„Ik zie markten als vuur: uitzonderlijk geschikt voor specifieke doelen, maar je moet ze binnen de perken houden en uitkijken dat je niet alles in de fik zet.”

Foto Lars van den Brink

‘We moeten afstappen van eindeloze economische groei’

Econoom Kate Raworth

Haar boek Donuteconomie zorgt voor veel discussie onder economen. Hoe blijven we binnen de ecologische grenzen van de planeet en zorgen we tegelijkertijd dat mensen een fatsoenlijk bestaan hebben?

Het moet allemaal anders, en snel ook. Als we niet stoppen met streven naar eindeloze economische groei, gaat onze planeet eraan. Het blinde geloof in de vrije markt zorgt er bovendien voor dat extreme armoede kan blijven bestaan, terwijl de rijken snel rijker worden.

De kernboodschap van het boek Donuteconomie van de Britse Oxford-econoom Kate Raworth mag dan misschien niet zo nieuw klinken, toch blijkt die aan te slaan en wereldwijd voor discussie onder economen te zorgen. Ze werd in de Britse krant The Guardian „de Keynes van de 21ste eeuw” genoemd. Politici en beleidsmakers nodigen Raworth uit voor prominente fora zoals het World Economic Forum in Davos, later deze maand. Afgelopen week was ze in Nederland voor bezoeken aan onder meer Triodos Bank, de Universiteit van Tilburg en het ministerie van Economische Zaken.

„Ik ben ook blij verrast met hoe breed het wordt opgepikt”, zegt ze, thee drinkend in de lobby van haar Amsterdamse hotel. Ze praat kordaat maar bedachtzaam, met een keurig Brits accent. „De kern van Donuteconomie is: hoe kunnen we de behoeftes van alle mensen vervullen en tegelijkertijd binnen de ecologische grenzen blijven van de planeet?”

Om dat te bereiken moeten volgens haar belangrijke peilers van het huidige economische beleid, en het economische onderwijs, op de schop: van een groeiend bruto binnenlands product als maatstaf voor succes tot de nadruk op vrije markten. „Ik zie markten als vuur: uitzonderlijk geschikt voor specifieke doelen, maar je moet ze binnen de perken houden en uitkijken dat je niet alles in de fik zet.”

De ‘donut’ in de titel van haar boek slaat op een model dat ze gebruikt om haar theorie te visualiseren. Ze vindt dat de mensheid zich moet bewegen binnen een vaststaande ring, de donut, die ‘de veilige en rechtvaardige ruimte voor de mensheid’ voorstelt. De bovengrens is het ‘ecologische plafond’: gaan we daar voorbij, dan krijgen we klimaatverandering en verzuren de oceanen. De ondergrens van de donut, de binnenste ring, bestaat uit het ‘sociale fundament’: zakken we daar onder, dan ontstaat armoede, ongezondheid, en andere menselijke ellende.

Naast bijval krijgt Raworth ook veel kritiek van economen. Veel daarvan draait om de vraag: hoe realistisch en bruikbaar is haar model? „Dat is een terechte vraag, maar wel een ander onderwerp dan ik in mijn boek behandel,” zegt ze. „Je moet een visie durven uiteenzetten, ook als je nog niet precies weet hoe je er gaat komen. Verandering begint door een plan te maken. Ik zeg niet: je hebt deze exacte CO2-belasting nodig, of dat ene specifieke basisinkomen. Ik zet me af tegen het hele economische paradigma, dat nu is gericht op eindeloze groei. Dat systeem werkt niet om binnen de donut te komen en moet dus veranderen. In de ondertitel van mijn boek staat ook: ‘de economie van de 21ste eeuw’, en niet ‘de economie van 2020’.”

Uit uw boek spreekt een alarmerende toon.

„Nou, ik denk ook echt dat we er behoorlijk belabberd voorstaan. Biodiversiteit stort in. Laatst nog het bericht dat 75 procent van de insecten in Duitsland is verdwenen. Dat is de kanarie in de kolenmijn. Als we niet snappen hoe diep de voedselketen met alles verweven is, hebben we een groot probleem. De bodemerosie, klimaatverandering, we staan er slecht voor.”

Tegelijkertijd zijn er ook positieve tekenen: de ozonlaag herstelt zich, milieuvervuiling neemt op veel plekken af.

„De ozonlaag geeft hoop. We waren eerst over de grenzen van de planeet heen, maar door gezamenlijk afspraken te maken zijn we er weer binnen gekomen. Maar over het geheel gaat het niet goed.”

Als er iets is wat groeiende markteconomieën de laatste decennia wél hebben bereikt, is het dat steeds minder mensen onder de ondergrens van het ‘sociale fundament’ in uw donut vallen.

„In absolute zin klopt dat: armoede, honger, kindersterfte, ze nemen af. Maar tegelijkertijd groeit de ongelijkheid. Uit veel onderzoeken blijkt dat niet alleen absolute armoede, maar ook relatieve armoede vernietigende effecten heeft op het welzijn van mensen. Bovendien leidt ongelijkheid in de wereld er nu ook nog eens toe dat de rijkste 10 procent van de wereld 45 procent van de CO2-uitstoot veroorzaakt.”

Waar liggen de oplossingen?

