De vastgoedbaas die liever onzichtbaar blijft

Erik Bos

De Amsterdamse fiscalist en projectontwikkelaar Erik Bos speelt een sleutelrol in talloze, vaak omstreden, vastgoeddeals. „Als het echt moeilijk wordt, haal je hem erbij.”

Illustratie Pepijn Barnard

Op het afgesloten binnenpleintje zijn de contouren van het historische pandje nog goed te zien. Een paar bakstenen steken kaal uit het kapotte stucwerk, balken houden de bouwvallige muren overeind. Het huisje hoorde ooit bij de Amsterdamse papierwinkel De Vlieger. Maar het moest plat om plaats te maken voor een ondergrondse disco van zeker acht meter diep.

Het pleintje, jaren geleden dichtgetimmerd, ligt achter de Halvemaansteeg, pal tegenover het Amsterdamse stadhuis. Het geldt sindsdien voor de gemeente als „rotte kies” – een lelijke plek waar de overheid geen grip op heeft.

Datzelfde geldt voor de eigenaar van de bouwlocatie. Dat is Erik Bos, een vrijwel onzichtbare Amsterdamse vastgoedondernemer en belastingadviseur, die weet hoe de hazen lopen in de binnenstad. Al decennia is hij betrokken bij – vaak omstreden – deals in en om de hoofdstad.

Bos (61) schakelt soepel tussen zijn vele functies. Afwisselend, of tegelijkertijd, is hij fiscalist, adviseur, accountant, vastgoedhandelaar, pandjesbaas, projectontwikkelaar, bestuurder en eigenaar van 52 bv’s en stichtingen. In de crisisjaren was het stil rond Bos, maar met het aantrekken van de vastgoedmarkt is hij weer terug in het rumoer.

Zo stonden de afgelopen maanden twee van zijn stichtingen voor de rechter en duikt zijn naam op in de recente faillissementsfraudezaak rond het bedrijf van de Haagse vastgoedbaas Harry Hilders, in onwettig verklaarde erfpachtverhogingen en omstreden vastgoeddeals in Zaandam.

Lees meer over particuliere erfpacht: Wie krijgt de erfpachtmiljoenen?

Ook over zijn nieuwste initiatief is gedoe. Op het pleintje tussen de Halvemaansteeg en de Amstel moet een „cultuurclubhuis” van twee kelderverdiepingen diep komen. Een „dogmaloze plek”, aldus de architect, en „safe haven” voor zeshonderd „open geesten”, voorbij „de monoculturen van hetero- en homowereld.” Bovenop en naast het ondergrondse deel gaat het bouwplan verder: meer horeca, balkons, een binnentuin, woningen.

De stad wil wel, de boel staat te verkrotten. Maar monumentenbeschermers en de naaste buren vrezen het ergste. Bas van Vliet, advocaat van de eigenaren van het naastgelegen pand, waarin papierwinkel De Vlieger is gevestigd: „Deskundigen waarschuwen dat het maken van een diepe kelder naast monumentale 18de-eeuwse panden vrijwel zeker tot schade zal leiden. Het zou bovendien een bedenkelijk precedent opleveren als het zonder vergunning slopen van een oud pand wordt beloond met toestemming voor een bouwplan van deze omvang.” In een pamflet van De Vlieger: „Bos heeft bewezen zich nergens aan te houden. Dan weet je toch waar je mee te doen hebt?”

De geschiedenis van het pleintje bij de Halvemaansteeg helpt ook niet. Daar zat 15 jaar geleden eveneens een disco, die centraal stond in een vete in de Amsterdamse onderwereld. Er waren criminele eigenaren, vermoedens van afpersing, een liquidatie. De plek is, zoals een gemeenteambtenaar dat noemt, „heet” en daarmee vintage Erik Bos.

‘Geen interesse’

NRC probeert al maanden met Bos in contact te komen, maar die wil op geen enkele manier meewerken, zo zei hij bij de enige ontmoeting, in oktober 2017, in de rechtbank in Amsterdam. Bos was daar samen met zijn compagnon, de van fraude verdachte vastgoedhandelaar Roderick van P. uit Aerdenhout. „Geen interesse”, zei hij.

