Vrouwen vragen wel om salarisverhoging, maar krijgen die gewoon niet

Beloningsverschil mannen en vrouwen

Wereldwijd verdienen vrouwen vaak minder dan mannen in dezelfde functie, een hardnekkig verschijnsel waar nooit écht iets aan gedaan is. Wordt dat nu anders?

Illustratie NRC Studio

Op 24 oktober 1975 legden de IJslandse vrouwen hun werk neer. Ze gingen niet naar hun werk, kookten niet en zorgden niet voor hun kinderen. Negentig procent van de vrouwen deed mee aan de actie tegen ongelijke beloning en ongelijke behandeling. Scholen bleven dicht, kranten verschenen niet, vliegtuigen vlogen niet. De Women’s Strike bewees hoe onmisbaar vrouwen waren voor economie en samenleving. Een jaar later werd een wet aangenomen voor gelijke rechten van mannen en vrouwen.

En nu heeft IJsland de stap gezet die de gelijkheid moet voltooien. Met een nieuwe wet, die vorige week van kracht werd, moet over vier jaar de loonkloof in het land volledig gedicht zijn. Bedrijven met meer dan 25 werknemers moeten voortaan bewijzen dat ze mannen en vrouwen hetzelfde betalen voor hetzelfde werk.

Ook in Duitsland trad afgelopen week wetgeving in werking die de loonkloof tussen mannen en vrouwen moet verkleinen. Bedrijven met meer dan 200 werknemers moeten, als een werknemer daarom vraagt, inzage bieden in het salaris van collega’s in vergelijkbare functies.

De twee landen pakken een probleem aan waar al jaren wereldwijd verontwaardiging over is: ongelijke beloning tussen mannen en vrouwen. In de slipstream van de MeToo-beweging is de discussie weer opgelaaid. In december stapte presentatrice Cat Sadler op bij de Amerikaanse zender E! en verliet BBC-journalist Carrie Gracie Beijing (ze was daar redactiechef) omdat ze fors minder betaald kregen dan mannelijke collega’s in eenzelfde positie. Beiden hadden tevergeefs bij hun werkgever aangedrongen op gelijke beloning.

Tolerantie voor ongelijkheden

Door alle media-aandacht voor #MeToo kwam er ook meer aandacht voor ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de werkvloer, zegt Yvonne Benschop, hoogleraar organizational behavior aan de Radboud Universiteit. „Het massale karakter van het machtsmisbruik werd duidelijk door al die mannen en vrouwen die hun ervaringen hebben durven delen.” De tolerantie voor de meest evidente ongelijkheden is volgens haar duidelijk aan het afnemen. „De aanklachten vallen nu in vruchtbare grond. Het feminisme heeft aan kracht gewonnen.”

De klachten worden gestaafd door diverse recente onderzoeken. Zo verscheen in november het jaarlijkse rapport van het World Economic Forum dat voor 144 landen de ‘genderkloof’ bepaalt, de ongelijkheid tussen de seksen op verschillende terreinen. In de categorie economie worden beloningsverschillen meegewogen. Volgens het WEF gaat het niet zo goed met die economische kloof en duurt het nog 217 jaar om die te dichten. In de ranglijst van de totale genderkloof staat Nederland op plaats 32 en IJsland op 1.

Eind vorig jaar onderzocht het College van de Rechten voor de Mens bij vier Nederlandse verzekeraars of daar sprake is van een loonkloof. Het was de derde keer dat het college bij een sector (hiervoor waren het de ziekenhuizen en de hogescholen) vaststelde dat er inderdaad een beloningsverschil is – in dit geval van 13,3 procent. Grotendeels verklaarbaar doordat de vrouwen vaker een lagere functie hebben. Maar ook als de beloningen van mannen en vrouwen op dezelfde posities werden vergeleken, verdienen de mannen meer.

Hetzelfde geldt voor de rest van Nederland. Mannelijke werknemers verdienden in 2015 volgens cijfers van Eurostat per uur gemiddeld 16,1 procent meer dan vrouwelijke. Dat is het ongecorrigeerde beloningsverschil. Een belangrijke oorzaak is dat driekwart van de Nederlandse vrouwen in deeltijd werkt en daardoor minder carrière maakt. Wordt rekening gehouden met verschillen tussen mannen en vrouwen in leeftijd, opleiding, werkervaring, sector en functieniveau, dan resteert een verschil van 5 procent bij de overheid en 7 in het bedrijfsleven, aldus het CBS.

