In Rusland woedt een oorlog om land

Landroof in de Koeban De collectieve boerenbedrijven uit de Sovjettijd werden verdeeld onder de werknemers. Nu azen grote agroholdings op hun land.

Gedupeerde landeigenaren voor het dorpshuis van de kolchoze in Novotitarovskaja. In het midden advocaat Vladimir Sjamsjoerov. Boerenleider Aleksej Voltsjenko is de derde van links. Foto Konstantin Salomatin

Het zuiden van Rusland is heel anders dan het noorden. Hier geen eindeloze naaldbossen en armoedige dorpen, maar vruchtbare akkers, omzoomd met populieren. Aan de horizon werpen combines grote stofwolken op.

Hier in de Koeban domineerden vroeger de kolchozen en sovchozen, de collectieve boerenbedrijven uit de Sovjettijd. Nu regeert het grootkapitaal en maken enorme agroholdings de dienst uit. Kleine boeren zijn de dupe: ze moeten hun land voor een kleine vergoeding in beheer geven of worden simpelweg onteigend. Het protest daartegen groeit. In 2016 haalden boze boeren het landelijke nieuws met een optocht van tractoren richting Moskou. De Koeban, een conservatieve streek die altijd trouw op Poetin stemt, is aan het gisten.

Boerenleider Aleksej Voltsjenko heeft ons op het vliegveld opgepikt, maar het is vooral advocaat Vladimir Sjamsjoerov die vertelt. Over de agroholding van miljardair Oleg Deripaska, die de kolchoze van Novotitarovskaja heeft opgeslokt. Honderden dorpsbewoners zijn hun land kwijt. Waar vroeger gemengde bedrijven stonden, heerst nu monocultuur: links en rechts van de weg zien we verlaten stallen, haveloze gebouwen zonder dak. „De holding verbouwt alleen maïs, graan, soja”, zegt Sjamsjoerov. Hij wijst: „Dat was vroeger een bloeiend melkveebedrijf.” Ook van het dorpshuis is niet veel over. Dit was ooit het kloppend hart van de kolchoze. Er werd gegeten, gedronken, gedanst, er waren voorstellingen. Nu is het grotendeels afgebrand – aangestoken, zegt men. Binnen ruikt het naar pis.

Kleine boeren moeten hun land voor een kleine vergoeding in beheer geven of worden simpelweg onteigend.

Tientallen gedupeerden hebben gehoor gegeven aan onze oproep om hun verhaal te doen. Sommigen hebben nog op de kolchoze gewerkt. Anderen kennen de kolchoze uit de verhalen van hun ouders. In 1992 werd de kolchoze geprivatiseerd. Alle werknemers kregen een klein stukje land: 2,7 hectare, 5 hectare. Sommigen bewerkten het zelf. Anderen ‘verhuurden’ het en werden betaald in natura: 100 kilo suiker, 80 liter zonnebloemolie.

Larisa Anochina (61) heeft thuis de stukken die haar eigendom bevestigen. Maar ook miljardair Deripaska beschikt over documenten waarin staat dat zijn holding eigenaar is van het land. Anochina en de anderen zijn onteigend – met valse stukken, die door de rechtbank in Krasnodar als authentiek zijn bestempeld. „Maar ik betaal wél belasting over het land”, zegt Anochina. De andere kolchozniki knikken driftig mee: zij óók.

Oogst gestolen

De Koeban is altijd relatief welvarend geweest. De afgelopen tien jaar zijn de prijzen van levensmiddelen gestegen, en is landbouw een winstgevende onderneming geworden. Westerse sancties – of beter gezegd, het Russische importverbod op landbouwproducten uit de EU – hebben de prijzen verder opgestuwd. Maar het zijn de agroholdings die profiteren. Boeren die hun land niet in gebruik willen geven, worden onder druk gezet. Huizen gaan in vlammen op. Soms wordt de oogst gewoon gestolen.

De wetteloosheid wordt afgedekt door bestuur en rechterlijke macht, zeggen de boeren. Het landjepik leidt tot eindeloze procedures. Wie de rechter het meest betaalt, wint. In de zomer was er een schandaal rond de bruiloft van de dochter van rechter Jelena Chachaleva, die ruim 2 miljoen dollar zou hebben gekost. Chachaleva is de rechter die de onteigening van Larisa Anochina goedkeurde.

Van het bestuur hoeven gedupeerde landeigenaren evenmin wat te verwachten. Politici hebben zélf belangen, tot in Moskou toe. De Russische minister van Landbouw, Aleksandr Tkatsjov, was veertien jaar gouverneur van Krasnodarski Kraj, zoals de regio officieel heet. Hij is niet alleen de grootste landeigenaar van de Koeban, maar van heel Rusland. Zijn bedrijf Agrokompleks (omzet 640 miljoen euro, 24 duizend werknemers) staat officieel op naam van zijn vrouw.

Boerderij in de Krasnodar regio. Foto Konstantin Salomatin

Het zijn machtige tegenstanders voor een kleine boer als Aleksej Voltsjenko. Hij is uitgegroeid tot een van de gezichten van het boerenprotest en vertelt erover in de keuken van zijn bescheiden huis, waar zijn vrouw geroosterde kip met salade serveert. De tomaten zijn verrukkelijk.

