Foto Olaf Kraak

Het voetbalteam dat al jaren de boot mist

Texel ‘94

Het succes van een groep Texelse zaalvoetballers had ook een keerzijde. In de eerste divisie spelen ze verplicht op tijden die het onmogelijk maken de laatste veerboot te halen.

De haven van Den Helder oogt vrijdagnacht als een verduisterd stilleven. Tot enkele uren geleden was het er een komen en gaan van werkenden en veerbootpassagiers, nu is er geen mens te vinden. De kades zijn uitgestorven, de schepen die eraan vastliggen verlaten.

Tot klokslag half één, wanneer er te midden van de hijskranen en silo’s een busje tot stilstand komt en er een groep mannen uitstapt, biertje in de hand. Ze halen hun tassen uit de kofferbak en gooien die in een passagiersboot die drie meter lager in het water ligt. ,,Weer gewonnen, hè’’, zegt de schipper terwijl de mannen aan boord klimmen. Met dertien man past het precies.

Foto Olaf Kraak
Foto Olaf Kraak
Foto Olaf Kraak

Nog geen vijf minuten later vaart het gezelschap de haven uit, op weg naar de plek waar het zeven jaar geleden begon, hun avontuur, nadat iemand op het lumineuze idee was gekomen om hen bij elkaar te voegen, zonder dat-ie toen had durven bedenken dat hij zo de kiem legde voor het beste zaalvoetbalteam dat Texel ooit op de been heeft gebracht, bestaande uit een groep eilandbewoners die van het laagste niveau doorstoomden tot de eerste divisie.

Geen van hen kon toen nog bevroeden dat hun succes ook een keerzijde zou hebben. Door alle promoties speelt het team inmiddels zo hoog dat het zijn wedstrijden verplicht moet spelen op tijden die het onmogelijk maken om de laatste afvaart richting huis te pakken.

De spelers van Texel ’94 missen, kortom, al jaren de boot. En dat bemoeilijkt hun bestaan.

Eerder die vrijdag, even voor half vijf ‘s middags, staat er bij de Texelse veerterminal een witte BMW geparkeerd. Hij is van trainer Martijn de Veij, een 48-jarige Texelaar die zich van „veegjongen” opwerkte tot directeur van een beddengoedfabrikant („Texels wol”), wiens vrije tijd grotendeels opgaat aan Texel ’94, met 550 leden de grootste van de vier voetbalclubs op het eiland.

Foto Olaf Kraak
Foto Olaf Kraak

Onderlinge eilandklasse

Terwijl hij zijn bezoek richting zijn huis in Oudeschild rijdt, langs weilanden waar het hoofdbestanddeel van zijn product graast, vertelt De Veij hoe hij zeven jaar geleden betrokken raakte bij de totstandkoming van een nieuw zaalvoetbalteam. In de onderlinge eilandklasse was de voorspelbaarheid hem gaan tegenstaan. „Dezelfde tegenstanders, dezelfde spelers, dezelfde winnaar. Het moest serieuzer, of ik zou stoppen.”

Meerdere spelers schaarden zich achter zijn plan. Wilde het kans van slagen hebben, dan moesten ze ook de betere spelers van andere lokale teams benaderen. Doel was dat het best mogelijke team zou instromen in de tweede klasse, het startpunt van de reguliere zaalcompetities van de KNVB. Meteen werden ze kampioen, in de eerste klasse wederom.

In de haven bij Oudeschild wijst De Veij vanachter het stuur naar een 35 meter lang schip dat normaal toeristen richting zandbanken vol zeehonden vaart. „Maar wij gingen met die boot naar onze kampioenswedstrijden, met honderd man. Uniek.”

Noodzakelijk was het niet. In de hoofdklasse speelde Texel ‘94 nog steeds op tijden die het mogelijk maakten om tegen 21.30 in Den Helder te zijn voor de laatste afvaart met de TESO, Texels Eigen Stoomboot Onderneming. Andersom gold hetzelfde. Thuisduels werden 19.30 gespeeld, zodat tegenstanders en de scheidsrechter om 21 uur de laatste boot vanaf Texel konden pakken.

Veel gekker leek het niet te worden. Een Texelse ploeg komt niet verder dan de hoofdklasse, hoorde De Veij vaak genoeg. Veel voetbalgrootheden bracht het eiland niet voort. Martin Koorn speelde met FC Volendam in de eredivisie, Sieme Zijm met AZ, Sparta en Excelsior. Van de 13.582 inwoners zijn er zo’n 750 lid van de KNVB, waarvan er zo’n honderd qua leeftijd in aanmerking komen voor het zaalvoetbalteam. Sorteer je verder op kwaliteit, dan blijven er niet veel jongens meer over dan de tien die er vrijdag bij zijn.

De een is schilder, anderen werken bij de marine, politie, een snackbar of studeren nog. „Andere teams zien ons succes als de kracht van een vriendenteam, maar dat is niet helemaal waar”, zegt aanvoerder Ruben Duinker. Het was andersom: eerst werden ze een team, erna pas vrienden. „Door de oversteek reizen wij altijd samen in plaats van losse groepjes, dat helpt ook”, zegt Jesper Arkenbout. Trainen doen ze niet.

