‘De zeehond is een veel spannender roofdier dan de wolf’

In de koudste periode van het jaar worden zeehonden geboren. „Vaak liggen ze een week lang verweesd.”

Foto's Ruben Smit

Het is winter op het wad. Over Richel, een lege zandplaat met een strook begroeid duin tussen Terschelling en Vlieland, jaagt een ijzige wind. Het heeft gesneeuwd. „Dit is de meest rauwe plek van ons land”, zegt ecoloog en regisseur Ruben Smit. „Om hier als dier te overleven moet je gehard zijn.”

Ruw, rauw en koud, maar het is hier óók lente. Smit maakt voor zijn nieuwe film over de Waddenzee opnamen van het winterse voorjaarsgevoel van grijze zeehonden, de grootse zoogdieren van Nederland, en ik mag mee.

De grijze zeehonden, ook kegelrobben genoemd, kiezen in deze tijd van het jaar Richel en andere wadplaten tot domicilie. De jongen komen hier ’s winters ter wereld. En omdat de vrouwtjes twee weken na de worp opnieuw vruchtbaar zijn, gonst en trilt het van opwinding en lentelust. De mannetjes achtervolgen de vrouwtjes en paren in het wadwater. Het gaat er uitbundig aan toe. De roep van de bronst draagt ver.

Arthur Oosterbaan, conservator van zeehondencentrum Ecomare Texel, bevestigt dat de geboorte- en liefdescyclus van de grijze zeehonden is afgestemd op de wintertijd: „De vrouwtjes hebben de gewoonte hun jongen te werpen op ijsschotsen, rotskusten en ijsvlakten in het hoge noorden van Finland, Canada, IJsland en de Orkney-eilanden. Maar sinds een jaar of twintig hebben grijze zeehonden enkele plekken in de Waddenzee uitverkoren tot voortplantingsgebied, zoals Richel, Razende Bol en Griend. Dat de paring ook in de wintertijd is, heeft ermee te maken dat mannetjes en vrouwtjes nu samen zijn. Ze weten elkaar te vinden. Mannetjes die nog geen vrouwtjes hebben, gaan nu op jacht. Mannetjes die haremleider zijn, verdedigen hun territorium met vrouwtjes en jongen.”

De zeehond is een veel spannender roofdier dan de wolf

Ruben Smit

De jongen van de grijze zeehond komen van alle Nederlandse zoogdieren het vroegst ter wereld, soms al in november, vaak in december. Dit heeft te maken met de zogenoemde ‘verlengde draagtijd’. De totale draagtijd is bijna een jaar, waarvan 8,5 maand de werkelijke draagtijd is. In de andere maanden komt de embryo niet tot ontwikkeling.

Hartverwarmend

Met inspectieschip Asterias van Waddenzee-beheerder Waddenunit is het vanaf Harlingen anderhalf uur varen naar Richel, daarna moet je met een aluminium landingsvaartuig en de laatste tientallen meters door zee waden in waadpakken. Door verrekijkers en cameralenzen turen we naar de dieren. De decemberkou deert ons niet, zo hartverwarmend is de aanblik van dit bruisende nieuwe leven – geboorte en kraamkamer, vruchtbaarheid en paringsritueel in een enkele wintermaand.

Afgelopen december zijn op Richel zo’n achthonderd jonge grijze zeehonden geboren. In de Nederlandse Waddenzee leven ruim vierduizend exemplaren. De jongen zijn vertederend wit. Ze zien eruit als zachte, lichte kussens op het grauw van de zandplaat. Een wollige, dichte vacht houdt hen warm.

Ze blijven vier tot zeven weken op het droge, in tegenstelling tot de zwemlustige jongen van de gewone zeehond die in mei of juni ter wereld komen. De grijze kunnen niet meteen zwemmen, daarom kan hoogwater op hun plek van geboorte gevaarlijk zijn. Sommige van de grijze puppies maken een klagend geluid, waaraan ze de naam ‘huilers’ danken; biologen noemen de decemberjongen ‘kerstkinderen’.

Foto’s
Foto Ruben Smit
De zeehondenpup is wit - pas later wordt de vacht grijs.
Foto’s Ruben Smit

De reden dat de grijze zeehond ijsschotsen of zandplaten als kraamkamer kiest, is uit veiligheid. Hier zijn geen roofdieren. Dat is het dier zelf wel – volgens Smit is de grijze zeehond als roofdier „veel spannender dan de wolf, en bijna niemand die het weet”. Het mannetje heeft een lengte van zo’n drie meter en kan tot 350 kilo zwaar worden, het vrouwtje is een meter kleiner en weegt 200 kilo. Het zijn geduchte jagers op kabeljauw, zalm, zelfs bruinvissen en soms vogels in Wadden- en Noordzee. Hun kaken zijn extreem krachtig. Gemiddeld worden ze dertig jaar. Grijze zeehonden zijn te herkennen aan de kegelvormige kop; gewone zeehonden hebben een rond gezicht.