„Het is idioot om te zeggen in 2018, maar de kwaliteiten van vrouwen worden systematisch ondergewaardeerd. Nog steeds”, zegt Yvonne Benschop. Dat komt volgens haar omdat het beeld van de ideale werknemer nog steeds „op mannelijke leest” is geschoeid. „De manier waarop mannen het altijd hebben gedaan, in het kostwinnersmodel, is de norm geworden. Dus als je niet continu en flexibel aanwezig kunt zijn, wordt dat gezien als een gebrek aan motivatie. En als je geen stereotype kwaliteiten als assertiviteit laat zien, wordt dat gezien als zwakte.”

Het is niet zo dat vrouwen minder vaak onderhandelen over hun salaris dan mannen, bleek in 2016 uit een Brits/Amerikaans onderzoek onder 4.600 Australische werknemers. Ze vragen even vaak om een salarisverhoging, maar krijgen die gewoon niet. Een recente peiling van vakbond FNV onder leden toont hetzelfde beeld. Slechtere onderhandelingstactieken van vrouwen spelen daarbij een rol, zei hoogleraar psychologie Jaap van Muijen in het AD toen eind vorig jaar het Nationaal Salaris Onderzoek verscheen. Hij was een van de onderzoekers. Van Muijen raadde vrouwen aan een onderhandelingscursus te volgen. Overigens bleek uit dat onderzoek ook dat vrouwen vaker dan mannen vinden dat ze een rechtvaardig salaris krijgen. Terwijl mannen dus meer verdienen.

Moederschapsideologie

Yvonne Benschop verwacht niet dat het vanzelf goed komt met de loonkloof. Want ook al krimpt die wel – in 2008 was de kloof zowel bij de overheid als in het bedrijfsleven nog 2 procentpunt méér volgens het CBS – het gaat veel te traag, vindt zij. Niet alleen omdat we er al een halve eeuw mee bezig zijn en omdat de wet die bepaalt dat mannen en vrouwen gelijk behandeld moeten worden (ingevoerd in 1980) „niet wordt gehandhaafd” – aldus Benschop. Maar ook omdat vrouwen die kinderen krijgen nog steeds massaal een stap terug doen en de rest van hun carrière de gevolgen merken.

Leven werkgevers de wet niet na, dan wordt dat wat Ploumen betreft net als in IJsland beboet

Jonge vrouwen tussen de 25 en 30 jaar verdienen nu zelfs iets meer dan mannen. Een verklaring is dat deze vrouwen ook hoger opgeleid zijn. Maar zodra ze een jaar of 35 zijn, groeit de loonkloof weer in hun nadeel. Het deeltijdwerken, en de gevolgen daarvan voor het salaris en de carrièrekansen, heeft dan zijn werk gedaan. Je kunt redeneren, zegt Esther de Jong, senior beleidsmedewerker van Atria, het kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, dat vrouwen zélf kiezen voor deeltijdwerken. „Maar wat is keuze? Kiezen ze er zelf voor om bij hun kinderen te blijven, of is dat de enige manier om alles gecombineerd te krijgen? Het heeft veel meer met onze maatschappij te maken dan met echte keuzevrijheid.”

Duidelijk is dat Nederland op emancipatiegebied geen voortrekkersrol speelt in Europa. De loonkloof is in tweederde van de EU-landen kleiner dan hier. We zijn een behoorlijk traditioneel land, zegt Benschop. „Een achterloper in veel emancipatiezaken.” Dat komt onder meer doordat Nederlandse vrouwen pas in de jaren 80 serieus de arbeidsmarkt op kwamen, en meestal in deeltijd (nu driekwart van de vrouwelijke beroepsbevolking). Bovendien is Nederland zo welvarend dat anderhalf salaris genoeg is voor veel stellen. En ook de „moederschapsideologie” is sterk in Nederland, zegt Benschop. „Nederlandse vrouwen willen thuis zijn als hun kinderen uit school komen. Daar hebben Franse en Belgische moeders niet zo’n last van.”

