Honderden mensen doen mee aan de actie 'Gas terug' van FNV en Groningers in Opstand. De stoet passeert gaslocatie Kolham.

Foto Kees van de Veen

Hoe wordt het verzakkende Groningen ooit weer veilig?

Deze dinsdag spreekt de Tweede Kamer met minister Wiebes over de gaswinning in Groningen. Die staat sinds de aardbeving in Zeerijp weer volop in de aandacht. Dit is wat je moet weten om dit ingewikkelde dossier te begrijpen.

Het is pas een week geleden, maar de gasbeving bij Zeerijp van maandag 8 januari (3,4 op de schaal van Richter) heeft het nodige teweeggebracht in het dossier-Groningen. Er waren een week later ruim 2.900 schades gemeld, verschillende partijen in de regio buitelden over elkaar heen met voorstellen om de gaswinning te verlagen, premier Mark Rutte (VVD) bakkeleide met lokale bestuurders over wie er verantwoordelijk is voor het uitblijven van een nieuw schadeprotocol voor gasschade, en minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) bracht een hectisch bezoek aan Zeerijp.

  1. Wat is er aan de hand in Noord-Groningen?

    In het noordelijke deel van de provincie kunnen bevingen voorkomen veroorzaakt door de gaswinning die onder de grond plaatsvindt. Kort samengevat levert dat schade op aan alle gebouwen in het gebied. Pas na de zwaarste beving ooit, bij Huizinge op 16 augustus 2012 (3,6 op de schaal van Richter), werd dit probleem landelijk erkend. Het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) concludeerde na onderzoek dat er meer en sterkere bevingen konden volgen en adviseerde per direct minder gas op te pompen.

    Eerder waren er ook al bevingen in Groningen, maar die waren doorgaans een stuk minder krachtig. Sinds ongeveer 2010 nam het aantal bevingen toe.

  2. Hoe ontstaan de bevingen?

    Het gas in Groningen zit op ongeveer drie kilometer diepte in poreus zandsteen – niet in een grote bubbel gas dus, zoals vaak gedacht wordt. Als je het gas uit de grond haalt, blijft alleen het zandsteen over om het bovenliggende gesteente te dragen. Die laag kan door de geringere draagkracht met schokken indalen. Ook geleidelijk trouwens – maar dat leidt niet tot bevingen.

    Drie kilometer is voor bevingen heel ondiep: ‘natuurlijke’ aardbevingen, veroorzaakt door het schuiven van tektonische platen, vinden vaak veel dieper plaats, meestal op tien maar soms op wel honderd kilometer onder het aardoppervlak. De gasbevingen in Groningen zijn door de geringe diepte zeer goed voelbaar, ook al zijn ze niet zo krachtig. Uitzondering zijn de kleinere bevingen van rond de 1 op de schaal van Richter. Die komen tientallen keren per jaar voor en worden zelden gevoeld.

  3. Over welke dingen zijn de bewoners boos?

    Ten eerste zijn veel inwoners van het bevingsgebied al tijden ontevreden over de schadeafhandeling. Het grootste deel van de schademeldingen sinds 2012 is afgerond: ongeveer 70.000 van de 80.000 meldingen. Daarmee is een bedrag van ongeveer 515 miljoen euro gemoeid. Maar om een vergoeding te krijgen moest je als bewoner een langdurige procedure doorlopen waarbij de scheuren onder andere werden beoordeeld door een bureau dat door de gaswinner, de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), werd ingehuurd. Het gaf de bewoners het idee dat de slager zijn eigen vlees keurt.

    Inmiddels wordt er nog steeds gewerkt aan een nieuw ‘schadeprotocol’. Het overleg daarover begon op 1 april 2017 en had eigenlijk drie maanden later klaar moeten zijn.

    Los van de schadeafhandeling hebben veel bewoners het gevoel dat de overheid niet naar hen omkijkt: in 2013 werd de gaswinning juist verhoogd, ondanks het tegenovergestelde advies van toezichthouder SodM. Pas toen de regering meermaals was teruggefloten door de Raad van State ging de gaswinning omlaag. Veel Groningers hebben daardoor het idee dat ze in Den Haag niet serieus worden genomen – een gevoel dat versterkt werd toen de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) in 2015 concludeerde dat winst jarenlang belangrijker is geweest voor de NAM en het ministerie van Economische Zaken dan veiligheid.

