‘De buurgemeenten hebben wél ruimte voor nieuwe bewoners’

Laurens Ivens Lijsttrekker SP

Laurens Ivens: „SP wil dat Amsterdam voor alle inkomensgroepen toegankelijk blijft.” Foto Olivier Middendorp

In de campagnes voor de raadsverkiezingen van 2006 en 2010 hoopte de SP al dat wonen het centrale thema zou worden. Dat lukte toen niet, zegt de huidige lijsttrekker Laurens Ivens. Maar ditmaal is het thema volgens hem onvermijdelijk het belangrijkst.

„Alle partijen onderkennen dat de woningmarkt oververhit is. Iedereen kent de voorbeelden. Projectontwikkelaars met wie je afspreekt dat ze huizen bouwen in een betaalbaar segment, maar die er direct een hogere huurprijs voor vragen, gewoon omdat ze die huizen toch wel vol krijgen. Particuliere sociale huurwoningen die vrijkomen en gelijk duurder worden verhuurd. Particuliere kopers die worden verdrongen door beleggers. Die belegger krijgt in deze markt de hoogste huren, dus die kan veel hoger bieden.

„Het is toch ronduit achterlijk dat wie ooit een woning heeft gekocht voor twee ton, daarna die woning voor vijf ton kan verkopen? Waar is die drie ton dan gebleven? Of een woning in De Pijp die twintig jaar is verhuurd voor 400, 500 euro per maand. Die woning komt vrij en kost ineens 1.500 euro per maand. Waar zit de noodzaak dat je duizend euro per maand extra verdient aan je woning? Slapend rijk worden met woningen, dat is iets dat ik zo min mogelijk wil in onze stad.

„Zelfs de VVD en D66 zien nu in dat het nodig is krachtig in te grijpen in de woningmarkt. Voorheen werd alleen ingegrepen bij woningen voor lagere tot gemiddelde inkomens. Nu ook voor mensen die tot anderhalf keer gemiddeld verdienen. Meteen na de verkiezingen van 2014 ging de PvdA, voor het eerst in de oppositie, een speerpunt maken van de sociale huur. Nu kunnen ze niet meer terug. Dat is pure winst. Ik zit hier niet voor mezelf of mijn partij, maar voor de stad. Hoe meer partijen zeggen dat de sociale huur van belang is, hoe beter het is.”

D66-leider Reinier van Dantzig noemde in NRC de dominantie van sociale huur anders ‘asociaal’. En D66 stemde als coalitiepartij tegen uw Woonagenda.

„Van Dantzig diende een motie in dat hij alleen maar woningen in de vrije markt wil, ten koste van mensen met een laag inkomen, ten koste van mensen die met spoed een woning nodig hebben omdat ze dakloos zijn geworden, ten koste van vluchtelingen. De Woonagenda van dit college – inclusief D66 – heeft een sterke cijfermatige onderbouwing, er was uitgebreid inspraak gehouden onder Amsterdammers. Dat D66 dan in het jaar voor de verkiezingen zegt: het komt effe niet goed uit voor het groepje waar wij voor opkomen, dus zijn we er maar tegen…”

D66 zegt: wij kiezen voor de middengroepen, dus moeten we extra veel middeldure huurwoningen bouwen. Dat wil de SP toch ook?

„Het is maar wat je onder middengroepen verstaat. Voor mij bestaan de middengroepen uit mensen die rond het modale inkomen verdienen, van 25.000 tot 50.000 euro per jaar. Voor die mensen heb je sociale huurwoningen nodig of woningen die nét iets meer kosten dan 710 euro, de sociale huurgrens.”

Worden die mensen dan niet geholpen door de voorstellen van D66?

„De leraar, de verpleegster, de agent – het trio waarmee D66 in de campagne van 2014 schermde –; kunnen die 1.000 euro per maand betalen voor een woning? Want dat is wat er gebeurt als je het aan de markt overlaat: de prijzen gaan direct naar het maximum. Juist de groep met een bescheiden inkomen betaalt een te groot deel van hun inkomsten aan woonlasten. Wil je huren voor onder de 800, 700 euro, dan voel je je goed misleid als je op D66 hebt gestemd.”

Wie zijn dan de ‘middengroepen’ die Van Dantzig de stad ziet verlaten omdat de sociale huurvoorraad de woningmarkt op slot zet? Er zijn toch veel reportages verschenen over gezinnen die naar Haarlem of veel verder uitwijken.

„D66 kiest voor de 15 à 20 procent van de Amsterdammers met een relatief hoog inkomen. Maar die groep redt zich wel op de woningmarkt. Niet allemaal even makkelijk, zeg ik er eerlijk bij. Niet al die gezinnen zullen in Amsterdam een woning naar hun smaak zullen vinden. Want die woning met dat tuintje is er nauwelijks, die kun je alleen nog maar in Noord of Zuidoost vinden, ongeacht je inkomen.

„Ik snap dat mensen groter willen wonen en dat ze dan misschien de stad uit willen of moeten. Maar ik kan niet accepteren dat mensen puur vanwege hun portemonnee de stad uit moeten. Dat is een strikt politieke keuze. In Londen is die keuze al gemaakt: de verkeerde kant op. Daar zie je nauwelijks kinderen in de binnenstad. En ook nauwelijks ouderen.”

Dus u zegt tegen de middengroepen van D66: veel succes buiten de stad.

„Zeker niet. Wij willen dat Amsterdam voor alle inkomensgroepen toegankelijk blijft. De werkelijkheid is wel dat we groter moeten denken, want we kunnen niet de hele stad volbouwen. Ik zie de meest onwaarschijnlijke aantallen in sommige verkiezingsprogramma’s; ik krijg bijna zin om honderdduizend nieuwe woningen per jaar te beloven.

„De enige manier waarop je in hoger tempo veel meer kunt bouwen is drastisch: het Vondelpark volzetten. Of je gaat in bestaande woonwijken, over de ruggen van de bestaande bewoners heen, alles slopen en de hoogte in bouwen. Dan zeg je dus tegen de mensen die daar een koophuis hebben: pech gehad.”

Dus: een deel zal de stad uit moeten?

„De buurgemeenten hebben ruimte voor nieuwe bewoners en willen die ook. Daar helpen wij ze bij. Ik, SP’er, ben naar de Bouwbeurs geweest. Met stropdas. Ik zat daar met een plaatje van de binnenstad naast me. Al die beleggers zeiden: dáár wil ik wel bouwen, geef mij maar zo’n stukje grond. Maar laten we nou kijken of we de mensen die bij mij aanklopten, kunnen verleiden om te bouwen bij mijn collega in Zaandam. Daarom zijn ambtenaren van mij aan de slag op het gemeentehuis van Haarlem. Daarom pleiten wij bij het Rijk voor een snelle verbinding naar Almere. Dan wordt Amsterdam net zoiets als the Greater London Area.”

    • Bas Blokker