Foto Frank Ruiter

‘Wij zijn ons gevoel van kwetsbaarheid kwijt’

Louise O. Fresco

In haar nieuwe roman De idealisten houdt Louise O. Fresco mensen een spiegel voor: wat doe je met je leven?

Wie bekommert zich nog om honger in Afrika? Het klinkt nogal nineties, naar Michael Jacksons gekweelde Heal the World, benefietconcerten van Bono en verschaald idealisme, vol van de belofte dat alles op zijn pootjes terecht komt.

Dat denk je tenminste, tot je de nieuwe roman van Louise O. Fresco leest. De Idealisten is het slotstuk van een drieluik, waar ook Fresco’s eerdere romans De Kosmopolieten (2003) en De Utopisten (2007) toe behoren. Hoewel ze ook los van elkaar zijn te lezen, draaien ze alle drie om de vraag: wat is engagement?

De Idealisten gaat over een Zwitserse arts die in de jaren negentig een ziekenhuis draaiende houdt aan een rivier in Centraal-Afrika. Deze dokter Marcus, die door omstanders wordt vergeleken met Albert Schweitzer, maar in zijn eenzame bezetenheid ook doet denken aan Joseph Conrads Kurtz, probeert tegen de klippen op de ondervoede bevolking van het land iets bij te brengen over hygiëne. In Genève was er een vrouw, een huis, een veelbelovende carrière. Op zijn Afrikaanse missiepost zijn er enkel plichtsgetrouwe nonnen en het blinde jongetje Ndidi, dat niet van zijn zijde wijkt. Ndidi oriënteert zich aan de geluiden en geuren van het oerwoud, aan het fluiten van vogels, aan stenen en aarde en boomschors.

‘Honger’, laat Fresco Marcus zeggen in haar roman, ‘is geen kwestie van een maaltijd missen, en ook niet van twee of drie, noch van een week vrijwillig vasten of vlak voor de zomervakantie jezelf aan een streng dieet onderwerpen. In Europa en Amerika zijn we omringd door supermarkten, restaurants en benzinestations, waar altijd voedsel voorradig is. In de geruststellende anonimiteit van de neonlichten van de supermarkt kunnen we op elk uur van de dag onze slag slaan als we honger denken te hebben. Echte honger daarentegen is elke avond, ja, élke avond, met te weinig voedsel in je maag gaan slapen, en een peilloze leegte en pijn voelen. Echte honger veroorzaakt die voortdurende uitputting van een lichaam dat zichzelf opvreet omdat het niet de juiste voedingsstoffen binnenkrijgt.’

„Het ging mij er ten diepste om een boek te schrijven dat mensen een spiegel voorhoudt,” zegt Fresco in de opeens opmerkelijk behaaglijke hoofdstedelijke horeca. „Wat doe je met je leven?”

Honger in Afrika: dat klinkt erg als iets uit voorbije decennia.

„Ja, maar dat is natuurlijk alleen in de perceptie zo. Ik schreef mijn roman in het licht van de grote hongersnoden uit de jaren tachtig en negentig, maar het probleem in Afrika blijft heel urgent. Het perspectief ontbreekt er volledig. Tegen het eind van deze eeuw wonen er vier miljard mensen in Afrika. Er zal nog lang schrijnende, acute honger zijn. Daar moet je je toe verhouden.”

Als we het over honger hebben, wijzen we naar oorzaken als klimaatverandering en droogte, of juist naar de gevolgen: migratie.

„Klimaatverandering is een verzwarende factor, hoewel droogte in Centraal-Afrika van alle tijden is. Maar het is me iets te makkelijk om te zeggen: ja, het is universele klimaatverandering dus honger is niet ons pakkie-an.”

Klimaatproblematiek om je achter te verschuilen: ik rijd een Tesla en daarmee is het klaar.

„Inderdaad, en niemand is geholpen met jouw Tesla. En klimaatverandering tegengaan is iets anders dan ontwikkeling.”

