De militie marcheert in Banja Luka

Bosnisch-Servische Republiek De president van het Servische deel van Bosnië laat zich zien met paramilitairen die door Russen getraind zouden worden. Het zorgt voor onrust in het verdeelde land.

Leden van de Russische motorclub Nachtwolven, vorig jaar januari in Banja Luka, tijdens een door het Bosnische Hooggerechtshof verboden viering van een nationale dag van de Republiek Srpska. Foto Pierre Crom/Getty Images

Stoken Russische veteranen in de fragiele etnische verhoudingen in Bosnië? Het bericht dat de president van het Servische deel van Bosnië een privé-militie zou formeren, getraind door Russische ex-militairen zorgt al dagen voor onrust in Bosnië. Bron is de Bosnische nieuwssite Zurnal. De website baseert zich op een geheim verslag van Bosnische inlichtingendiensten en foto’s op sociale media.

De ultranationalistische president Milorad Dodik dreigde herhaaldelijk een referendum te organiseren om zijn landsdeel af te scheiden van de rest van Bosnië, dat sinds het einde van de Bosnische burgeroorlog in 1995 verdeeld is in een Bosnisch-Kroatisch deel en de ‘Servische Republiek’. Tot nu toe voerde Dodik zijn dreigementen niet uit, maar hij joeg Bosniakken en Kroaten wel angst aan. Ook geniet hij steun van de Russische regering.

Volgens Zurnal, een website met pro-Bosnische en anti-separatistische inslag, zouden leden van de nationalistische organisatie Servische Eer zichzelf aangeboden hebben als beschermers van Dodik. Deze pro-Russische groepering zou werven onder ex-militairen en criminelen die Russische training ondergingen. Tijdens overleg tussen Servische Eer en Bosnisch-Servische oorlogsveteranen zou ook gepraat zijn over een „mogelijke interventie indien de oppositie het functioneren van de autoriteiten tracht te belemmeren”. Woordvoerders van Dodik en Igor Bilbija, voorzitter van Servische Eer, ontkenden de aantijgingen. Volgens Bilbija heeft zijn club een „humanitair karakter” en is van Russische training geen sprake.

Op sociale media is wel te zien hoe tientallen leden van de militie door Banja Luka marcheren, hoe ze een bijeenkomst bijwonen in het parlement van de Servische Republiek, hoe ze Dodik ontmoeten en hoe ze pronken met geweren. Op een groepsfoto herkennen Bosnische media ook een Bosnische Serviër die is veroordeeld voor oorlogsmisdaden in een concentratiekamp in Prijedor.

Nauwe band met veteranen Rusland

Servische Eer onderhoudt nauwe banden met Rusland. In 2015 sloot de club zich aan bij de Russische organisatie Erfgenamen van de overwinning, die de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog en de overwinning op de nazi’s leven wil houden. De kern wordt gevormd door veteranenorganisaties uit Rusland en landen uit de voormalige Sovjet-Unie. Sinds 2015 zijn er echter ook intensieve contacten met de Servische Republiek en met president Dodik.

De voorzitter van Erfgenamen van de overwinning, generaal buiten dienst Valeri Kaljakin, verleende tijdens een bezoek aan Bosnië een onderscheiding aan een leider van Servische Eer. In 2016 was deze Bojan Stojkovic in Moskou voor een conferentie georganiseerd door Erfgenamen van de overwinning.

Volgens Zurnal heeft de Russische organisatie de militaire training van Stojkovic’ mannen geregeld. Dat zou zijn gebeurd op het Russische Humanitaire Centrum in de Servische stad Nis. Volgens pro-westerse media in de Balkan is het centrum een dekmantel voor Russische spionage. Een woordvoerder van het centrum verklaarde maandag tegenover NRC echter dat de leden van Servische Eer „nimmer training hebben ontvangen” in hun centrum.

De afgelopen jaren zijn in Rusland de ‘patriottische’ bewegingen als paddestoelen uit de grond geschoten. Veel organisaties verzorgen militair aandoende trainingen en cursussen in de omgang met wapens. Sommige clubs werven ook vrijwilligers voor de oorlog in Oost-Oekraïne. In openbare bronnen zijn geen aanwijzingen te vinden dat Erfgenamen van de overwinning bij dergelijke activiteiten betrokken is. Wel zijn er nauwe contacten met hoge (ex-)officieren uit de Russische strijdkrachten en veiligheidsdiensten.

‘Lachwekkende fabricaties’

Dragan Mektic, de Bosnische minister van veiligheid en een politiek rivaal van Dodik, heeft bevestigd dat de veiligheidsdiensten op de hoogte zijn van de activiteiten van Servische Eer. Hij verklaarde de zaak ernstig te nemen. De Russische ambassade in Bosnië ontkent alle betrokkenheid. „We vinden het niet de moeite waard om commentaar te leveren op deze dommigheid en van lachwekkende fabricaties”, aldus de Russische ambassade.

Wat vaststaat, is dat Servische Eer nauwe banden heeft met de Servische afdeling van de Russisch-nationalistische motorclub Nachtwolven en met de zogeheten Patriottische Beweging van Servië. In Banja Luka, en tijdens een anti-NAVO-demonstratie in 2016 in Nis, marcheerden Leden van Servische Eer en de Patriottische Beweging onder één vlag.

De beweging wordt geleid door de voormalige politie-generaal Bratislav Dikic, één van de hoofdverdachten van de veronderstelde couppoging van 2016 tegen de Montenegrijnse regering. Volgens westerse inlichtingendiensten en de Montenegrijnse aanklager kregen de coupplegers financiële en logistieke steun van Russische geheim agenten. Doel zou geweest zijn de toetreding tot de NAVO te ontmoedigen.

Correctie (16 januari 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat de website Zurnal schreef dat medewerkers van Dodik samenwerken met leden van de nationalistische organisatie Servische Eer. Dit is aangepast.

    • Roeland Termote
    • Steven Derix