Tevreden met zichzelf. En toen kwamen de prijzen

De carrière van veldrijder Maud Kaptheijns zit in de lift, vanaf het moment dat ze professioneler ging eten en ze haar relatie met haar vriendin openbaar maakte. NRC trok op het NK veldrijden in Surhuisterveen een dag met haar op.

Maud Kaptheijns in actie bij de elite dames op het NK Veldrijden. Foto Koen van Weel/ANP

De maand oktober is in 2017 van Maud Kaptheijns. De 23-jarige veldrijder uit Westerhoven domineert haar sport als Mathieu van der Poel bij de mannen: ze wint week in week uit crossen zonder dat het haar echt moeite lijkt te kosten. Hoe technischer de parcoursen, hoe makkelijker het gaat. In mul zand is ze op haar best, en laat het daar in de eerste veldritten van het jaar nu net mee bezaaid liggen. Op die ondergrond leerde ze van haar vader fietsen, in natuurgebied Malpie bij Valkenswaard.

Het lijkt die eerste weken van het crossseizoen soms wel alsof ze vliegt. Ze is gelukkig, in tegenstelling tot haar partner Laura Verdonschot, een Vlaamse veldrijder. Een jaar geleden maakten de twee op Facebook wereldkundig dat ze een relatie hebben. ‘Proud to call you my girl’, schreef Kaptheijns toen op haar pagina.

De coming-out is voor haar niks bijzonders, noch voor haar familie. Pa en ma wisten al sinds ze een klein meisje was dat ze niet op jongens zou gaan vallen. Ze hebben daar nooit een punt van gemaakt. Maar de ouders van Laura wel. Terwijl Kaptheijns zich vliegend door het zand ontpopt als dé openbaring van het seizoen, gaat het met Laura steeds minder.

Eind oktober stagneert ook bij Kaptheijns de opmars. Bij een valpartij haalt ze haar knie open aan een schijfrem. Ze wint de cross van Ruddervoorde nog wel maar er is modder in de wond gekomen. Na afloop gaan er „wel zes spuiten verdoving” in die knie. Kaptheijns wil door. Ze verkeert in de vorm van haar leven. Maar in de wedstrijden daarna wordt ze steeds slechter. Ze is geen schim meer van zichzelf. Die knie gaat ontsteken. Ze wordt ziek, krijgt koorts. Haar lichaam trekt aan de bel en ze moet een maand aan de kant.

In de periode tussen Kerst en oud en nieuw, traditioneel overvol met veldritten, maakt ze haar rentree. Ze wordt twee keer derde, voelt zich langzaam weer de oude worden.

Vlak na de jaarwisseling reist Kaptheijns met haar nieuwe ploeg Crelan-Charles naar Griekenland voor een trainingskamp. Daar regent het de eerste dagen. Ze wordt wéér ziek, herstelt ook weer en werkt nog een paar goede trainingen af voor ze terugreist en zich opmaakt voor het NK veldrijden in het Friese Surhuisterveen. Ze gaat deze zaterdag voor de kampioenstrui. Het zou voor het eerst zijn.

08.18 uur, Drachten

Het is nog donker buiten, koud en mistig bovendien, wel even anders dan de omstandigheden waar ze tot donderdag mee te maken had in Loutraki, Griekenland. In het Van der Valk-hotel van Drachten werkt Kaptheijns gedisciplineerd een mok havermout naar binnen. Heeft ze net uit de camper van de ploeg gehaald, die buiten op de parkeerplaats staat. Links van haar zitten haar ouders. Die hebben wel van het hotelontbijt genoten. Vader Joop zegt dat hij nog nooit één wedstrijd heeft gemist, terwijl zijn dochter al sinds ze zeven is aan wielrennen doet, en sinds haar twaalfde aan veldrijden. Het begon met mountainbiken, zegt hij. Deden ze graag samen, vader en dochter. En daarvoor was het voetbal, tennis, volleybal. Maar dat werd niks. „Maud kon eerder fietsen dan praten”, zegt moeder Colinda.