Van ontwikkeling en voedselhulp weet Fresco alles: vanaf begin twintig reisde ze naar Afrika om daar de landbouw te bestuderen voor de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, de FAO. In het voorwoord van haar proefschrift uit die tijd, Cassava in shifting cultivation (1986), beschrijft Fresco hoe ze in Zaïre zou deelnemen aan een FAO-project dat de agrarische potentie van de regio onderzocht in een internationaal, multidisciplinair team. Uiteindelijk bleek zij de enige afgevaardigde te zijn. Lachend: „Ja, ik werkte daar vooral met lokale boeren en ambtenaren. Ik had een gebied onder mijn hoede dat qua oppervlak vier keer zo groot is als Nederland. Ik reisde per boot, soms per militair konvooivliegtuig, wat vrij avontuurlijk was, want dan kon je niet zitten maar hing je zo een beetje in de touwen tussen de vrachtwagens.”

Wat bracht u destijds naar Afrika?

„Ik ben me er altijd heel bewust van geweest dat het niet vanzelfsprekend is om op een plek en in een tijd geboren te zijn waar het je aan niets ontbreekt. Dat is toeval en een voorrecht, en daarom denk ik dat je iets van het leven moet maken.”

Toen ze een jaar of zestien was, vertelt Fresco, zag ze de beelden van de hongersnood in Biafra. „Ik vond dat ik daar iets mee moest. Ik twijfelde over wat ik moest studeren, ik overwoog medicijnen, maar dacht, zo las ik laatst terug in een dagboek uit die tijd: met medicijnen maak je mensen beter, maar als ze niets te eten hebben dan heeft dat helemaal geen zin. Toen ben ik naar de universiteit van Wageningen gegaan.”

In de roman speelt leeftijd een grote rol: de vrienden van hoofdpersoon Marcus waren ooit ook activistisch, maar verloren hun betrokkenheid toen ze aan gezinnen en carrières gingen denken.

„Mensen zijn over het algemeen radicaler als ze jonger zijn. Dan ligt de wereld nog open, denken ze: er moet iets veranderen. Hoewel dat lang niet bij iedereen zo is. Ik zie dat bij de millennials van vandaag: die hebben minder het idee dat ze de hele wereld moeten veranderen.”

Is dat zo? Over de twintigers van nu wordt gezegd dat zij het utopisch denken nieuw leven inblazen.

„Utopia is de ideale samenleving waar alles goed, rechtvaardig en gelijk is. Het is een streven dat gevoed wordt door een nostalgie naar een niet bestaand verleden waar alles nog goed was. Bij millennials zie ik vaak het gevoel van ‘we gaan ons niet engageren met de hele wereld, maar we gaan gewoon ons plekje beter maken’. Dat is een invulling van engagement die ook te respecteren is.”

Als je denkt aan de Occupy-beweging of klimaatactivisme zou je ook kunnen zeggen: het gaat hen juist om grootse veranderingen.

„Millennials proberen nieuwe structuren te ontdekken. Zij verzetten zich minder tegen oude structuren zoals de generatie daarvoor nog deed. Zij zetten bedrijfjes op, denken lokaal en in corporaties.”

In de jaren negentig was het geloof in kapitalisme nog sterker.

„Ja, nu zijn er meer twijfels bij de uitwassen van het kapitalisme, maar tegelijkertijd zie je dat het kapitalisme een zelfreinigend vermogen heeft. De twintigers en dertigers van nu proberen dat vermogen in betere banen te leiden.”

Vindt u dat we collectief cynischer zijn geworden?

„Ik denk dat we in West-Europa nu al een paar generaties hebben die nooit van dichtbij meemaakten wat lijden is. Groei, materiële welvaart, keuzemogelijkheden zijn vanzelfsprekend. Maar dat is een exceptionele situatie in de geschiedenis. Het is meer een verlies van perspectief, waarvan cynisme een uitingsvorm is.

„Het is voor ons in Nederland, zowel voor jouw generatie van millennials als voor de mijne, belangrijk om ons te realiseren dat de dood iets vanzelfsprekends is. Hier is de dood voorbehouden aan oude mensen, tenzij je heel noodlottig onder de tram komt of een zeldzame ziekte krijgt. Wij zijn ons gevoel van kwetsbaarheid kwijt. Maar de dagelijkse confrontatie met de dood in Afrika kan je een gevoel geven van: het leven is te kort, je kunt het niet verkwanselen.”

