NRC schaft de ballen niet af, maar moet waken voor fixatie

Het leven van een boekenbal kan kort en wreed zijn. Onlangs werd er op nrc.nl zomaar eentje geliquideerd, bij een boek van Jonathan Israel. Van vier ballen („zeer goed”) ging het oordeel naar drie („goed”).

Foutje van de redactie van de Boekenbijlage die het aantal ballen bepaalt in overleg met de bespreker. Een redacteur gaf er vier, na overleg met de recensent werd dat verlaagd tot drie – vervolgens door een misverstand, door een andere redacteur, weer terug veranderd.

Af en toe vlamt in journalistieke kringen het debat over dit „grafische signaal” op. Volgens pleitbezorgers zijn ballen – of sterren – een handig extraatje om lezers een snelle indruk te geven, volgens critici commerciële verplatting, die afleidt van de inhoud.

Die meningen staan al jaren tegenover elkaar, ook bij NRC dat nu ballen gebruikt bij boek-, film-, muziek- en toneelrecensies. Het jongste vlammetje kwam van Het Parool, dat onlangs liet weten de sterren af te schaffen. Recensies zijn steeds „compacter” geworden, meent hoofdredacteur Ronald Ockhuysen, „snel en bondig geschreven”, dus je hebt die sterren niet meer nodig. Daarnaast, ietwat tegenstrijdig: door de sterren weg te halen, wil de krant „benadrukken dat onze recensenten juist niet uit de heup schieten, maar op basis van hun specialistische kennis tot een afgewogen, zorgvuldig geformuleerd oordeel komen”.

Ook bij de Volkskrant is discussie. Columniste Elma Drayer riep redacties van boekenbijlagen op om ermee te stoppen. Boekenchef Wilma de Rek aldaar bekende zelf ook niet dol te zijn op het sterrensysteem, maar het toch te blijven gebruiken. Haar bedenking: sterren suggereren een objectieve maatstaf, terwijl recensies per definitie „subjectief” zijn.

Bij NRC houden de ballen onverkort stand. Chef Kunst Paul Steenhuis vindt ze een „waardevolle toevoeging”. Ze zijn, net als koppen, „een extra hulpmiddel om een lezer sneller en beter te kunnen laten oordelen: dit ga ik zien of lezen. Dat past bij deze tijd waarin informatie sneller geconsumeerd wordt.” Hij wijst erop dat Het Parool ook gewoon ballen blijft geven in zijn kunstagenda.

Chef Boeken Michel Krielaars is sceptisch, maar gelaten. Hij had ze „liever niet”, zegt hij, omdat ze geen recht doen aan langere, genuanceerde stukken. Maar, net als zijn evenknie bij de concurrent, hij schikt zich.

De boekenredactie, een intellectuele niche van de krant waar de ballen het laatst werden ingevoerd, worstelt er wel mee, en pleegt soms stil verzet. Zo verschenen eens twee rijen ballen, bij de recensie van Stefan Hertmans De Bekeerlinge, een voor vorm (twee) en één voor inhoud (vier). Ik zag ook al eens een halve bal langskomen. Recentelijk zelfs nul – geen oordeel over het boek, maar over de uitgever. Een boek van Chinua Achebe kreeg twee recensies, een met twee ballen (stijl) en een met vier ballen (plot), om duidelijk te maken dat Europese en niet-Europese romans vaak anders worden beoordeeld.

Hoeveel hout snijden de bezwaren, of is dit eerder een kwestie van populaire cultuur versus elitarisme, dus van smaak? De bedenking van De Rek, dat sterren ten onrechte objectiviteit suggereren, lijkt me het zwakst. Dat recensies „subjectief” zijn betekent niet dat ze ‘ook maar een mening’ zijn; als dat zo is, kun je ze net zo goed afschaffen. Een goede recensie is een deskundig en beredeneerd oordeel, niet domweg de uiting van een persoonlijke voorkeur.

Serieuzer vind ik dit bezwaar: sterren of ballen maken een recensie tot vonnis, waar geen hoger beroep tegen mogelijk is (zoals de Rijdende Rechter zegt: hier moet u het mee doen). Terwijl een recensie het gesprek over een boek moet stimuleren, niet platslaan.

Er kan dus ballenfixatie optreden. Een stuk over de recente schandaalkroniek over Trump kreeg van nrc.nl deze bizarre kop mee: Drie ballen voor het veelbesproken boek over Trump. Dat was kennelijk wat de lezer het meest acuut over dit boek moest weten. Zou het?

De boeken- of filmbranche wil die ballenscore natuurlijk wél graag acuut weten. Ook daar wijst Ockhuysen op: in advertenties wordt gepronkt met het aantal sterren, zonder context.

Moet een krant zich daar iets van aantrekken? Chef Kunst Steenhuis vindt het onzin: „De ballen nemen niets weg van de kritische beoordeling. Wij hebben de indruk dat lezers dat ook begrijpen.” Dat het oordeel wordt overgenomen, juicht hij alleen maar toe.

Toch heeft de ballenhiërarchie ook perverse effecten, weten ze bij Boeken, vooral voor recensenten. Dat blijkt uit het zware leven van de ‘3-ballen-recensie’ (‘goed’). Drie geldt als vlees noch vis en wordt, zegt chef Krielaars, ervaren „als een zes min”. Liever dus een boek écht slecht vinden (een of twee ballen) of echt goed (vier of vijf).

Een kleine telling ondersteunt die polariserende dynamiek. In de boekenbijlage van afgelopen december scoorde de 4-ballen-recensie het hoogst (28), gevolgd door 3 ballen (16), 5 ballen (5), en de compleet soevereine 1 bal (1). De zuurgraad is dus opmerkelijk laag.

Maar zouden er werkelijk elke week zoveel voortreffelijke boeken verschijnen? Het meest geruchtmakende stuk ooit uit de bijlage Boeken was dat van Hans Goedkoop, die zich met huid en haar door Connie Palmens roman IM heengroef (1998). Een boek dat vermoedelijk als snel oordeel drie ballen had meegekregen – maar een briljant stuk met vlees, vis én vegetarisch.

Slotsom: laat die ballen vooral een nageboorte zijn – en geen keurslijf voor lezers óf recensenten. Veel van de beste recensies worden geschreven tussen de uitersten van jubelen of afbranden.

Urgenter is of een krant ruimte geeft aan recensies waarin niet alleen wordt geoordeeld, maar vooral wordt geredeneerd, een genre dat het moeilijk heeft aan de stamtafel van rappe praters, maar waarin een krant met intellectueel cachet zich kan onderscheiden.

Reacties: ombudsman@nrc.nl
    • Sjoerd de Jong