Opinie

Zonder Twitter is Trump niet zo spectaculair

Als je de volumeknop omlaag draait, is het verschil tussen Trump en Obama helemaal niet zo groot. Na een jaar Trump maakt de tussenbalans op.

Illustratie: Hajo

Bij Donald Trump staat de volumeknop altijd op tien. Zijn opgewonden toon wordt door de media gretig overgenomen, zijn ongeremde tweets zijn breaking news. In de vierentwintig-uurs berichtgeving van tv-zenders wordt elke verbale eruptie van deze lawaaipapegaai eindeloos herkauwd.

Waarom eigenlijk? Stel je bij elke uitspraak van Trump eens deze simpele vragen. Is dit politiek écht van belang voor het beleid van de president? Of is het de zoveelste politieke losse flodder, voorspelbare belediging of eerder verkondigde leugen? De ‘fact checker’ van de Washington Post houdt het bij: Trump jokt gemiddeld bijna zes keer per dag – inmiddels meer dan tweeduizend hele en halve waarheden. Presidentiële jokkebrokkerij is dagelijkse routine.

De media doen precies waar Trump op hoopt. Ze besteden iedere keer volop aandacht aan zijn leugens. Kijkcijfers schieten omhoog, kranten verkopen recordaantallen abonnementen. Een cynische baas van CBS-televisie zei het onlangs openhartig: „Trump is slecht voor Amerika, maar good for business.” En voor Trump geldt: slecht nieuws bestaat niet. Zolang hij maar in het nieuws is.

Media en Trump: ze haten elkaar maar zitten ook – elk met eigen belangen – aan elkaar vastgeklonken.

Trump hanteert op geniale wijze de strategie zoals Geert Wilders en Thierry Baudet deze in Nederland gebruiken. Bedenk iets geks, draai de politieke volumeknop vol open en wees verzekerd van publicitair succes. Politieke malligheid is onweerstaanbaar voor de media.

Achter de onverzoenlijke taal van de president gaat vaak politieke buigzaamheid schuil.

Nu de vijfenveertigste president van Amerika bijna een jaar in het Witte Huis resideert, is het tijd om de tussenbalans op te maken. En deze keer zonder al die afleidende Twitter-decibellen. Wat blijft er over als je de tsunami aan presidentiële ongein dempt? Het circus van The Donald in de mute-stand dus. Trump zonder Twitter.

Biograaf Gwenda Blair schrijft over de onweerstaanbare Trumpiaanse behoefte om de eigen prestaties groter en genialer, slimmer en succesvoller voor te stellen dan de feiten rechtvaardigen („I am very, very, very smart”) . In het universum van Donald Trump is de mantra: „Overdrijf, overdrijf, overdrijf.” Wie met afgrijzen de escapades van Trump gadeslaat, moet zich dat voortdurend realiseren. Hij doet het schaamteloos en met zichtbaar genoegen. Het vormt het centrale plot in het script van de vierentwintig-uurs Trump show.

Maar ontdaan van alle theatrale opwinding wordt Circus Trump minder spectaculair. Ja, er zijn kolossale verschillen met zijn voorganger, maar de verschillen zijn soms minder groot dan je denkt. Neem illegale immigratie. Veel campagnebeloftes van Trump om immigranten buiten de VS te houden of, als ze eenmaal binnen zijn uit te zetten, zijn door rechters ongedaan gemaakt. Het Congres verhinderde het bruutweg afschaffen van Obamacare. Het systeem van checks and balances werkt dus. Een president is niet almachtig. Dat frustreert zakenman Trump zichtbaar, maar hij moet ermee leven.

Hij is ook niet de eerste president die hard optreedt tegen illegalen. Barack Obama kon er ook wat van. Hij heeft bijna geruisloos een recordaantal immigranten gedeporteerd. Het leverde hem slechts de titel ‘Deporter-in-Chief’ op. Doet Trump zoiets, dan krijgt hij geheid snoeiharde kritiek.

