De cola zit voorlopig nog niet in een duurzame fles

Deze rubriek belicht ontwikkelingen op de financiële markten. Vandaag: bioplastic Avantium blijft in testfase.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Consumenten blijven hun frisdrank voorlopig nog even schenken uit de ‘traditionele’ plastic fles. De ontwikkeling van een duurzamere variant, vervaardigd uit maïs en suikerbiet, verloopt niet helemaal volgens schema. Makers Avantium en BASF hebben zeker twee tot drie jaar extra nodig om te sleutelen aan het productieproces, zo maakten ze vrijdag bekend.

Aanvankelijk hoopten beide bedrijven al in 2021 te kunnen beginnen met het op grotere schaal produceren van de PEF-fles, een milieuvriendelijke vervanger van de PET-fles. De bedrijven gaan dat doen in een nog te bouwen fabriek in de omgeving van Antwerpen. Op dit moment vervaardigt het Nederlandse Avantium slechts op kleine schaal bioplastic, in een testfabriekje in Geleen.

Pas als de PEF-fles ongeveer even duur is als de PET-fles wordt het materiaal van Avantium volgens analisten interessant voor fabrikanten.

Voor die testfase willen beide bedrijven nu meer tijd nemen, laat topman Tom van Aken van Avantium weten. In een tussenproduct werden bij onderzoeken kleine onzuiverheden gevonden, die onder meer een impact kunnen hebben op de kleur van het uiteindelijke plastic. „Bij een frisdrankfles is dat erg belangrijk”, zegt Van Aken. Van een vaalgeel omhulsel krijgt immers niemand zin in cola.

Kinderziektes kosten tijd

Om die „kinderziektes” uit het productieproces te halen, gaat Avantium nu met nieuwe apparatuur testen in Geleen, in een poging het plastic nog puurder te maken. Hoeveel die veranderingen kosten, wil de topman van het Amsterdamse bedrijf niet zeggen. Maar het gaat om „kleine getallen”, stelt hij.

Belangrijker is volgens Van Aken het tijdverlies dat wordt geleden door de veranderingen. „Het plaatsen en installeren van die apparatuur kost zo een jaar. En dan moet je het daarna nog eens gaan testen.” Toch neemt hij die tijd liever nu, zegt de topman. In de kleine fabriek in Geleen kan Avantium veranderingen in het productieproces nog gemakkelijk inpassen. Opstartproblemen in Antwerpen zouden veel grotere gevolgen hebben.

Flinke spaarpot

Beleggers en analisten reageerden vrijdag tamelijk verrast op het nieuws van Avantium, dat vorig jaar, in maart, naar de beurs ging. Aan het einde van de dag stond het aandeel in het biochemische bedrijf ruim 15 procent lager. Analist Wim Hoste van KBC Securities verlaagde zijn koersverwachting van 11 euro naar 8,50.

Zelfs als de uitgaven voor andere apparatuur niet al te hoog zijn, dan nog kost een vertraging je uiteindelijk immers geld, stelt Hoste. „Je hebt intussen namelijk wel de kosten om je fabrieken aan de gang te houden.” De analist verwacht overigens niet dat die uitgaven – of eerder het gebrek aan inkomsten – Avantium op korte termijn gaan opbreken, zegt hij. „Met de beursgang heeft het bedrijf een flinke geldvoorraad opgebouwd. Daar kan het nog wel even mee vooruit. Maar op een gegeven moment moeten er natuurlijk wel inkomsten gaan binnenkomen.”

Voor de beursgang hadden kenners al hun twijfel bij Avantium. De mogelijke winst is groot, maar dat geldt ook voor het risico.

Ook voor Dylan van Haaften, die Avantium volgt voor zakenbank NIBC, kwam het bericht van vrijdag onverwacht. Bij bedrijven die werken aan een volslagen nieuwe techniek is vertraging niet ongebruikelijk, zegt hij. Maar vaak vindt die vertraging pas plaats zodra het product op de markt komt, omdat mensen het minder snel gaan gebruiken dan gedacht. „Bij pvc duurde het bijvoorbeeld wel vijftien jaar voordat loodgieters het echt gingen gebruiken. Maar op dat punt ís Avantium nu nog niet eens.”

Avantium kan in de verklaring daarom wel spreken van een „grote vraag” naar bioplastic, maar veel waarde hecht Van Haaften daar voorlopig niet aan. „Want als het product niet goed is, dan moet je eerst terug naar de tekentafel. Avantium was een bedrijf dat op het punt stond om een product te gaan verkopen, maar nu zitten ze weer in de testfase. Ze zijn twee jaar teruggeworpen in de tijd.”