Opinie

    • Jan Drentje

Vlag en volkslied zijn een schaamlap

Hebben we echt meer ‘symboolpolitiek’ nodig om de eenheid in ons land te bewaren, vraagt historicus zich af. Investeer liever in goed onderwijs.

Foto NRCstudio

Ongetwijfeld zal 2017 de geschiedenis in gaan als het jaar waarin de Tweede Kamer met grote meerderheid een motie aannam om de nationale driekleur in de vergaderzaal te tonen. Na jaren van twijfel aan de eigen identiteit durfden Nederlanders weer zichzelf te zijn en maakten zij een einde aan ‘het multiculturele drama’. Kinderen zingen weer het volkslied, gaan naar het Rijksmuseum en krijgen als ze achttien zijn een boekje over onze geschiedenis. Gelooft u erin?

In 1995 zei de historicus Ernst Kossmann dat ‘nationale identiteit’ evengoed kan samenbinden als scheiden. Het was volgens hem een riskant en glibberig begrip, ‘een kwal’ waar je maar beter omheen kon lopen. Paul Scheffer vond destijds al van niet, en haalt nu zijn gelijk in een essay in NRC (Ons driestroompjesland, 5 januari).

De ontwikkeling van de afgelopen jaren laat zien dat identiteitspolitiek in westerse landen helemaal terug is. Ontegenzeggelijk heeft ons land een cultuurhistorisch bepaalde identiteit, maar daarover iets stelligs beweren, laat staan definitiefs, is vragen om moeilijkheden. Individuum est ineffabile (het individuele is onbenoembaar), wist men in de Oudheid al. Politisering van vermeende nationale identiteiten is maar al te vaak een crisisverschijnsel en dekt de werkelijke problemen af.

In zijn artikel schrijft Scheffer zelf overigens behoedzaam om ‘Kossmanns kwal’ heen. Veel verder dan „een morele waardengemeenschap gebaseerd op gelijkwaardigheid” komt hij in zijn pleidooi voor eenheid niet. Die waarden zijn bovendien kenmerkend voor alle democratische rechtsstaten.

De ‘vlaggenmotie’ was ingediend door Kees van der Staaij (SGP) en Geert Wilders (PVV) – voor wie van geschiedenis houdt: een beproefd nationaal verbond tussen ‘reformatoren’ en ‘geuzen’. De vlag heeft volgens de SGP-voorman een mooie en duidelijke functie als symbool van de natie. De vrees om voor nationalistisch uitgemaakt te worden, achtte hij ‘typisch Nederlands’.

Lees ook: We hebben een lange traditie van klagen over het Wilhelmus

De paradox grijnst ons aan. Inderdaad, een zekere ingetogenheid als het gaat om het gebruik van nationalistische symbolen kan als typisch Nederlands worden beschouwd. En om in ons onzekere tijdsgewricht de eenheid te bevorderen, kiest de volksvertegenwoordiging voor on-Nederlands vlagvertoon. De motie maakt daarmee duidelijk hoezeer het neonationalisme dat in de maak is, een vorm van zelfvervreemding is. Een ‘Ik hou van Holland-show’ met een overdosis tulpen en molens. Anderzijds kan de kneuterige uitvoering van de vlag (kosten: 200 euro) op haar beurt ook weer als typisch Nederlands worden gezien.

Maar er is hoop: bij de geplande restyling van de Tweede Kamer kan voor fameus Dutch design worden gekozen en dan komt er zeker iets moois uit. Misschien wel een Nederlandse vlag die wappert tussen de sterren van de EU. Maar een Europese vlag wil de Kamer niet. Als het aan Van der Staaij ligt, moeten de Europese vlaggen bij regeringsgebouwen zelfs worden gestreken.

Bij de afgelopen verkiezingen werd ook duidelijk hoe schraal het nieuwe identiteitsdenken van politieke partijen was. In de partijprogramma’s stond vrijwel niets wat daadwerkelijk over een specifiek Nederlandse identiteit ging. Een goed voorbeeld is het programma van Forum voor Democratie. Deze partij lanceerde met veel tamtam een ‘Wet Nederlandse waarden’: de wet gaat altijd voor, kritiek is altijd toegestaan, geloven of niet-geloven is vrij, discriminatie is niet toegestaan en gedwongen huwelijken zijn niet toegestaan. Mooi, maar allerminst specifiek Nederlands. Deze waarden maken gewoon deel uit van de geschiedenis van westerse democratische rechtsstaten. Ze liggen ten grondslag aan tal van Europese verdragen.

Andere partijen stellen de Nederlandse Grondwet centraal. Niets op tegen om iedereen daarmee vertrouwd te maken, maar ook de Grondwet is in hoge mate een eclectisch Europese tekst. In 1848 werd door de belangrijkste redacteuren Thorbecke en Donker Curtius gebruikgemaakt van Frans-Belgische voorbeelden. Of zoals Multatuli het verwoordde: Thorbeckes wetten waren „uit andere landen met onoordeelkundige verminking overgenomen stukken en brokken grond-, kies- en gemeentewet, prulwerk voor óns land” (Ideeën III, 395). Neutraal geformuleerd: onze Grondwet past gewoon in de ontwikkeling van constitutionele staten sinds de Franse Revolutie en is inmiddels zodanig ingeburgerd in Nederland dat we de Europese wortels ervan niet meer herkennen.

Om de eenheid te bevorderen kiest het parlement voor on-Nederlands vlagvertoon

Dit soort symboliek en identiteitsdenken helpt ons niet verder, ook niet in 2018. Toenemende sociaal-economische gelijkheid, spanningen tussen hoog- en laagopgeleiden, ouderen en jongeren, gevestigden en nieuwkomers vragen volgens Scheffer om een politiek die nationale eenheid bevordert. Om politiek die meer is dan facilitering van de markt. Politiek die de publieke orde op een inspirerende wijze vormgeeft. Omdat we van de kwaliteit van die publieke orde allemaal afhankelijk zijn.

Dat is een belangrijke oproep. Maar vormgeving van de publieke orde vraagt in de eerste plaats om scherpe, inhoudelijke politieke keuzes, niet om symboolpolitiek. Afschaffing van de dividendbelasting staat symbolisch tegenover de onderinvesteringen in onderwijs en onderzoek. De markt krijgt de vrije ruimte, de publieke sector verschraalt. Tegenover het internationale bedrijfsleven legt de nationale politiek het af. Alleen in Europees verband kan de race to the bottom als het gaat om winst- en dividendbelasting worden gestopt.

Vlag, volkslied en een geschiedenisboekje als je achttien bent, zijn schaamlappen voor onderinvesteringen in onderwijs en onderzoek. Zorg voor een mooie leergang vanaf het basisonderwijs over onze geschiedenis zoals die verweven is met die van Europa en de wereld. Dan kunnen we gezamenlijk een rijk inhoudelijk debat voeren over wat ons verbindt en inspireert voor de toekomst.

    • Jan Drentje