Het gesprek gaat vrij snel over haar relatie met Verdonschot, in België een hot topic. Het Laatste Nieuws wijdde in 2016 een artikel aan de coming-out, noemde het „geen evidentie in de conservatie sportwereld”. Kaptheijns vertelt juist dat iedereen in de „familiaire wereld” van het veldrijden al wist van hun relatie. „Maar in België valt zoiets toch moeilijk. Daar wordt veel meer dan in Nederland een ideaalbeeld geschetst van hoe je moet zijn”, zegt ze. Moeder Colinda valt haar bij: „Daarbij had Laura al relaties met jongens gehad. Dat maakt het moeilijker te accepteren voor haar familie.”

Maud Kaptheijns aan het inrijden voor het NK veldrijden in Surhuisterveen.
Foto Koen van Weel/ANP
Close-up van Maud Kaptheijns tijdens het NK Veldrijden.
Foto Koen van Weel/ANP

De carrière van Kaptheijns zit sinds haar relatie met Verdonschot begon, nu twee jaar geleden, in de lift. Of het een met het ander te maken heeft, vindt ze moeilijk te zeggen. Ze is sinds vorig seizoen ook beter op haar voeding gaan letten. Het jaar ervoor verloor ze zes kilo omdat ze zo min mogelijk koolhydraten nam. Ging ze trainen op drie gekookte eieren. „Toen heb ik roofbouw gepleegd. Niet dat ik anorexia had hoor, maar ik miste kracht. Versnellen ging niet meer. Ik deed veel op vetverbranding.”

In de zomer van 2017 tekent Kaptheijns haar eerste profcontract, twee jaar na het behalen van haar propedeuse fiscaal recht. Ze heeft in het veld dan pas één cross gewonnen, in Lille, Vlaanderen. Het is een droom die uitkomt. „Ze riep al sinds haar vijfde dat ze later profwielrenner wilde worden”, zegt vader Joop. „Die kans moest ze dus met beide handen aangrijpen.” Ze krijgt nieuwe fietsen, een manager, en gaat beter op haar voeding letten. In kleine kermiskoersjes op de weg merkt ze al dat ze beter is dan ooit. Rustiger. Zo’n beetje alles in haar leven valt op z’n plaats. En dus stijgt ze boven zichzelf uit. Ze wint cross na cross na cross. In het veldrijden heeft winnen financiële gevolgen. Het startgeld dat wedstrijdorganisaties voor haar neertellen begon dit seizoen bij 250 euro maar zit inmiddels rond de 1.000. „En als ik die trui vandaag win, gaat het naar de 1.250 euro per wedstrijd”, zegt de Europees kampioene van twee jaar geleden. Die trui kreeg ze pas een jaar later nadat de aanvankelijke winnares Femke Van den Driessche haar titel verloor toen ze met een motortje in haar frame betrapt werd. „Daardoor heb ik het gevoel dat ik nog nooit een trui heb gewonnen.”

Om iets over negenen moet Kaptheijns gaan douchen. Ze pakt haar iPhone erbij en laat een strak tijdschema zien voor de dag van vandaag. Dat laat weinig ruimte voor improvisatie. Tien over half twaalf staat er een eerste verkenning van het NK-parcours gepland in Surhuisterveen, op een kwartiertje rijden.

11.40 uur, Surhuisterveen

Terwijl Erik Dekker wordt gehuldigd als nationaal kampioen veldrijden bij de masters veertig plus, stuurt Kaptheijns de sompige veengrond van Surhuisterveen in. Het Friese dorp werkt een zaterdag af als alle andere, alleen ploeteren er nu kriskras door de straten wat wielrenners met kromme ruggen. De sfeer is niet die van een Vlaamse veldrit. Goed, er speelt een band, maar als er driehonderd toeschouwers op het evenement zijn afgekomen, is het veel. Er wapperen geen geelzwarte Vlaamse leeuwen, er hangt geen hoppige bierlucht. Landelijk, dat is het er wel.