Smit maakte in 2013 furore met de natuurfilm De Nieuwe Wildernis over de Oostvaardersplassen. Hij en zijn crew filmen nu al meer dan drie jaar in het Waddengebied voor WAD, overleven op de grens van water en land. De grijze zeehond was sinds de Middeleeuwen in Nederland uitgestorven door bejaging, maar heeft de laatste dertig jaar een verrassende comeback in de wateren van Noordzee en Waddenzee. Nu hebben zij de hoofdrol: hun levensloop van geboorte tot volwassenheid komt in beeld.

De teaser van WAD, overleven op de grens van water en land.

Smit hoopt dat hij op deze winterexcursie het filmverhaal rond kan maken. Het is de laatste kans om het moment te kunnen vastleggen dat een moeder haar jong verstoot. Daarna verlaten de jongen de zandplaat en verdwijnen ze in zee.

Het onverbiddelijke moment

Lang niet alles over de grijze zeehond is bekend, wél dat de moeders het jong vanaf de geboorte drie weken lang zogen. Als ze ter wereld komen wegen ze zo’n tien kilo en groeien elke dag met ongeveer twee kilo. Al die tijd laten de moeders hun pup niet alleen. Ze hebben in de maanden ervoor enorme reserves opgebouwd, zodat ze veel melk hebben.

Na die drie weken komt het onverbiddelijke moment dat de jongen verlaten worden, ‘afgespeend’ zoals het heet. Ze moeten voor zichzelf zorgen en leren jagen, zonder dat ze daarin les van hun ouders hebben gehad. Oosterbaan: „Jonge zeehondjes overleven instinctmatig in de winterse entourage van het wad. Ze gaan voor het eerst op jacht. Met hun gevoelige snorharen, gezicht- en reukvermogen weten ze prooidieren te vinden.”

Urenlang staat de cameraploeg aan de rand van de kolonie. Op het wat hogere deel van de zandbank liggen de moeders met hun jong dicht tegen elkaar aan. In mensentaal zouden we zeggen dat de moeders hun kroost warm houden en koesteren. Maar deze arctische dieren gedijen juist bij hevige kou, dat is hun natuurlijke omgeving.

In een wijde boog lopen we langs de kolonie. In een ondiepte tussen twee zandbanken ontdekken we een jong dat zijn witte vacht al heeft verloren en grijzig is getekend. Het kijkt nieuwsgierig in onze richting en gaat zelfs op de rug liggen, vinnen omhoog, alsof het speels is. We horen het huilen. Het is nu eb, bij vloed zal het dier het strand verlaten en gaan zwemmen en jagen. „Honger is een goede leermeester”, zegt Smit. „De jongen belanden plots in het wilde leven van de vrije natuur.” Vlakbij zijn diepe sporen in het zand. Vermoedelijk heeft een moederzeehond dit jong zonet alleen gelaten.

Uit de kolonie verder weg klinkt het klaaglijke huilen van andere verlaten jongen. Het vult de lucht, samen met het grommen en grauwen van de rivaliserende mannetjes in paringsdrift. Smit: „Vaak liggen de jongen een week lang verweesd op de plaat, want hun maag-darmstelsel moet zich aanpassen aan de nieuwe voedselbronnen, zoals vissen en schelpdieren.”

Lees ook: Zeehondenpups zijn minder zielig dan ze lijken

De camera’s draaien en hoe langer we kijken, hoe meer gedroomde scènes gefilmd worden. Smit benadrukt dat de film niet Disney-achtig mag worden. De dieren krijgen geen namen en behalve voor leven, geboorte en liefde is er ook plek voor de dood. De winter als kraamtijd en paartijd tegelijkertijd, dat is „uniek in de Nederlandse dierenwereld”, aldus Smit. „Wij associëren winter niet snel met nieuw leven of met bronst en baltsgedrag.

„Dat moeders het jong verlaten betekent trouwens niet dat ze geen ouderliefde kennen. Er zijn waarnemingen van een moederdier dat haar jong bij zware storm in veiligheid brengt door het op haar rug mee te nemen naar een beschutte zandplaat.”

Foto Ruben Smit

Verderop jaagt een mannetjesdier een vrouwtje achterna. Hij maakt zich groot en zijn roep klinkt melodieus boven de branding uit. Ze heeft er volgens Smit duidelijk niet veel zin in en probeert aan paring te ontkomen in de richting van het water. Daar kan ze zich sneller bewegen dan moeizaam over het land. Maar het mannetje is sterker en haalt haar in. Uiteindelijk geeft ze zich gewonnen. Lange tijd liggen ze samen.

„We hebben ook het tegenovergestelde gezien”, zegt Smit. „We zagen een vrouwtje naar het mannetje toekomen en hem een tik met haar vin uitdelen, zo van ‘komt het er nog van?’ Over ruim een maand is Richel weer veel leger. Dan is die korte, spannende lentetijd in december van geboorte en paring voorbij.”

De documentaire ‘WAD, overleven op de grens van water en land’ door Ruben Smit Productions (RPS) gaat in oktober in première tijdens Leeuwarden-Fryslân Culturele Hoofdstad. Inl: wadfilm.nl
    • Kester Freriks