    Ten slotte speelt ook mee dat sommige bewoners van het bevingsgebied bang zijn dat hun huis kan instorten bij een zware beving. Dat is tot nu toe nog niet gebeurd; wel zijn tientallen door de NAM opgekochte panden gesloopt omdat ze te onveilig zijn of omdat versterken te duur is.

    Bij elkaar opgeteld kunnen de onzekerheid en het gebrek aan toekomstperspectief leiden tot stressklachten: vooral wie al vaak schade heeft gemeld, heeft vaker last van psychische problemen, bleek in 2016 uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen. Af en toe besluiten gedupeerden daarom bij nieuwe scheuren geen nieuwe melding meer te maken.

    De zwaarste gasbeving in vijf jaar brengt de bewoners van het getroffen Loppersum niet van hun stuk. ‘Het helpt niks om bang te zijn.’
  4. Met hoeveel procent is de gaswinning tot nu omlaaggegaan?

    Voormalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD), die het dossier in 2012 vlak na zijn aantreden op zijn bord kreeg, verkondigde graag dat de gaswinning meer dan gehalveerd was tussen 2012 en 2017. Dat klopt: in 2012 was de winning 47 miljard kubieke meter per jaar, in 2017 werd dat 21,6 miljard. Alleen: een aantal keer kwam de verlaging tot stand op last van de Raad van State, en in 2013 werd de winning juist verhoogd naar 53 miljard kubieke meter. Van harte is de halvering dus allerminst tot stand gekomen.

    Aan het eind van de huidige kabinetsperiode, in 2021, moet het winningsniveau op 20,1 miljard kuub per jaar liggen. Dat hebben regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie met elkaar afgesproken in het regeerakkoord.

  5. Na de beving in Zeerijp kwamen 1.300 meldingen van schade binnen.Foto Vincent Jannink/ANP
  6. Wie wint het gas en wat gebeurt er met de opbrengsten?

    Toen het Groningen-gasveld in de jaren vijftig werd ontdekt, is een ingewikkelde publiek-private constructie opgezet om het uit de grond te krijgen. De staat ging in zee met oliebedrijven Shell en ExxonMobil – toen Esso – om het veld te exploiteren. In plaats van het gas te verkopen aan een energiecentrale besloten de partners om het zelf naar huishoudens te transporteren. Zo viel meer winst te maken.

    De precieze afspraken in deze constructie – het ‘gasgebouw’ – zijn nog altijd geheim en grotendeels onduidelijk. Er komen veel verschillende bedrijven bij kijken:

    1) De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), de gaswinner zelf, een joint venture van Shell en ExxonMobil.

    2) Energiebeheer Nederland (EBN), voor 100 procent in handen van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Dit is de staatsdeelneming waardoor de staat participeert in het gasgebouw.

    3) GasTerra, dat het gas verkoopt. Hier zitten de commerciële partijen in, maar ook het ministerie van EZK en zijn staatsdeelneming EBN.

    4) Maatschap Groningen: de NAM en EBN.

    Deze verhoudingen zijn de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) een doorn in het oog. De OVV drong al meerdere keren aan op een herziening van het gasgebouw zodat de belangen en verhoudingen transparanter worden.

    Overigens schijnt soms een enkel detail uit het gasgebouw door: eind 2017 bleek dat EBN deels had meebetaald aan een reorganisatie van de NAM. Niet alleen de opbrengsten worden dus gedeeld, maar ook de kosten van de verschillende partijen.

  7. Hoeveel gas is er in Nederland gewonnen?

    Tot 2016 is in Nederland ruim 3.582 miljard kubieke meter gas gewonnen, er is nu nog 940 miljard van over. Driekwart daarvan zit in Groningen.


  8. Hoeveel verdienden de staat en de NAM tot nu toe aan de gaswinning?

    Ongeveer 80 procent van de totale Nederlandse aardgasvoorraad – dus niet alleen die in Groningen – is opgepompt. De staat heeft daar sinds 1959 ongeveer 290 miljard euro aan verdiend. De NAM heeft in 2017 voor het eerst haar cijfers openbaar gemaakt: het jaar ervoor maakte het bedrijf een winst van 526 miljoen euro. Vermoedelijk verdiende het bedrijf in de loop der jaren enkele tientallen miljarden aan de winning.

