‘Lesgeven moet een bewuste keuze zijn’

Onderwijs Het lerarentekort in de bètavakken wordt steeds groter. De oplossing: een spoedcursus lesgeven voor technici uit het bedrijfsleven. Maar werkt dat wel?

Gerard Döbken, van huis uit bouwkundige, stapte vijf jaar geleden over naar het onderwijs. Foto Kees van de Veen

‘Ik help je op gang”, zei de teamleider van het vmbo tegen Gerard Döbken (61) toen hij vijf jaar geleden in Delfzijl zijn eerste lesdag zou meemaken als leraar. Döbken, voormalig bouwkundig ondernemer gespecialiseerd in interieurs, had nog nooit lesgegeven. De teamleider bracht hem naar het praktijklokaal. Daar zaten leerlingen die een maand lang geen les hadden gehad. „Dit is de nieuwe docent”, zei de teamleider aan de klas. Tegen Döbken: „Nou Gerard, succes.” En hij verdween.

Nu het lerarentekort vooral in de bètavakken steeds groter wordt, komen dit soort situaties vaker voor: docenten die zonder enige ervaring voor de klas komen te staan. Deze ‘zij-instromers’ mogen twee jaar lang onbevoegd lesgeven, daarna moeten ze een tweedegraads (voor de onderbouw) of eerstegraads diploma (voor de bovenbouw) hebben. In principe, want nood breekt wet. Döbken kent vestigingen van scholen waar geen enkele wiskundeleraar bevoegd is.

Er zijn de laatste jaren verscheidene projecten opgezet om de overstap vanuit bedrijfsleven of overheid naar het onderwijs te stroomlijnen. Universiteiten en hogescholen maakten in december bekend dat ze samen met bedrijven geschikte kandidaten gaan helpen om versneld voor de klas te staan.

Zo gaat Shell in een pilot werknemers die moeten vertrekken, wijzen op vacatures in het onderwijs. Technici en andere academici – een groep die schaars is in het onderwijs – krijgen een assessment en een spoedcursus van een paar maanden. Ook moeten zij een paar dagen meelopen bij een school.

Software-ingenieur Sander van Daatselaar (46), afkomstig van het chipmachinefabrikant ASML, wil op eigen initiatief zij-instromer worden. Voor de klas staan lijkt hem een welkome afwisseling voor zijn loopbaan. Hij zal deze maand een crash course in het leraarschap volgen bij het Schoolbureau. Deze organisatie leert kandidaten in elf dagen – in zowel theorie als de praktijk – wat het lesgeven op een brede scholengemeenschap of een vmbo-school betekent. „Ik spring meteen in het diepe”, zegt Van Daatselaar. „Bij ASML heb ik geleerd mezelf te redden en dat moet ik hier ook doen.”

Lees meer over het tekort aan leraren in dit opinie-artikel van Alexander Rinnooy Kan en Ilse van Eekelen: Lerarentekort urgenter dan ooit

Meteen een baan

„Het eerste jaar lesgeven is het moeilijkste”, zegt Rinie van Ommeren (56), wiskundeleraar aan het Pantarijn vmbo in Kesteren, voorheen technisch monteur bij de Nijmeegse chipmaker NXP. De ene na de andere fabriek sloot, dus begon hij naast zijn werk aan een hbo-opleiding voor leraar wiskunde. Toen hij in 2014 na vier jaar studie zijn tweedegraads lerarendiploma had gehaald, vertrok hij bij NXP en kreeg vrijwel meteen een baan. Onderwijs bevalt hem. Als hij nu de keuze zou krijgen om weer bij NXP te gaan werken, zou hij dat niet meer willen.

Het eerste jaar, bij een vestiging van de school in Rhenen, twijfelde hij weleens of hij tijdens de les moest ingrijpen of niet. „Propjes gooien, geluidjes maken: leerlingen proberen de docent uit. Als je boos wordt, ervaren ze dat als een groot succes.”

Het meeste had hij aan de wijze raad van een collega: het hoort bij de leeftijd dat die leerlingen geintjes uithalen. Het is nooit persoonlijk bedoeld. In dat zware, eerste jaar zag hij aan het eind van de les soms 25 propjes rond het bord liggen. Nu ligt er geen enkele meer. Het gekke is, vertelt hij, dat de leerlingen uit zijn tweede klas dit jaar eindexamen deden en tijdens de ceremonie zeiden dat ze hem de leukste leraar vonden.

Lees ook: ‘Lerarentekort’ is nergens genoemd en dat is tekenend, zegt de sector

Gezamenlijk opruimen

Ook Gerard Döbken wist zich uiteindelijk te redden. Zijn eerste lessen begon hij met het gezamenlijk opruimen van het technieklokaal en het bespreken van de gereedschappen. Hij haalde zijn lesbevoegdheid techniek en begon aan een tweedegraads opleiding wiskunde aan de NHL Hogeschool in Groningen. Over een paar maanden hoopt hij af te studeren. De kosten – 6.000 euro collegegeld per jaar omdat het zijn tweede studie is – had hij ervoor over. Voor een paar jaar kreeg hij een lerarenbeurs.

Nu hoef ik tenminste niet zelf achter mijn klussen aan

Op het vmbo in Delfzijl moest hij weg: wegens bevolkingskrimp waren er steeds minder leerlingen en hij had geen vast contract. Inmiddels is Döbken in vaste dienst bij detacheringsbureau Maandag. „Nu hoef ik tenminste niet zelf achter mijn klussen aan.” Hij geeft les aan een havo en vwo en vervangt een wegens een gebroken voet uitgeschakelde leraar wiskunde op een school in Assen. Op het vwo doen de leerlingen actiever mee, aldus Döbken. Ze stellen vragen en klagen als medeleerlingen teveel storen.

In september zullen de eerste leraren uit de pilot van Shell voor de klas staan. Terwijl ze lesgeven, kunnen ze hun bevoegdheid halen. Als het lukt komen er eindelijk meer universitair opgeleide docenten, zo is het idee.

Ebrina Smallegange, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Wiskundeleraren noemt het zij-instromen een mooi streven. „Iedereen die leraar wil worden: fantastisch. Maar ik hoop wel dat het een positieve keuze is.” Ze is bezorgd of leraren niet te snel worden opgeleid. Zo zijn er zijn in het verleden wel meer projecten gelanceerd om het lerarentekort te bestrijden, zoals ‘Wijs Grijs’. De resultaten bleken wisselend. Smallegange: „Wat ik hoor is dat zij-instromers snel afhaakten.”

Het leraarschap lukt niet als mensen daar noodgedwongen terechtkomen, denkt Gerard Döbken. Het moet volgens hem een weloverwogen keuze zijn. Daarnaast is het leraarschap misschien niet voor iedereen weggelegd. „Er gebeurt veel in een klas, je moet overal oog en oor voor hebben. Als je dingen op tijd ziet, gaan de lessen gemakkelijker. Je moet tegelijkertijd een olifantenhuid en voelhorentjes hebben.”

    • Maarten Huygen