In de rechtszaal moest Van P. zich verweren tegen een curator, die tonnen van hem eiste. Bos zat ondertussen zwijgend op de publieke tribune, turend op z’n ouderwetse mobieltje. Een maand eerder, bij een andere rechtszaak tegen een vastgoedstichting die hij samen met Van P. bestuurt, was hij helemaal afwezig.

Lees ook: Een Harley op kosten van Albert Heijn, over de vastgoedfraudezaak van Roderick van P.

Bos lijkt met zijn warrige grijze haar en onopvallende trui in niets op een rijke vastgoedman. „Hij wil er niet uitzien als iemand die bij het establishment hoort”, zegt iemand die hem goed kent. „Je hoort hem te onderschatten.” In dure auto’s vertoont hij zich niet, hij komt steevast met de fiets.

Mensen die Bos en zijn werkwijze kennen, noemen hem slim, rigide en keihard. „Hij leeft alleen naar de letter van de wet”, zegt er één. „Hij heeft onvoldoende sociale vaardigheden”, „is ongevoelig voor verhoudingen”. En: „Er valt niet mee te onderhandelen.” Dat strijkt mensen tegen de haren in. Eind 2016 verscheen in Het Parool een advertentie van een stichting voor mensen die zich door Bos gedupeerd voelden.

Bos, die zich in 1982 registreerde als accountant, begon zijn loopbaan bij de Belastingdienst. Volgens het FD was hij daar onder meer belast met de controle van de aangiftes van de roemruchte vastgoedbaas Jaap Kroonenberg. Die haalde hem naar de vastgoedwereld. De fiscalist werd daarmee „op relatief jonge leeftijd” financieel directeur bij bouw- en vastgoedbedrijf Kroonenberg Groep.

Met de overstap kwam Bos in contact met de Amsterdamse penoze. Kroonenberg, die overleed in 1996, onderhield nauwe banden met gokhalexploitanten en ondernemers op de Wallen en liet zich zien op freefight-gala’s. Bos’ keuze voor vastgoed bleek lucratief. In één van zijn zeldzame gesprekken met de media, in 2007 met het FD, staat dat zijn portefeuille dankzij „extra lenen en een beetje hefbomen” op dat moment „50 tot 100 miljoen euro” waard is.

In de jaren negentig kreeg Bos een bijbaan bij de Taxi Centrale Amsterdam, decor van de Amsterdamse taxi-oorlog en talrijke financiële malversaties. De Ondernemingskamer stuurde in 2006 de hele directie van TCA naar huis wegens wanbeleid. Uit de spaarkas was toen 2 miljoen euro verdwenen en de boekhouding klopte niet. Eerder had justitie de driekoppige directie al opgepakt op verdenking van het runnen van een internationale witwasoperatie.

Erik Bos speelde een centrale rol bij TCA. In het onderzoeksrapport dat de Ondernemingskamer liet opstellen, wordt hij beschreven als „accountant, fiscalist en juridisch adviseur”. Hij bedacht de bedrijfsstructuur van de taxicentrale, inclusief de spaarkas waar de directie zo makkelijk bij kon. Toen die directie was gearresteerd voor dat witwassen, kreeg Bos de leiding over het bedrijf, dat hij ook als accountant controleerde.

Daarnaast vertegenwoordigde Bos één van de bestuursleden privé: Hans Janmaat, die door het OM werd verdacht van belastingfraude en smokkelen van koffertjes contanten naar Cyprus. Het geld belandde in prostitutiepanden op de Wallen die, zo reconstrueerde Het Parool uit de strafdossiers, financieel gekoppeld waren aan een bedrijf van Bos. Justitie onderzocht hem voor die kwestie, maar liet de zaak vallen. Bos werd nooit vervolgd.

Vrijplaats

„Ik wil het gewoon nog één keer doen: een echte vrijplaats maken, net zoals discotheek Roxy ooit was.” Horeca-ondernemer Michiel Kleiss, de zakenpartner van Erik Bos in de Halvemaansteeg, zit ’s ochtends in zijn zaak, restaurant Anna aan de Warmoesstraat. Het restaurant is nog leeg, op de kat na.