    Door de teruggedrongen gaswinning en een lagere gasprijs gaat het op dit moment niet erg goed met de NAM; de afgelopen jaren verdwenen ruim 400 banen. Er werken nu nog zo’n 1.800 mensen. Het bedrijf wil de komende jaren gas blijven leveren terwijl Nederland de overgang maakt naar duurzame energie.

  9. Op welk winningsniveau is het niet meer rendabel voor de NAM om gas te winnen?

    De NAM is geen liefdadigheidsinstelling, zei topman Gerald Schotman eind 2017. Dat was niet voor het eerst: het bedrijf krijgt vaker de vraag bij welk winningsniveau het zal stoppen met winnen. Hier geeft de NAM geen openheid over.

  10. Lees ook: Wat gebeurt er in een Gronings dorp als de gaswinner 10 procent van de huizen heeft opgekocht? Over bulldozers, landjepik en de NAM die nog altijd verdeelt en heerst
  11. Waarom verminderen de bevingen niet in aantal en kracht, ook al gaat de gaswinning omlaag?

    Dit is de vraag in het Groningen-dossier waar iedereen van wakker ligt. Kort gezegd is de relatie tussen het winningsniveau en de bevingen extreem ondoorzichtig. Er is weinig onderzoek gedaan naar bevingen die het gevolg zijn van menselijke activiteiten; een wetenschappelijke consensus bestaat niet. Het leek er de afgelopen jaren op alsof de seismiciteit afnam met het lagere winningsniveau, maar deze indruk is met de beving van Zeerijp op 8 januari (3,4 op de schaal van Richter) gelogenstraft.

  12. Waarom adviseert toezichthouder SodM dan toch om de gaswinning „flink” te verlagen?

    Ondanks de geringe kennis moet je íéts, is het idee. In een protocol dat het SodM met de NAM heeft opgesteld staat dat er maatregelen getroffen worden na afwijkende seismische activiteiten. De beving bij Zeerijp was zo krachtig dat de situatie volgens dit protocol nu op het ‘interventieniveau’ zit – „code rood”, in de woorden van het SodM.

    Eind januari komt het SodM met zijn definitieve advies voor het winningsniveau, naar aanleiding van ‘Zeerijp’.

  13. Gaat de gaswinning dan definitief flink omlaag?

    Nee. Het SodM kijkt bij zijn advies alleen naar de veiligheid. Minister Wiebes moet ook andere belangen mee, zoals leveringscontracten en de schatkist. Die afweging tussen veiligheid en leveringszekerheid moet hij goed en overtuigend beargumenteren – anders kan de Raad van State ingrijpen, zoals eerder is gebeurd.

  14. Kan de gaswinning zomaar omlaag?

    Het doel van het regeerakkoord – de gaswinning terugbrengen naar 20,1 miljard kubieke meter per jaar – is min of meer achterhaald. De Tweede Kamer eist inmiddels een veel grotere reductie, net zoals toezichthouder SodM eind januari vermoedelijk adviseert. Uit de oppositie klinkt als streven 12 miljard kuub per jaar in 2021.

    De vraag is of deze reductie mogelijk is. Je kunt Gronings gas niet zomaar vervangen door andere soorten gas. Het Groningse gas is, door de aanwezigheid van relatief veel stikstof, laagcalorisch. Apparatuur moet worden aangepast of vervangen om te kunnen werken op gas uit het buitenland. Het gaat om cv-ketels en gasfornuizen bij zo’n zeven miljoen gezinnen in Nederland en een vergelijkbaar aantal in Duitsland, België en Frankrijk. Samen verbruiken die zo’n 20 miljard kubieke meter per jaar.

    Nog eens 26 miljard kuub laagcalorisch gas gaat jaarlijks naar industriële klanten. Minister Wiebes zei onlangs in de Kamer dat de acht grootste klanten, zoals energiecentrales, nu elk jaar samen 3 miljard kuub afnemen. De daaropvolgende dertig zijn goed voor 1 miljard kuub per jaar.

