Bouwgigant failliet, Britse overheid in crisismodus

Privatisering Ondanks lucratieve contracten met de overheid stak bouwgigant Carillion zich diep in de schulden. Overheden op alle niveaus hebben noodmaatregelen moeten treffen.

Een bouwplaats van Carillion in het centrum van Londen, afgelopen vrijdag. Carillion werd groot dankzij het streven van de Britse regering om zoveel mogelijk overheidsdiensten uit te besteden aan private partijen. Foto Daniel Sorabji/AFP

Met de ondergang van bouwbedrijf Carillion uit Wolverhampton komen niet alleen bouwprojecten in gevaar, maar eveneens warme lunches op Engelse scholen, het onderhoud op het spoor, de beveiliging van militaire bases en de hygiëne in ziekenhuizen. Carillion is een gigant, groot geworden dankzij het streven van de Britse regering om zoveel mogelijk overheidsdiensten uit te besteden aan private bedrijven. Nu Carillion failliet is gegaan, schiet de Britse overheid in crisismodus.

Afgelopen weekend liepen onderhandelingen over een reddingsplan vast, waardoor het noodlijdende Carillion maandag bij de rechtbank surseance aanvroeg. Carillion had een schuld van circa 800 miljoen pond (900 miljoen euro) en een pensioentekort van 580 miljoen pond. Het bedrijf ging ten onder, omdat de huisbanken niet bereid waren 300 miljoen pond aan leningen te verstrekken.

Noodberaad van de regering van premier Theresa May en onderhandelingen met de directie van Carillion leverden niks op. Dat is opmerkelijk. May heeft als premier eerder laten zien een grotere rol van de staat in de economie niet te schuwen.

Lees ook het profiel over de premier: Theresa May en de verdeelde Britten

Too big to fail

Ingrijpen van de staat was niet geheel onlogisch geweest. Van de totale omzet (2016) van 5,2 miljard pond kwam 2,7 miljard van de divisie die diensten leverde aan onder andere de publieke sector. Nog eens 300 miljoen pond omzet was afkomstig uit publiek-private samenwerkingsprojecten, zoals het bouwen en runnen van ziekenhuizen en politiebureaus. De rest van de omzet kwam van bouwprojecten, in het Verenigd Koninkrijk, Canada en de Golfregio.

Met twintigduizend werknemers is Carillion het op een na grootste bouwbedrijf van het Verenigd Koninkrijk en het op een na grootste onderhoudsbedrijf op het Britse spoor. Ook onderhoudt het de helft van Britse gevangenissen. Carillion bouwde het Tate Modern-museum in Londen, Sultan Qaboos-moskee in Muscat en het ronde hoofdkantoor van de Britse inlichtingendienst GCHQ.

De ondergang van Carillion laat zien wat doorgeschoten privatisering kan aanrichten, aldus vakbondsleiders. „De schuld ligt geheel bij de regering. Zij zijn geobsedeerd door het uitbesteden van cruciale taken aan bedrijven die te grote risico’s nemen”, zei Mick Cash, secretaris-generaal van transportvakbond RMT. De bonden zijn woedend: gezien de nauwe band met de overheid waande Carillion zich too big to fail.

Waar tijdens de financiële crisis systeembanken met tientallen miljarden overeind gehouden werden, verdwijnt nu een Brits systeembedrijf. Overheden op alle niveaus moesten noodmaatregelen treffen. Zo stond in Oxford de brandweer klaar om de lunch op school te leveren.

Scherpe kritiek

Ondanks de lucratieve contracten met de overheid stak Carillion zich in de schulden. Grote projecten liepen vertraging op en vielen duurder uit dan begroot. Bij drie grote publiek-private projecten (de aanleg van een snelweg bij Aberdeen, de bouw van ziekenhuizen bij Birmingham en Liverpool) leed Carillion grote verliezen. Als gevolg daarvan moest het 845 miljoen pond van de waarde van die projecten afschrijven. In Qatar had Carillion nog 200 miljoen pond tegoed van een projectontwikkelaar. Deze problemen bleken structureel: de schuldpositie groeide van enkele tientallen miljoenen ponden in 2010 tot ruim 800 miljoen pond dit jaar.

De Britse regering probeert nu de situatie te kalmeren. Minister David Lidington (de facto vicepremier) verscheen maandagochtend op de BBC. „Werknemers die taken uitvoeren voor contracten met de overheid moeten gewoon op hun werk verschijnen. Hun salarissen zullen via de bewindvoerder uitbetaald worden.”

Tegelijkertijd groeit de kritiek op de overheid. Vorig jaar kreeg Carillion nog meerdere grote contracten, ook al had het bedrijf al twee winstwaarschuwingen afgegeven en was de koers van het aandeel sterk gedaald. Had de regering niet kunnen inzien dat in zee gaan met Carillion riskant was, klinken de scherpe commentaren nu.

Dat May stevig overheidsingrijpen in het bedrijfsleven niet schuwt, bleek begin vorig jaar tijdens de overnamestrijd rondom het Brits-Nederlandse Unilever. Lees ook: De Britten sprongen radicaal in de bres voor Unilever