In het verhalenhuis zingen de Syriërs

Essay

Het afgelopen jaar waren er bijzondere bijeenkomsten met verhalen en gedichten uit Syrië. Esseline van de Sande schreef een pleidooi voor het verhalenhuis.

De bekende Syrische dichter Adnan Alaoda organiseerde de bijeenkomsten. Foto Joop Reijngoud

Hitte. Stof. De geur van koffie met kardemom in de uitgestorven straten van een stad die wacht op de verkoeling van de avond. Esseline van de Sande beschrijft haar bezoek aan Verhalenhuis Al-Nofara in Damascus zo beeldend dat de waterige Hollandse januari-kou even verdwijnt als je haar essay leest, Hier is daar, daar is hier. „Een open ontmoetingsplek in de buitenlucht waar de ontwikkelde mens tot rust kan komen, vrijelijk met vrienden kan spreken of filosoferen over de wereld zoals die aan hem voorbij trekt”, zoals 17e eeuwse wetenschapper en dichter Ibrahim al-Khiyari dit verhalenhuis ooit beschreef.

Het essay gaat ook over Rotterdam. Van de Sande schreef het stuk, dat deze week als boekje verscheen, in opdracht van het Rotterdams verhalenhuis Belvédère. Aanleiding was het verblijf daar van de Syrische dichter en schenario-schrijver Adnan Alaoda. Hij was het afgelopen jaar writer in residence in Rotterdam, de eerste keer dat Belvédère een schrijver in huis neemt.

Alaoda stelt het verhalenhuis één keer per maand open voor een Al Rewaq, een broedplaats voor culturele uitwisseling en creativiteit. „Er komen Syriërs op af uit Nederland en heel West-Europa”, zegt Van de Sande. Er zijn ook zangers, dichters en toeschouwers uit Nederland. „Het zijn levendige bijeenkomsten vol muziek, poëzie, film, ad-hoc samenwerking en improvisatie.” Van de Sande herinnert zich dat er een keer een Syrische vrouw aan het woord was, in het Arabisch. „Het was kennelijk een geestig verhaal, de aanwezige Syriërs lachten met de vrouw mee. Toen het verhaal daarna in het Nederlands vertaald werd, bleek het te gaan over haar vlucht uit Syrië, in een wankel bootje. Sommige Nederlandse aanwezigen wisten niet wat ze meemaakten toen ze deze veerkracht van de Syriërs zagen.”

Voor Van de Sande is het belangrijk „de geest van het verzet” in Syrië te laten zien. „We horen hier over ISIS, over bombardementen, maar niets over de verhalen, de zang en de gedichten die de voertuigen van verzet zijn, juist in Syrië en de landen daar om heen. Adnan schrijft nieuwe liedteksten, maar er zijn ook honderden jaren oude liederen die iedereen kent, jong en oud, van alle rangen en standen.”

De geest van verzet waart sowieso rond in het verhalenhuis. Op de zolder van het pand op Katendrecht, waar Adnan Alaoda het afgelopen jaar regelmatig verbleef met zijn zoontje Ward en zijn vrouw Dima, was tijdens de oorlog kunstenaar Wally Elenbaas met zijn Joodse vrouw Esther Hartog ondergedoken. Zij hielpen joodse kinderen verbergen, tot ze zelf uit beeld moesten verdwijnen. Elenbaas, van wie zeefdrukken in het boekje van Van de Sande zijn opgenomen, woonde tot zijn dood in 2008 boven het Verhalenhuis.

Wat de Al Rewaq-bijeenkomsten volgens Van de Sande zo bijzonder maakt, is dat ze niet politiek zijn. „Er zijn niet veel plekken waar Syriërs bij elkaar kunnen komen als mensen, als volledige mensen. Daar zijn verhalenhuizen voor.”