    Niet al dat laagcalorische gas komt overigens uit Groningen. De Gasunie, de transporteur van het gas uit binnen- en buitenland, maakt ook zelf ‘Gronings gas’ door stikstof toe te voegen aan gas uit bijvoorbeeld Noorwegen of Rusland. Het verlagen van de winning van Gronings gas kan als de Gasunie erin slaagt meer laagcalorisch gas te produceren. De afgelopen vijf jaar wist ze de productie al te verhogen van 5,7 miljard kuub naar ongeveer 26 miljard kuub.

    Bovendien kan de industrie mogelijk sneller overschakelen op een ander soort gas of op andere vormen van energie, waardoor de winning van Gronings gas sneller omlaag kan. Volgens Wiebes is een verdere productiedaling zeker gewenst. Vóór 1 april informeert hij de Kamer over de mogelijkheden, mogelijk geeft hij zelfs al eerder enige openheid.

  15. Een gebouw is verstevigd met balken als gevolg van aardbevingsschade.Foto ANP
  16. Kan Nederland die lagere gasproductie financieel dragen?

    In 2013 bedroegen de totale gasbaten ruim 15 miljard euro. Dat vormde 5,4 procent van de overheidsinkomsten. Die afhankelijkheid was ooit zelfs nog groter: in de jaren tachtig werd de 10 procent zelfs overschreden. Inmiddels is het belang van de baten sterk afgenomen: voor 2018 wordt uitgegaan van amper 2 miljard euro. De vraag of we het wegvallen van de aardgasbaten kunnen dragen, is daarmee wel beantwoord. Op de in totaal verwachte inkomsten van 285 miljard euro is 2 miljard euro goed voor net 0,7 procent. De financiële afhankelijkheid van het gas – sinds de jaren zestig goed voor meer dan 290 miljard euro aan overheidsinkomsten – is niet het belangrijkste argument tegen het terugbrengen van de productie. Dat gezinnen en bedrijven afhankelijk zijn van de brandstof is veel steekhoudender.

  17. Wat doet de Nationaal Coördinator Groningen, Hans Alders?

    In 2015 is Hans Alders door het kabinet aangesteld als Nationaal Coördinator Groningen (NCG). Hij leidt in in de stad Groningen een organisatie met ongeveer 150 ambtenaren die de problemen in de provincie moeten aanpakken. Het gaat daarbij vooral om de gevolgen van de gasbevingen, maar zijdelings ook over krimp en de regionale economie. Ook voert de organisatie een proef uit waarbij enkele tientallen huizenbezitters worden uitgekocht. De Nationaal Coördinator Groningen is op dit moment, ondanks de naam, een samenwerking van de tien bevingsgemeenten en de provincie Groningen. Formele eigen bevoegdheden heeft Alders bovendien niet: aan een wet waarin de coördinator zelfstandig besluiten kan nemen, wordt in Den Haag gewerkt.

    Alders krijgt vaak kritiek omdat hij te traag zou zijn met het aanpakken van de problemen. Veel Groningers koesteren bovendien wantrouwen tegen hem omdat hij een grote hoeveelheid bijbanen heeft – vroeger ook in de energiesector. Tegelijkertijd klinkt er ook opvallend vaak nuance in Groningen: de opgave waarvoor hij staat is groot, en het is maar de vraag wie anders dit beter zou kunnen doen.

    Twee hoofdtaken van Alders op dit moment zijn het onderhandelen over een nieuw schadeprotocol en de enorme versterkingsoperatie die van start gaat in de provincie. Die operatie kent in Nederland haar weerga niet: vrijwel het hele noorden van de provincie gaat op de schop. Een groot deel van de inwoners van het bevingsgebied moet tijdelijk in een ander huis wonen: veelal speciaal gebouwde tijdelijke ‘wisselwoningen’.

  18. Wat houdt die versterkingsoperatie precies in?

    Alle huizen in Nederland moeten voldoen aan een veiligheidsnorm. In Nederland mag de kans om te overlijden door het instorten van een woning niet groter zijn dan een kans van 1:100.000 per jaar. Door de bevingen in Groningen ligt de kans op overlijden in woningen hoger – en dus moeten de huizen steviger zijn.