Ook Voltsjenko’s ouders kregen begin jaren negentig land toebedeeld – in theorie. In de praktijk kwam het land van kolchoze ‘Oktober’ in handen van de lokale zakenman Oleg Makarevitsj en moesten de Voltsjenko’s het doen met huur in natura: twee ton graan, 20 liter zonnebloemolie en een zak suiker per jaar. Toen het gezin in 2005 besloot het land zelf te gaan bewerken, weigerde Makarevitsj het af te staan. Pas na jaren procederen en een demonstratie met enkele honderden boeren, kreeg Aleksej Voltsjenko zijn eigen land in gebruik. Sindsdien, zo vertelt Voltsjenko, zint Makarevitsj op wraak.

In 2012 groeven graafmachines een diepe gracht rond de akkers van de voormalige kolchoze. Daarna maakte Makarevitsj bekend dat de enige weg naar de velden privébezit was geworden, en verboden terrein. Voltsjenko: „Maar hoe komen we dan op ons land, vroegen we hem. Per helikopter, zei hij.” Een wel heel creatieve vorm van landroof, grijnst Voltsjenko. Maar dergelijke praktijken staan niet op zichzelf. „De namen verschillen, maar de problemen van de boeren zijn steeds dezelfde.”

Mars van de tractoren

In augustus 2016 besloten Voltsjenko en enkele tientallen collega’s om op de trekker te springen en verhaal te gaan halen bij president Poetin zelf. De ‘Mars der tractoren’ had moeten eindigen op het Rode Plein, maar werd al staande gehouden in Rostov aan de Don. De actievoerders werden aangehouden en vastgezet. Voltsjenko kreeg een boete van 30.000 roebel (ongeveer 450 euro). Na terugkeer in Krasnodar moest hij nog eens tien dagen de cel in.

Voltsjenko vertelt het allemaal met een stoïcijns gezicht. Over het persoonlijke bevel van Poetin om iets te doen aan de illegale onteigeningen. Over hun ontmoeting met de Russische senaat, en met Aleksandr Bastrykin, de machtige baas van de Russische anticorruptiedienst. Allemaal tevergeefs: „Minister van Landbouw Tkatsjov heeft er belang bij dat het landbezit in de Koeban niet op orde wordt gebracht. Zolang hij minister is, zal hier niets ten goede veranderen.”

De tweede mars der tractoren ging niet door: drie dagen voor vertrek werd Voltsjenko twaalf dagen vastgezet. Een andere boerenleider, Oleg Petrov, zat vier maanden in voorarrest na beschuldigingen van fraude. „Wij gaan door met vechten”, zegt Voltsjenko op dezelfde toon als waarmee hij vraagt of we nog thee willen.

Bloedrode Sovjetvlag

Nina Karpenko zet haar witte terreinwagen stil en wijst: háár land. Maar dan ziet ze ineens iets wat haar niet bevalt, en ze trekt haar goudkleurige iPhone.

„Vadim, waar is de Sovjetvlag?”

Dat is de regel bij Karpenko: op elk gebouw wappert zowel de Russische driekleur als de bloedrode vlag van het Sovjetregiment dat deze streek heeft verdedigd. De Koeban heeft zwaar geleden tijdens de oorlog, zal ze later vertellen. Juist daarom zijn patriottisme en vaderlandsliefde hier diepgeworteld. En scheldt men op het lokale bestuur, maar kan president Poetin nog steeds geen kwaad doen.

Dorpsbewoners trekken naar de stad. Of het kleine ziekenhuis openblijft, is de vraag.

Privolnaja ligt aan de lagunes van de ondiepe Zee van Azov. In Sovjettijden was er een kolchoze (‘Lenin’) en een gecollectiviseerde vissersvloot. In de jaren negentig werden beide geprivatiseerd. Dat was de tijd dat Karpenko (61) hier arriveerde. Toen haar man – destijds burgemeester – omkwam bij een auto-ongeluk, werd ze de kostwinner. Toen al begon ze met het kopen van land. Inmiddels heeft Karpenko zo’n 960 hectare verzameld en 15 mensen in dienst. Niet al het land is haar bezit: 350 dorpsgenoten hebben hun grond aan haar verhuurd. „Ik ben er trots op dat ze hun vertrouwen in mij hebben gesteld. Karpenko betaalt ze twee keer zo veel als ze daarvoor kregen.

Niet iedereen is blij met de ondernemersgeest van Karpenko. Grootgrondbezitters zien ‘hun’ boeren met lede ogen vertrekken en liggen dwars. De eerste verdieping van haar huis ligt vol stapels dossiers, want Karpenko is voortdurend aan het procederen. Achter haar hek huist een enorme Kaukasische berghond, die zo vals is dat gasten niet alleen over het tuinpad mogen. „Voor de veiligheid”, zegt Karpenko monter.

In 2013 liet het enorme Pokrovski-concern weten dat het Karpenko wilde uitkopen. Ze weigerde: „Ik had natuurlijk alles kunnen verkopen en in Sotsji op het strand kunnen gaan zitten”, zegt ze. Maar ze wil op haar land blijven – voor zichzelf en voor het dorp. De grote agroholdings, zo vertelt ze, leiden tot een verlies van arbeidsplaatsen: door de schaalvergroting zijn minder mensen nodig. Dorpsbewoners trekken naar de stad. Of het kleine ziekenhuis openblijft, is de vraag.

Volgens Karpenko moeten er wettelijke beperkingen komen op het grootgrondbezit in Rusland. Anders, zegt ze, zullen dorpen als Privolnaja verdwijnen. „We strijden voor het recht om te wonen op het land dat we bewerken”, zegt ze. „Opdat mijn kleinkinderen ook nog in dit huis zullen wonen.”