Brieven

Aardbevingen Groningen

Groningers zijn het gerelativeer van ‘zettingsbevinkjes’ zat

Foto Siese Veenstra/ANP

De heer Klaas Maas meent (Brieven, ‘Zettingsbevinkjes’ zijn normaal neveneffect, 12 /1) dat hij de effecten van aardbevingen in de provincie Groningen kan relativeren. „Zettingsbevinkjes”, noemt hij het. We zijn er hier in Groningen spuugzat van.

Ik wil één voorbeeld geven van een beving waar iedereen zijn bed voor uit zou komen. Het gebeurde op een late zomermiddag enkele jaren geleden, toen ik op mijn kantoor zat. Ik was bezig om een stuk te schrijven, toen ineens mijn bureau van links naar rechts leek te golven, mijn beeldscherm letterlijk voor mijn ogen danste. Even dacht ik slachtoffer te zijn van een klein herseninfarct.

Het bleek om een relatief kleine beving te gaan, die tot in de binnenstad van Groningen werd gevoeld. De heer Maas heeft werkelijk geen idee waarover hij praat, en realiseert zich niet dat een aardbeving van deze magnitude in contreien met alleen maar slappe klei en zandsteen als ondergrond ongeveer hetzelfde effect heeft als eentje van pak ’m beet magnitude 5 in rotsachtige bodem en op grotere diepte. De materiële schade is van dezelfde orde. En dan heb ik het nog niet eens over de mentale schade, bij mensen die al generaties lang in dit gebied wonen en werken en vóór 1975 nog nooit enige last hadden ondervonden van aardbevingen.

    • Han Borg