    Uit inspecties die de NCG doet blijkt tot nu toe dat vrijwel elk gebouw in het gebied een versteviging nodig heeft. Het is de bedoeling dat dit de komende jaren gaat gebeuren. Daarbij worden bijvoorbeeld vloeren versterkt, of buitenmuren.

    Het is de bedoeling dat dit binnen vijf jaar gebeurt, maar tot nu toe komen de inspecties maar nauwelijks op gang. Afgelopen jaar zouden er 5.000 moeten hebben plaatsvinden, maar dit werden er maar 3.700. Bovendien zouden 500 huizen versterkt worden, een aantal dat bleef steken op 200. In totaal staan er in het bevingsgebied ongeveer 22.000 gebouwen.

    Ondertussen klinkt er bij Groningse belangengroepen als het Gasberaad en de Groninger Bodembeweging steeds vaker de vraag of de hele versterkingsoperatie het allemaal wel waard is – vooral omdat er constant actuelere richtlijnen verschijnen gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Is het wel goed om uit te blijven gaan van een zware klap met een kracht van 5 op de schaal van Richter? Kan die wel voorkomen? Wordt er niet te veel versterkt?

  19. Hoe staat het met het nieuwe schadeprotocol?

    Op 31 maart 2017 stapte de NAM uit de schadeafhandeling. De gaswinner was lange tijd zelf zeer betrokken geweest bij het beoordelen van schades en het bepalen van de schade-uitkering. Dat moest veranderen, vond iedereen. Nationaal Coördinator Groningen Hans Alders kreeg de regie over het ontwerpen van een nieuw protocol, dat op 1 juli af zou zijn.

    Meer dan een half jaar later ligt er nog altijd geen protocol. Het blijkt zeer complex om met een procedure te komen die iedereen bevalt – ook de NAM, die uiteindelijk aansprakelijk blijft en moet betalen. Het gaat daarbij veelal om juridische details, zoals wat het uitgangspunt moet zijn bij het zoeken naar een oorzaak van schade: is dat een beving totdat het tegendeel is bewezen, of is het al genoeg om aan te tonen dat het iets anders geweest kan zijn?

    Ook lastig: het in Groningen zeer gewenste schadefonds. Zo’n fonds, waar de staat garant voor staat, zou betekenen dat Groningers nooit meer met de NAM in discussie hoeven over uitbetaling, laat staan tegen de NAM hoeven te procederen. De staat zou die verantwoordelijkheid dan op zich nemen. Het lijkt erop dat zo’n fonds er komt, maar juist daardoor zou het de staat er extra aan gelegen zijn goede afspraken te maken over het protocol.

  20. Welke rechtszaken spelen (en speelden) er rond de gaswinning?

    Disputen over de schadeafhandeling komen geregeld bij de rechter terecht. Die geeft niet zelden de gedupeerde gelijk, zoals in november gebeurde bij de zaak van Hiltje Zwarberg. De NAM moet van de rechter de schade vergoeden aan zijn ontruimde huis, ook al staat dat buiten het officiële bevingsgebied, in Termunterzijl. De kwestie, die al jaren sleept, is nog niet gesloten: de NAM kan nog in hoger beroep.

    Er zijn ook zaken geweest over andere onderwerpen dan scheuren. Zo oordeelde het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in 2017 dat het OM een strafrechtelijk onderzoek moet instellen naar de top van de NAM om uit te zoeken of zij Groningers in levensgevaar hebben gebracht. Ook bleek vorig jaar dat de NAM psychische schade moet vergoeden. En de Raad van State vernietigde eind vorig jaar het laatste winningsbesluit van minister Henk Kamp, dat stamde uit april. Wiebes moet dat nu overdoen.

    Later in januari volgt de uitspraak in de op dit moment opvallendste zaak: het hoger beroep over de vraag of de NAM ook waardedaling van huizen moet compenseren zonder dat die verkocht worden. Volgens de NAM kun je alleen bij de verkoop van een huis vaststellen of het in waarde is gedaald door bevingen. Een aantal gedupeerden ziet dat anders. In een eerdere zaak wonnen die laatsten. De totale waardedaling van de huizen zou volgens een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen ongeveer 1 miljard euro zijn.

Met medewerking van Erik van der Walle.