Livestro

Onderzoek slavernij draait niet om schuld

‘Ik draag geen schuld en ik schaam me ook niet voor de vaderlandse geschiedenis.” Aldus de historicus Hubert Peters onlangs in de Volkskrant over het Nederlandse slavernijverleden. Zijn collega-historicus Piet Emmer verklaarde in dezelfde krant dat het „waanzin” zou zijn om te proberen onze geschiedenis door de bril van het heden te beschouwen. Dat laatste kan volgens hem ook helemaal niet. Het verleden is een vreemd land: „We moeten het verleden niet willen uitwissen, maar bewaren, bestuderen en begrijpen. En vervolgens mogen we heel blij zijn dat we vandaag leven.”

Deze uitspraken vormen onderdeel van een opmerkelijk krampachtige poging van commentatoren ter rechterzijde om het nieuwe debat over het Nederlandse slavernijverleden in de kiem te smoren. Men vreest blijkbaar dat activisten ons een collectief schuldgevoel willen aanpraten om zo politieke concessies af te dwingen.

Maar hoe realistisch is dat angstscenario? De groep in kwestie neemt in onze samenleving een marginale positie in – dat is juist een van de grieven waarop zij hun roep om aanvullend historisch onderzoek hebben gebaseerd. Als verandering op maatschappelijk of politiek niveau er al komt, dan gebeurt dat uitsluitend wanneer een brede meerderheid na het lezen van het onderzoek ervan overtuigd raakt dat verandering rechtvaardig is.

Het verzet tegen een nieuw debat over ons slavernijverleden lijkt me verder gebaseerd op een reeks misverstanden. Het gaat om te beginnen helemaal niet om schaamte of schuld. Niemand die nu leeft, kan persoonlijk worden aangesproken op misstanden uit een ver verleden. Van „uitwissen” van delen van ons verleden is ook geen sprake. Sterker nog, de ambitie van de voorstanders van nader onderzoek is nu juist om méér geschiedenis bloot te leggen.

Onderzoek over ons verleden kan nooit leiden tot morele achteruitgang in het heden

Het ultieme doel van dit soort historisch onderzoek is daarnaast niet om vanuit het heden te oordelen over ons verleden. We weten allang dat slavernij verwerpelijk was. Dat maakte het afschaffen ervan ook een indrukwekkende daad van rechtvaardigheid. Het doel van nieuw onderzoek lijkt eerder het tegenovergestelde: met vollediger kennis van het verleden het heden opnieuw beschouwen. Al onderzoekend kunnen we wellicht bepaalde zaken uit het verleden in onszelf gaan herkennen. Niet noodzakelijk op persoonlijk niveau, maar wel op cultureel vlak: in onze normen en gebruiken, ons vocabulaire en de diepere lagen van ons denken.

De claim van voorstanders van onderzoek is daarbij dat het slavernijverleden nog altijd op een negatieve manier doorwerkt in het heden: in hún heden en wellicht zelfs in het onze. Of dat klopt, weten we uiteraard niet bij voorbaat. Het kan goed zijn dat Emmer gelijk heeft: dat dit deel van onze geschiedenis voltooid verleden tijd is en we vooral „heel blij mogen zijn dat we vandaag leven”. Dit is nu bij uitstek iets dat we via aanvullend onderzoek en maatschappelijk debat kunnen bepalen. Het bij voorbaat afkappen zou dan ook misplaatst zijn.

Het lijkt me bovenal uitgesloten dat nieuw onderzoek ons nationaal zelfbeeld wezenlijk zou kunnen aantasten. De kern ervan wordt immers gevormd door het geloof dat onze geschiedenis een lange mars vormt richting vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid. Onderzoek over ons verleden kan nooit leiden tot morele achteruitgang in het heden. We kunnen hooguit besluiten dat het Nederland van morgen nóg vrijer, gelijker en rechtvaardiger moet worden. Dat lijkt me bepaald niet iets om te vrezen.

Joshua Livestro is hoofdredacteur van opiniesite Jalta.nl.
Lees ook: ieder tijdsgewricht ruziet over wie held is en wie schurk, schrijft Karwan Fatah-Black: Vasthouden aan koloniale nostalgie helpt niemand verder.
    • Joshua Livestro