Een standbeeld in Sittard voor Fernando Ricksen

Voetbal

Oud-topvoetballers van Fortuna Sittard onthullen bij het stadion een standbeeld voor Fernando Ricksen, die aan de spierziekte ALS lijdt.

Standbeeld Fernando Ricksen Foto Marcel van Hoorn / ANP

Geen monument voor Jan Notermans of een andere speler uit de gloriejaren van Fortuna ’54, de eerste profclub van Nederland. Geen monument voor Mark van Bommel, de Fortunees met misschien wel de grootste carrière (PSV, Barcelona, Bayern München, AC Milan). Nee, bij het stadion van Fortuna Sittard werd vrijdag een bronzen borstbeeld onthuld van Fernando Ricksen. Door generatiegenoten Van Bommel (in tranen) en Kevin Hofland. Ricksen (41) zelf, een naar hem genoemde tribune had hij al, keek geëmotioneerd toe vanuit zijn rolstoel. De spierziekte ALS heeft hem in zijn greep. Bewegen gaat heel moeizaam. Praten lukt niet meer.

Aanhangers van de club namen het initiatief voor dit monument voor de deur van het supportershome. Fan Patrick van Mulken begrijpt wel waarom: „Ricksen is een boegbeeld voor Fortuna Sittard. Zijn karakter past bij deze club. Hij is strijdbaar, ook in heel moeilijke tijden. En het was prachtig dat hij aan het einde van zijn carrière voor de laatste jaren weer hier terugkwam. Veel oud-spelers draaien daar een beetje omheen. Fernando deed het gewoon.”

Toch is er ook kritiek op dit eerbetoon. Zeker, hij speelde voor mooie clubs (AZ, Glasgow Rangers, Zenit St. Petersburg, en twaalf interlands), maar had er met een minder wilde levensstijl niet veel meer ingezeten? In de krant De Limburger zette columnist Marco van Kampen vorig jaar vraagtekens bij het toen nog voorgenomen bronzen saluut aan een van Sittards helden. „Het onmiskenbare talent” van Ricksen werd volgens hem verkwist aan drank, drugs en vrouwen”. Hij eindigde zijn stukje vol uitspattingen van de speler met: „Na zijn loopbaan werd hij ziek. Binnenkort krijgt hij een standbeeld.” Met andere woorden: was dit niet vooral een monument uit medelijden?

Ook Jos Stevens vindt dat, normaal gesproken, alleen de groten een standbeeld moeten krijgen. „Maar Fernando verdient het ook. Vanwege zijn vechtlust, ook in zijn tijd als speler.” Stevens woont op een steenworp afstand van het stadion, in de Geleense wijk Lindenheuvel, maar is eigenlijk fan van Roda JC. Maar dit overstijgt alle wrevel tussen de clubs, vindt hij. „En het is heel mooi dat de supporters dit zelf hebben geregeld.”

David Ross is voor de onthulling overgekomen uit Schotland. „Fernando is nog steeds een Schotse held”, zegt hij, verwijzend naar diens Rangers-verleden. Met een Obelix-helm op het hoofd heft hij het glas: „We drinken op Fernando!”

    • Paul van der Steen