Kleiss was directeur van de legendarische Roxy, tot die tot de grond toe afbrandde. Nu wil hij het ‘cultuurclubhuis’ in de Halvemaansteeg ontwikkelen, hij heeft er zijn succesvolle brasserie Harkema voor verkocht. Over Bos’ rol in de vastgoedwereld wil hij het niet te veel hebben, wel over hoe hard de stad zijn plan nodig heeft. „Kijk naar hoe de Halvemaansteeg er uitziet, alleen maar coffeeshops en shoarmatenten. Ik wil iets maken waar de Amsterdammers wel naartoe willen komen.”

Hij kent de plek sinds 2008, toen hij werd benaderd door het Van Traa-team, een taskforce van de gemeente om ‘criminogene’ plekken in de stad op te schonen, vertelt hij. Of híj niet aan de slag wilde met de Halvemaansteeg. „Ik ben de troetelondernemer voor moeilijke plekken in de binnenstad. Want ik doe het mooi en netjes.” De gemeente wil al jaren dat het pleintje aan de Halvemaansteeg wordt aangepakt. Dat komt ook door die problematische geschiedenis, waarin Bos een grote rol speelt.

Het zat zo. De locatie was 15 jaar geleden eigendom van de Kroonenberg Groep. De Bayside Beachclub die er was gevestigd, werd uitgebaat door de voorman van een Amsterdamse drugsbende, Robbie A., alias ‘De Sigaar’. Het uitgaanspubliek kon er bodyshots drinken, geschonken door vrouwen in hoog uitgesneden bikini’s. Toen er ruzie kwam over geld, hevelden Erik Bos en Kroonenberg de club over naar een spijkerharde vastgoedhandelaar, Bertus Lüske. Die mocht de problemen met De Sigaar oplossen, maar werd in 2003 doodgeschoten. Ondertussen werden allerlei betrokkenen bedreigd. Uiteindelijk kocht Bos de panden, via een criminele Israëlische familie, maar zelf. Hij liet de boel dichttimmeren en deed er niks mee.

Tot 2014. Toen besloot Bos dat er echt iets met het bouwval moest gebeuren en belde hij Kleiss. Die kende hem nog van vroeger: „Hij heeft me geholpen met het afhandelen van de brand bij de Roxy en bij de koop van Harkema. Ik vond hem leuk, met zijn warrige haar en zijn fiets. En ik viel op de locatie.”

Kleiss is niet bang dat de reputatie van Bos een belemmering vormt voor de plannen bij de Halvemaansteeg. „Ik ken hem als een integer mens. Hij heeft zelf de Halvemaansteeg uit handen van criminelen gekocht, om de boel tot rust te brengen. Ik weet dat hij er echt iets moois van wil maken.”

En bovendien: de grond en panden zijn van hem, zegt Kleiss – al is dat nog niet zichtbaar. Bos levert ze pas als de benodigde vergunningen er zijn. „Daarna is hij helemaal niet meer betrokken. Het historische pandje wordt herbouwd, de bouwrisico’s zijn afgedekt en er komt geen geluidsoverlast, want ik ga zelf boven de club wonen.” De gemeente kijkt er ook zo tegenaan. Op de vraag of ze Erik Bos heeft getoetst op integriteit is het antwoord: „De aanvraag voor dit project is ingediend door dhr. Kleiss, niet door dhr. Bos.”

De verwarring rond Erik Bos, besluit Kleiss, komt vooral door zijn zwijgzaamheid en opvallende cliëntèle: „Ik ken lang niet alle kwesties uit het verleden, maar ik weet dat hij soms opvallende klanten vertegenwoordigt. Aan de andere kant: hij is zeer discreet en als een van de weinige onafhankelijke adviseurs opgewassen tegen de notarissen en accountants van de grote kantoren.” En voor de duvel niet bang: „Als het echt moeilijk wordt in de stad, haal je hem erbij.”

Reageren? Onderzoek@nrc.nl
    • Merijn Rengers
    • Carola Houtekamer