12.11 uur

Kaptheijns keert na een half uurtje wat knorrig terug bij de gehuurde camper van haar ploeg: „Aargh, ik werd opgehouden door kinderen”, moppert ze. „Die moeten daar niet rijden.” Het parcours ligt er beter bij dan ze had gedacht, voor haar dan. Technisch, zwaar, bagger. Het wordt niet alleen maar stoempen met het grote mes. Dan zou ze het sowieso afleggen tegen Lucinda Brand, wegrenner van beroep. Ze gooit haar baggerschoenen uit en springt de camper in. Buiten vraagt moeder Colinda zich af waar haar man blijft. Die moet het aggregaat aangooien. Pas dan kan de magnetron aan. Het bordje speltpasta van haar dochter moet opgewarmd. En ook voor het schoonspuiten van Kaptheijns’ fiets is elektriciteit nodig. Dat moet na elkaar. Zo sterk is dat ding niet.

12.20 uur

Na het schoonspuiten wekt vader Joop, ondernemer in het beveiligingswezen, herinneringen aan prille fietstochtjes met zijn dochter tot leven. „In haar tweede mountainbiketraining brak ze haar pols. Wilde ze met het gips gewoon gaan trainen. Zo gedreven is ze altijd geweest.”

Foto Koen van Weel/ANP

13.25 uur

Kaptheijns komt terug van haar tweede rondje verkennen. Ze spreekt niet meer in volzinnen, meer in staccato berichten, opdrachten voor haar team. Er moet een tiende bar uit haar banden. „1,3 en 1,2”, ratelt ze.

14.15 uur

Als Kaptheijns op een blauwe rollerbank vinnig aan haar warming-up begint, wordt het menens. Ze keert in zichzelf, en zoekt al mopperend op haar vader naar een kanaal om haar spanning kwijt te raken. „Is dat fiets drie daar? Dat wil ik dus niet, daar vál ik mee. Dat weet je. Twee, niet anders.” Op veilige afstand legt Joop uit dat er een onderdeel in het stuur van fiets drie is versleten. „Wij zouden dat niet voelen, maar Maud merkt dat. Het is vooral iets psychisch hoor.” In een tentje zingt Kaptheijns mee met muziek die uit haar oordoppen komt. Het laatste nummer dat ze altijd weer afspeelt vlak voor ze naar de start moet, is van John de Bever: ‘Jij krijgt die lach niet van mijn gezicht’ – een carnavalskraker. Nog een kus van haar moeder. Dan is ze er klaar voor.

15.00 uur

Kaptheijns heeft een goede start, na een ellenlange asfaltstrook schiet ze als eerste de veengrond op. Maar een paar honderd meter later wordt ze overklast door Lucinda Brand, de favoriete op dit parcours. Het is al de beslissing in de wedstrijd. Niemand komt meer bij Brand in de buurt. Kaptheijns kan de titel vergeten. Ze koerst veertig minuten lang voor plaats twee.

15.40 uur

Moeder Colinda staat aan de finish met schone wielerkleding voor haar dochter. „Nou, ze mag blij zijn met plek twee, toch? Van Lucinda mag ze verliezen”, is ze positief. Op de finishlijn recht Kaptheijns haar rug en wijst naar haar sponsor. Op haar gezicht geen glimlach. Het verschil met Brand is groot: vijftig seconden.

16.15 uur

Het perscentrum van het NK veldrijden in Surhuisterveen is een soort keet, met achterin een vriescel die ingesteld staat op -21,9 graden Celcius. Er zijn broodjes, er is koffie. De hoofdrolspelers van de dag nemen plaats achter aan elkaar geschoven tafels. Kaptheijns is realistisch: „Ik ben ziek geweest. Daardoor had ik minder power. De sterkste heeft gewonnen vandaag. Maar dat betekent niet dat ik tevreden ben.” Van Laura kreeg ze een appje. ‘Ik ben trots op je, wat je ook doet’, stond erin. Kaptheijns begint over zondag. Dan is het Belgisch kampioenschap veldrijden en kan ze er eindelijk eens zijn voor haar vriendin, zegt ze. Vaak zijn ze concurrenten, maar dit weekend niet. En daar kijkt ze heel erg naar uit.