Foto Olaf Kraak
Foto Olaf Kraak
Foto Olaf Kraak

Onorthodox zaalvoetbal

Een sterke teamgeest is het belangrijkste wapen van de ploeg die na de eerste twee promoties nog eens twee keer promoveerde. Van de hoofdklasse ging het via de topklasse naar de eerste divisie, het één na hoogste niveau. De ploeg stond zelfs al op de drempel van de eredivisie, maar verloor in de play-offs. „We spelen onorthodox zaalvoetbal”, zegt coach De Veij. „Geen trukendozen, maar man-tegen-man-duels.”

De opmars doet denken aan het succesverhaal van IJsland in het Europese voetbal. Omsloten door water slagen de Texelaars er toch in om vanuit een kleine poel talent een topteam te formeren, zonder spelers van elders te kunnen aantrekken. Door de beperkte dienstregeling van de veerboot is het voor vastelanders ondoenlijk om voor Texel ’94 te spelen. „Dat doet natuurlijk niemand”, zegt assistent-coach Marcel Ris. De slager traint tevens het eerste veldvoetbalelftal van Texel ’94. „Ook daar doen we het met eigen jongens.”

Deze vrijdag wordt er om 17.30 verzameld in Oudeschild, vanwaar per bus richting de veerterminal wordt gereisd, om via Den Helder en de lokale McDonalds verder te reizen naar Zwaag, nabij Hoorn, waar om 21.30 het duel met Hovocubo 2 wacht. Het aantal meereizende supporters: nul. De bus is door trainer De Veij aangeschaft omdat de ploeg steeds verder is gaan spelen. Urk, Rotterdam, Groningen, Heerlen. „In het leven heb je ook een sociale functie”, zegt de dekbeddenmaker over alle kosten die hij voor de ploeg maakt. „Ik was vroeger ook blij als er een sponsor was.”

In Den Burg wordt doelman Alexander Smit opgepikt, volgens allen de belangrijkste speler. Uitgerekend hij miste vier jaar geleden in Den Helder de boot van half zeven toen de ploeg op Texel om half acht een beslissende promotiewedstrijd speelde. Hij was die dag in Noord-Holland aan het werk geweest.

Weg was het vertrouwen in de ploeg, totdat aanvoerder Duinker een rubberboot uit de schuur tevoorschijn haalde. Dat hij nooit eerder had gevaren weerhield hem er niet van met een zaklamp in de hand vier kilometer Waddenzee over te steken. Hij vergat de stop in de boot te doen en bleek aan een benzinetekort te zijn ontsnapt toen hij doelman Smit tijdig aan Texelse wal bracht. Gekkenwerk loonde.

Foto Olaf Kraak
Foto Olaf Kraak
Foto Olaf Kraak

Zoals de veldvoetbaltak jaarlijks al 36.000 euro kwijt is aan de oversteek van alle teams, zo is reizen ook de grootste kostenpost van het zaalvoetbalteam. Het jaarbudget van 9.000 euro - de KNVB eist een dergelijk budget om toe te treden tot de eerste divisie – wordt gedekt door Texelse sponsors die via een crowdfundingsactie zijn ingestapt. Grote bedrijven vooral, maar ook middenstanders zoals het cafetaria van de ouders van speler Lesley Koning, die jaarlijks 500 euro neerleggen. „Texelaars doen dit ook voor elkaar”, aldus het echtpaar.

Toen Texel ’94 de eerste divisie bereikte, had de KNVB gedacht dat het team zijn thuisduels in Den Helder zou spelen. Reglementen schrijven voor dat tegenstanders na een uitwedstrijd thuis moeten kunnen komen en aangezien duels vlak voor de laatste afvaart beginnen, leek dat de bond onmogelijk.

Op Texel dachten ze er anders over. Ze zouden hun identiteit verkwanselen als ze in de Kop van Noord-Holland zouden voetballen. Alternatief? De watertaxi, een 24 uurs service die doorgaans personen naar booreilanden vervoert en groepen eilandbewoners die op het vasteland naar de schouwburg zijn geweest. Prima, vond de KNVB, maar de kosten - 350 euro per keer – waren voor Texel. Hetzelfde geldt voor kosten van de taxibus waarmee de opponenten van de veerterminal worden opgehaald en ’s avonds weer worden afgezet in de haven van Oudeschild. Als tegemoetkoming betaalt de KNVB de heenreis van alle bezoekers.

Windkracht 7

Tegenstanders hebben er geen moeite mee, al zijn er zulke wiebelige terugtochten geweest dat sommigen naderhand opmerkten dat ze het niet vonden kunnen. Voor de winterstop raakte een scheidsrechter geërgerd toen hij bijna drie uur moest wachten voordat hij van het eiland kon vertrekken. De watertaxi mocht wegens hoog water de Helderse haven niet uit. Ook harde wind leidde al tot problemen. De chauffeur van de watertaxi die toen nog dienstdeed, weigerde bij windkracht zeven de zee op te gaan, waardoor de Texelaars op het vasteland moesten overnachten. De huidige watertaxi vaart altijd.

Na de 11-5 overwinning bij Hovocubo verloopt de reis soepel. De zee vertoont geen rimpeling als de spelers van Texel ‘94 om half één Den Helder bereiken. De bus blijft achter en wordt een dag later door hun coach opgehaald. Even heen en weer: een Texelaar weet niet beter.

Foto Olaf Kraak