Recensie

Regie en tekst botsen in theaterstuk ‘Kaap Furie’

Toneel In ‘Kaap Furie’ vragen twee vrouwen aandacht voor het geweld tegen vrouwen door een trein te kapen. Het activisme in de tekst wordt gesmoord door een overspannen speelstijl.

Wendell Jaspers, Léon Ali Çifteci en Johanna Hagen in ‘Kaap Furie’. Foto Ben van Duin

Twee vrouwen trekken aan de noodrem van een trein en gijzelen de conducteur. De twee willen een daad stellen op wereldvrouwendag. „Niemand luistert nog naar woorden, snapt u”, zegt de verteller die het verhaal inleidt. „Woorden van vrouwen werden zelden op waarde geschat.”

Daarna barst de voorstelling los met confettikanonnen die de vloer bedekken met roze snippers, op de beat van Pokerface van Lady Gaga. „I’ll get him hot, show him what I’ve got”, zingt ze. De actrices Wendell Jaspers en Johanna Hagen nemen uitdagende poses aan en maken banale, seksuele gebaartjes, met tong en vingers.

Die luidruchtige scène staat haaks op de serieuze openingsverklaring en is geschikt om de toeschouwer de voorstelling in te trekken. Maar regisseur Nina de la Parra kiest ervoor de gesprekken erna in eenzelfde gejaagde, opgevoerde vorm te gieten. De actrices blijven schreeuwen, rennen en loze erotische gebaartjes maken. Wat er gezegd wordt, verdwijnt in een overdaad van geluid, beeld en beweging. Kaap Furie is één lange sprint. Pas aan het einde neemt De la Parra de rust voor een ingetogen scène en dat is zowel een cliché als te laat.

Grote, actuele thema’s

De voor de hand liggende verklaring voor het gebrek aan ritme in de voorstelling is dat De la Parra vreesde dat de strijdvaardige tekst van Sara van Gennip anders een te ernstige indruk zou maken. Gaia (naar de oermoeder) en Judith (naar de Bijbelse rebel) spreken de conducteur aan op een verkrachting in de nachttrein en vragen zich onder meer af waarom jongens niet beter worden opgevoed, zodat meisjes niet op zelfverdediging hoeven. Grote, actuele thema’s, die een beter lot verdienen.

De ontreddering van de man in de discussie, die niet weet wat hij moet doen of moet zeggen, komt in Kaap Furie nog het best tot zijn recht. Léon Ali Çifteci speelt zijn ongemak fraai uit en je voelt met hem mee.