Opinie

Over de gekozen burgemeester is nog niet alles gezegd

Nederland heeft een moeizame verstandhouding met directe democratie. Als het er al van komt, gaat het nauwelijks van harte en als het er is wordt direct gepoogd er weer zo snel mogelijk vanaf te komen.

Het referendum is zo’n voorbeeld. In talloze landen is de volksraadpleging een alom geaccepteerd instrument ter aanvulling op de parlementaire democratie. Maar in Nederland leidde de tegenstrijdige combinatie van weerzin bij een groot deel van de volksvertegenwoordiging en een aanhoudende druk vanuit de samenleving tot een onwerkbaar gedrocht in de vorm van het raadgevend referendum. Het huidige kabinet wil er dan ook zo snel als mogelijk weer vanaf.

Maar als de voortekenen niet bedriegen zal de Tweede Kamer later deze week een definitieve stap zetten op een ander terrein om de burger iets meer bij het bestuur te betrekken. Het betreft de aanstellingswijze van de burgemeester. De Tweede Kamer zal zich buigen over het initiatief van D66 om de benoeming van de burgemeester uit de Grondwet te halen.

Aangezien het hier om een wijziging van de Grondwet gaat, is er sprake van een dubbele parlementaire behandeling. De eerste lezing werd in 2015 afgerond met een gewone meerderheid in beide Kamers der Staten-Generaal. Nu is in de Tweede Kamer de tweede lezing aan de orde. Wil het wetsvoorstel aanvaard worden, is een meerderheid van twee derden nodig.

Het ziet ernaar uit dat deze meerderheid er is. Of dat in een later stadium ook voor de Eerste Kamer geldt, is minder zeker. De senaat heeft een reputatie als het gaat om het laten sneuvelen van voorstellen om de aanstellingswijze van de burgemeester te veranderen.

De praktische betekenis van het huidige initiatiefvoorstel is beperkt. Het komt nu al niet meer voor dat vanuit Den Haag burgemeesters in gemeenten worden geparachuteerd. Gemeenteraden worden sinds 2002 volop betrokken bij de zoektocht naar en het aanwijzen van de burgemeester. De Kroon volgt het advies van de gemeenten. Maar in theorie zou een kabinet met de huidige Grondwet een gemeente nog altijd een burgemeester kunnen opdringen.

Veel belangrijker is de volgende fase als de zogeheten deconstitutionalisering een feit is. Blijft de burgemeester dan benoemd worden volgens de inmiddels gegroeide praktijk met een voordracht door de gemeenteraad, of zal de plaatselijke bevolking haar burgemeester rechtstreeks gaan kiezen? In beide gevallen zal de neiging toenemen om de benoeming meer te politiseren. De burgemeester die nu boven de partijen staat, zal een figuur van de partijen worden.

Dat heeft gevolgen. De burgemeester die op dit moment, afgezien van de handhaving van de openbare orde, geen inhoudelijke portefeuille heeft, zal bij een (in)directe verkiezing toch om een politiek programma worden gevraagd. Meer legitimiteit vergt een steviger positie. Maar dan moet er wat gebeuren met de bevoegdheden.

Tegelijk is de kans groot dat de taak die de ‘neutrale’ burgemeester nu al heeft – het handhaven van de openbare orde – bij een verkiezing eveneens gepolitiseerd zal worden. Maar lokale politisering is op dit punt juist niet gewenst.

Haagse burgemeestersbenoemingen zijn straks waarschijnlijk onmogelijk. Dat is terecht. Maar het ideale alternatief is er ook nog niet.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.