„Het belangrijkste is dat we afstappen van het doel van eindeloze groei. Het gebruik van nieuwe technologie is ook een cruciaal onderdeel. 3D-printers die ervoor zorgen dat productie van goederen veel kleinschaliger en lokaler kan plaatsvinden, nieuwe duurzame technieken voor energieopwekking, voor voedselproductie.”

U noemt in uw boek cryptovaluta zoals Ethereum als mogelijke middelen om uw doelen te bereiken. Hoe?

„Geld is een technologie. En heeft een heel specifiek ontwerp. Hoe geld werkt is een politieke keuze. Het ontwerp van geld zoals het nu werkt, bijvoorbeeld de vaste rente die is ingebouwd in het systeem, is helemaal gericht op eindeloze groei. Je kunt pas rente innen als iets blijft groeien. Wat ik interessant vind aan cryptovaluta, is dat het geld is met potentieel een heel ander ontwerp.

„Ik heb bij colleges die ik geef vaak verschillende valuta bij me om mijn punt hierover te maken: mijn creditcard, dat is in feite gewoon schuld aan de bank, een briefje van 5 pond, dat is fiatgeld, gebaseerd op het vertrouwen in de centrale bank van Groot-Brittannië. Ik heb ook een oppasgroepje waarmee we een tegoedbonnensysteem hebben voor een aantal uur oppassen per bon, ook dat is een valuta. Ik heb een lokale munt uit Bristol, de Bristol pound, die je kunt gebruiken bij lokale winkels. Of neem Airmiles, die je alleen aan specifieke producten kunt besteden.

„Al deze valuta hebben een ander ontwerp, hebben andere doelen, en vormen ons gedrag dus heel anders. Dus de opkomst van blockchains [de registertechniek van digitale munten, red.] en cryptovaluta is erg interessant omdat het allerlei nieuwe ontwerpkeuzes voor geld mogelijk maakt. Je kunt zaken inprogrammeren in digitale munten, en dat kan mogelijk helpen bij het veranderen van de doelen van een economisch systeem. Ik zeg niet: we moeten allemaal ethers en bitcoins gaan gebruiken, maar cryptovaluta bieden nieuwe opties die echt heel interessant kunnen zijn.”

Lees ook de tv-recensie over de Tegenlicht-aflevering die Raworths boek behandelde

De laatste tijd blijkt dat het creëren van cryptomunten als bitcoin enorm veel energie slurpt, dat lijkt niet erg te bevorderen dat we binnen de planetaire grenzen blijven.

„Dat is onderdeel van het ontwerp van bitcoin, en laat zien dat die specifieke cryptovaluta dus niet een erg slimme munt is, en dat die ons juist verder buiten de donut drijft. Maar dat is een keuze in het ontwerp van één specifieke munt, niet een noodzakelijke eigenschap van alle digitale munten. Wat ik ermee wil zeggen is: geld is geen gegeven. Er zitten allerlei keuzes in het ontwerp van geld die kunnen bijdragen om binnen de donut te komen. We hebben keuzes.”

Waar zijn de nieuwe economische modellen die passen binnen de donut al het meest zichtbaar?

„Op heel veel plekken, al zijn dat nu nog vooral plekken buiten de economische mainstream. Denk aan fablabs met 3D-printers waar productie plaatsvindt dichterbij de klanten zodat er minder vervoer nodig is dan wanneer je zaken produceert in grote fabrieken in het buitenland. Denk aan gedistribueerde energieproductie met zonnepanelen: decentrale energie-opwekking in plaats van centraal in grote energiecentrales. Of neem een Amerikaans bedrijf als Open Motors. Dat levert elektrische auto’s als een soort IKEA-pakket dat je zelf kunt samenstellen en zelf in elkaar moet zetten. Open source-denken, modulaire processen, gedistribueerde netwerken, dat belooft veel.”

Open source- en decentrale systemen zijn lastig te reguleren. Kijk naar de bitcoin. Het gedistribueerde, decentrale systeem dat u voorstaat is veel anarchistischer, en daardoor veel moeilijker om op een effectieve manier binnen de donut te sturen.

„Dat is een interessant punt. Open source en decentrale systemen vereisen inderdaad een totaal andere manier van beslissingen nemen en reguleren, maar misschien dat daarbij technische oplossingen kunnen helpen. We zijn er ook niet morgen al.”

Welke landen snappen uw ideeën het best, vindt u?

„In Zweden is op 1 januari een wet van kracht geworden die overheden verplicht aan te tonen dat hun beleid bijdraagt aan het reduceren van CO2-uitstoot. Als overheidsbeleid ervoor zorgt dat het doel van nul uitstoot in 2045 wordt gedwarsboomd, kan dat beleid met hulp van deze wet geblokkeerd worden. Dat is een belangrijke stap in de goede richting.

„Die wet gaat over het veranderen van het paradigma: dat er bij het leiden van een land zaken veel belangrijker zijn dan eindeloze economische groei.

„Ook in Wales gebeuren interessante dingen. Daar is een wet aangenomen, de Well-being of Future Generations Act, die ervoor zorgt dat er elke nieuwe wet door een ombudsman getoetst wordt op de impact die de wet heeft op toekomstige generaties. Dat is een begin van een totale verandering van het gezamenlijke doel van je samenleving. Dát hebben we nodig.”

    • Wouter van Noort