Louise O. Fresco: „Er zal nog lang schrijnende honger zijn in Afrika. Daar moet je je toe verhouden.”. Foto Frank Ruiter

Dat Fresco een boek schreef dat de lezer abrupt naar een ander continent in een andere tijd verplaatst, wil niet zeggen dat ze vindt dat we massaal naar Afrika moeten afreizen om daar hulp te verlenen. Maar, legt ze uit: „Dat is wat literatuur vermag: horizons schetsen, laten zien wat de mens kan binnen zijn grenzen. Iedereen in mijn boek is idealist, zij het op verschillende manieren. Een ideaal is groter dan jezelf. Dat kan de literatuur zijn, kunst, of politiek. Maar in mijn boek willen mensen verder kijken dan hun eigen belang. Het zijn fundamentele vragen die ik ook mijn studenten vaak voorhoud: waar sta je? Wat doe je met de mogelijkheden die je hebt als je hier bent geboren? Een keuze kan echt consequenties hebben. Als je hier geboren bent, ben je bevoorrecht. Dat is fijn, maar het moet je ook mededogen geven.”

Dokter Marcus wordt in het boek geholpen door zusters en missionarissen, maar verder is zijn missie een heel particuliere. Zijn patiënten komen pas naar hem toe als de middeltjes van de medicijnmannen niet blijken te werken en hun ziekte vaak al te ver gevorderd is. De tweelingen die hij ter wereld helpt, brengen volgens het lokale geloof ongeluk en worden verdonkeremaand door de dorpshoofden. Amerikaanse filantropen brengen een bezoek aan zijn ziekenhuis, lijken weinig te snappen van zijn werk, en Marcus trekt zijn neus op voor hun geld omdat hun bedrijfsmatige aanpak niet strookt met de realiteit van het ziekenhuis. Maar de goede bedoelingen van Marcus alleen leggen ook nauwelijks gewicht in de schaal.

Zo ziet ontwikkelingshulp er nu uit: geprofessionaliseerde ‘foundations’ van de Gates en de Clintons van deze wereld, buiten de overheden om.

„Ja, dat is ook een vorm van idealisme: dat je je geld wilt laten werken, maar dan wel snel en toetsbaar en niet van dat kleinschalige gerommel. Maar er is altijd de discrepantie tussen het ideaal en de praktische uitvoering. Marcus denkt ook vaak: doe je er wel goed aan om zo’n kind ter wereld te helpen ? ”

Marcus twijfelt ook steeds meer aan het nut van zijn wetenschappelijke benadering. Wankelt uw vertrouwen in wetenschap weleens?

„Ik besef heel goed dat wetenschap maar één manier is om de werkelijkheid te beschrijven. Maar ik twijfel niet aan de wetenschappelijke methode om dingen te toetsen en uit te vinden.”

Maakt u zich zorgen om de status van de wetenschap?

„Het is een realiteit dat goed opgeleide mensen nu twijfelen over het nut van vaccinaties. Dan kan je niet blijven roepen ‘maar wij hebben bewijs’. Dan moet je de discussie aangaan.”

Terwijl wij in het Westen proberen afscheid te nemen van het vooruitgangsdenken, pleit u juist hartstochtelijk vóór vooruitgang, verandering, wetenschap.

„Voor ons geldt: hoe kunnen we met minder: minder economische groei, minder consumptie. Maar voor een heel groot deel van de wereld is nog altijd de kwestie hoe méér geproduceerd kan worden, hoe mensen gevoed kunnen worden. Hoe hier in het Westen steeds kritischer naar vooruitgang en ook naar wetenschap wordt gekeken is in Azië, in China en India, ondenkbaar.”

Het is een toevallige ontmoeting met een vrouw die Marcus inspireert om zijn werk als arts in Afrika voort te zetten. De idealisten gaat ook over vrijheid en lot, hoe we belanden waar we zijn, wat de invloed van anderen kan zijn.

Die vrouw roept iets op bij Marcus: een mengeling van onbegrip, bewondering, liefde. Een glimp van een andere wereld.

„Ja, haar idealisme is het zijne niet. Bevlogenheid is misschien wel de meest aantrekkelijke eigenschap die een ander kan hebben. Het gaat me niet om wat je kiest, als je je maar met hart en ziel ergens voor inzet. De goede keus is de keus die je bewust maakt.”

Louise O. Fresco: De Idealisten, Prometheus, 352 blz., € 19,99
    • Nynke van Verschuer