Achter de onverzoenlijke taal van de president gaat vaak politieke buigzaamheid schuil. Ondanks eerdere, plechtige campagnebeloften bleek de president deze week bereid om miljoenen immigranten die hij in eerste instantie het land uit wilde kieperen, toch in de VS te houden. Of is dat volgende week toch weer anders?

Donald Trump is in zijn buitenlandse politiek verbaal agressief. Een voorbeeld is zijn – overigens terechte – felle kritiek op Europa dat het te weinig aan defensie uitgeeft. Harde taal van Trump, maar praktische follow-up bleef nagenoeg uit.

Ook zijn opzichtige snoeverij dat zijn atoomknop groter is dan de Noord-Koreaanse, bleef gelukkig zonder consequenties, net als eerdere boze dreigtaal. Is behalve qua toonzetting de verhouding met Noord-Korea nu echt zo anders (lees: beter, slechter?) dan in de Obamajaren?

Over hard optreden gesproken: onder Obama is het aantal aanvallen op terroristen door onbemande drones naar recordhoogte opgevoerd. Niemand controleert wat er precies in deze stille oorlog gebeurt. Er vallen veel burgerdoden bij. Ook onder Trump gaan deze drone-aanvallen door. Maar Obama is er op deze schaal mee begonnen.

Op het gebied van klimaatbeleid is er een duidelijk verschil tussen Obama en Trump, al was het maar omdat Amerika uit het wereldwijde Parijse klimaatverdrag is gestapt, een verdrag waar Obama groot voorstander van was. Trump ontkent de opwarming van het klimaat en haalt binnenslands Obama’s duurzame beleid met presidentiële orders onderuit.

Maar er zijn ook overeenkomsten. Trump wil boringen naar olie en gas in de Amerikaanse kustwateren toestaan. Barack Obama op zijn beurt, propageerde de omstreden techniek van schaliegas. Onder ‘milieupresident’ Obama is de productie in de VS van olie en gas geweldig gestegen.

De kans is groot dat Europa over een paar jaar stikjaloers is op de Amerikanen; die zijn dan op het gebied van energie zelfvoorzienend en maken zo een lange neus naar de Russische president Poetin en de OPEC. Wie het laatst lacht, lacht het best? Dankzij Trump én Obama?

En dan de economie. Die gaat goed, heel goed. Presidenten jongleren graag met de feiten. Als het slecht gaat, is het steevast de schuld van de economie. Als het goed gaat, is het altijd hun verdienste. Dat laatste deed Obama en Trump doet het nu ook. Laten we het erop houden dat de paniekerige voorspellingen dat Trump de economie pijlsnel naar de gossiemijne zou helpen, niet uitkwamen. Integendeel.

Je zou de doodstille democratische oppositie willen toeroepen: „Iemand nog wakker daar?”

Obama en Trump , is het dus lood om oud ijzer? Nee, in stijl en presentatie verschillen ze hemelsbreed. Een simpele test voor politieke leiders is of je ze als rolmodel aan je kinderen wilt presenteren. In dat geval is er tussen Obama en Trump meer dan een nuanceverschil. Obama wilde mensen bijeen brengen en viel – ondanks alle tegen hem gerichte vuilspuiterij – qua taalgebruik nooit uit zijn rol. Trump beledigt, discrimineert en speelt groepen voortdurend tegen elkaar uit. Hij gebruikt woorden waar een gemiddelde Amerikaanse scholier voor van school wordt gestuurd. Is hij een rolmodel?

Toch, zelden is een Amerikaanse presidentskandidaat zo onderschat. In 2015 werd zijn presidentiële ambitie niet serieus genomen. Later kón hij volgens het eensgezinde koor van analisten en journalisten niet winnen van de ervaren Hillary Clinton. Maar alle politiek-correcte voorspellingen werden overstemd door de uitzinnige menigten die Trump bejubelden. Het is knap om van een ongeleid projectiel als Donald Trump te verliezen, maar het lukte Hillary Clinton.

