Omslag in archeologie

De namen kennen we nog steeds niet, van al die miljoenen prehistorische voorouders van ons. Maar sommige van hun intiemste geheimen liggen nu wel op straat. Voordat de paleo-DNA-evolutie begon, een jaar of twintig geleden, wisten we nauwelijks iets van individuen in de verre oudheid. Hooguit kon je in een bot een akelige ziekte terugvinden. Arme oude Neanderthaler uit La Chapelle-aux-Saints, met zijn vervormde ruggegraat en tandeloze mond!

Maar een paar jaar geleden kon met DNA van een 40.000 jaar oud mensenbot uit Roemenië teruggerekend worden dat de betovergrootvader van die persoon een Neanderthaler moest zijn geweest. En daarvoor werd met DNA-onderzoek vastgesteld dat de vier mensen die 5.000 jaar geleden bij het Duitse Eulau gruwelijk vermoord werden, zeer naaste familie waren: vader, moeder, twee zonen. Het oudst bekende gezin uit de prehistorie.

Paleo-DNA is waarschijnlijk de grootste revolutie in de archeologie sinds de uitvinding van de C14-datering. Deze nieuwe techniek raast nu door het vakgebied, zoals Lucas Brouwers verderop beschrijft. Er is zelfs al een nieuwe mensensoort (de Denisova-mens) ontdekt, louter door DNA-analyse, een ongekende innovatie. En in de Koper- en Bronstijd (ca. 5.000 tot 3.000 jaar geleden) worden ineens grote volksbewegingen zichtbaar. En zoals in alle revoluties buitelen nu extreme theorieën over elkaar. Heel Engeland ontvolkt in de Bronstijd! Maar net als bij C14 zal ook hier de bedachtzaamheid winnen: wat nu nog revolutie is, zal straks gewone wetenschap zijn. Wat als apart specialisme begon, wordt snel een algemeen gebruikt werktuig. Of, in de stijl van wetenschapsantropoloog Bruno Latour: archeologen die deze nieuwe techniek als bondgenoot gebruiken in de strijd om de beste feiten, hebben nu nog een groot voordeel op hun concurrenten, maar binnenkort zal paleo-DNA banaal onderdeel van ieders wetenschapsarsenaal zijn. En de kennis des te groter.

    • Hendrik Spiering