President Trump spreekt de pers toe. AP Photo/Andrew Harnik

Dat brengt ons bij het geheime wapen van Trump: de manier waarop hij de democratische oppositie knock-out slaat. Er ís geen politieke oppositie. Vanaf het moment dat Trump zijn kandidatuur aankondigde, in de zomer van 2015, bepaalt hij en niemand anders de politieke agenda in Washington (tegen immigratie, terrorisme, moslims en de Washingtonse machtskliek). Hillary had het nakijken met haar respectabele ideeën over onderwijs, vrouwenrechten en een eerlijker Amerika. Ze kwam er inhoudelijk niet aan te pas.

Voor een progressieve oppositie zou Trump een droompresident moeten zijn. Wat wil je nog meer? Maar wie de Amerikaanse media volgt, vraagt zich af of de Democraten sowieso nog bestaan. Ik zou de doodstille Democratische oppositie willen toeroepen: „Iemand nog wakker daar?”

Het is natuurlijk te vroeg om de balans op te maken over president Trump. Overleeft hij het Rusland-onderzoek van onderzoeker Robert Mueller? Hoeveel vijanden kan hij ongestraft maken in Washington? Krijgen zijn Republikeinse vrienden klop bij de Congresverkiezingen aanstaande november? Republikeinse verliezen in Alabama en Virginia geven de Democraten hoop. Waartoe leidt de discussie over de twijfelachtige geestelijke vermogens van de Commander-in-Chief? Het spraakmakende boek Fire and Fury over de systematische chaos in de Westwing van het Witte Huis is helaas niet écht verrassend. Ongemerkt hebben we onze grenzen verlegd: de Trumpgekte went.

Verontrustender is het boek met de veelzeggende titel The dangerous case of Donald Trump waarin tientallen psychiaters en psychologen van naam en faam (onder leiding van een hoogleraar van Yale University) zijn gedrag analyseren. Ze hebben daarvoor hun professionele erecode overboord gezet om nooit in het openbaar over een niet-patiënt te oordelen. Hun conclusie: Trump is niet geschikt om de machtigste man van de wereld te zijn. Hij is een gevaar („a clear and present danger”) voor het land en de wereld.

Dit alles maakt – vooral progressieve – Amerikanen erg ongerust over de toekomst van hun land. Na de hoopvolle Obamajaren slaat de VS wel erg radicaal rechtsaf. Helaas ontneemt de politieke idiotie van vandaag velen het perspectief op de langere termijn. Denk Trump en Twitter even weg en je ziet het rappe tempo waarin politieke voorkeuren van Amerikanen verschuiven: niet naar rechts maar naar links!

Zoek op de website van opinieonderzoeker Gallup op abortus, doodstraf, duurzaamheid, godsdienst, homohuwelijk, marihunana, ongelijkheid of vuurwapens en je zult overal hetzelfde beeld zien. Het geharnaste Republikeinse evangelie (rechts economisch beleid, veel nadruk op morele kwesties en dat alles onder strakke leiding van God zelf) spreekt nog slechts een minderheid van Amerikanen aan.

Vooral jongeren (de nauwelijks ideologisch geïnspireerde millennials) haken massaal af. De groeiende groep gekleurde Amerikanen (op den duur komen blanken in de minderheid) is vaker Democratisch dan Republikeins. Al met al is het voor de Republikeinen een electoraal gruwelscenario dat niet te stoppen is – ook niet door Trump en zijn opvolgers.

De Republikeinen kunnen slechts hopen op een herhaling van 2016. Toen was de Democratische Partij hopeloos verdeeld. De prijs is hoog, heel hoog. Met een minder gehate kandidaat was Trump kansloos geweest.

Hebben de Democraten intussen hun les geleerd? Daarover wil ik als Amerika in 2020 een nieuwe president kiest weer graag op Twitter over lezen.