Maatschappelijke veranderingen kunnen ertoe leiden dat vrouwen uiteindelijk kiezen voor meer werkuren. Goedkopere kinderopvang bijvoorbeeld, en een ruimhartiger ouderschapsverlof – voor beide ouders. En daarnaast, stellen Benschop, De Jong en vicevoorzitter Kitty Jong van FNV, zou die IJslandse wet ook heel goed zijn voor Nederland. Jong: „Er móét echt meer transparantie komen. Er zitten veel te veel mazen in de wet waardoor werkgevers ongelijk kunnen blijven belonen.”

Kamerlid Lilianne Ploumen (PvdA) is bezig met een initiatiefwet waarin ze de IJslandse wet „in grote lijnen wil overnemen”, zegt ze. GroenLinks en SP doen mee. Ploumen wil dat ook in Nederland de bewijslast wordt omgedraaid: werkgevers moeten gaan bewijzen dat ze gelijk belonen voor gelijke arbeid. „Het is voor werknemers een wel erg hoge drempel om dat te moeten aantonen. Bovendien wordt het op deze manier een collectief in plaats van een individueel probleem.” Leven werkgevers de wet niet na, dan wordt dat wat Ploumen betreft net als in IJsland beboet.

Dat is radicaal, heeft ze toe, maar: „Het is tijd voor een radicalere aanpak. Het is niet zo dat we pas gisteren hebben ontdekt dat er een probleem is. Dit is de tijd. Er is nu enorm veel bijval.”

Hoe diep is de kloof in andere landen?

IJsland: Wereldleider in de strijd tegen genderongelijkheid

IJsland is volgens het World Economic Forum wereldleider als het gaat om de strijd tegen genderongelijkheid. Het land met 334.000 inwoners wordt geleid door een vrouw, Katrín Jakobsdóttir. Sinds begin deze maand mogen bedrijven in IJsland mannelijke werknemers niet meer betalen dan vrouwelijke.

Bedrijven die meer dan 25 werknemers hebben moeten voortaan een speciaal certificaat halen. Dat krijgen ze als ze kunnen bewijzen dat inkomensverschillen binnen hun bedrijf het gevolg zijn van verschillen in bijvoorbeeld opleidingsniveau en prestaties. Grote bedrijven met meer dan 250 werknemers hebben tot het eind van het jaar om dit certificaat te behalen, kleine bedrijven hebben tot 2021 de tijd. Al negen jaar lang kent IJsland de kleinste gender gap ter wereld. Volledige gelijkheid is er nog niet: in 2016 verdienden IJslandse vrouwen gemiddeld 14 tot 18 procent minder dan mannen.

Verenigde Staten: Genoeg debat, maar het blijft bij mooie woorden

Twee schandalen plagen de film All the Money in the World. Nadat om te beginnen acteur Kevin Spacey uit de film was geschrapt wegens beschuldigingen van misbruik, moesten hoofdrolspelers Mark Wahlberg en Michelle Williams een aantal scènes overdoen. Deze week werd duidelijk onder welke voorwaarden dat gebeurde. Wahlberg kreeg anderhalf miljoen dollar voor zijn extra werk. Williams kreeg circa achthonderd dollar, tachtig dollar per dag.

De onthulling komt, pijnlijk genoeg, in de week dat Hollywood probeerde eendrachtig de behandeling van vrouwen in de filmindustrie – en daarbuiten – ter discussie te stellen. Oprah Winfrey hield bij de uitreiking van de Golden Globes een bevlogen toespraak – die zelfs speculaties losmaakte over een politieke toekomst. Maar in de praktijk blijft het bij woorden. En niet alleen in Hollywood. Vrouwen verdienen in de VS gemiddeld bijna 20 procent minder dan mannen. De kloof tussen mannen en vrouwen wordt maar heel langzaam kleiner. Het debat over discriminatie op de werkvloer is springlevend, zeker na #MeToo, maar in de praktijk behouden mannen hun privileges.

Duitsland: Meer inzicht in het salaris van collega’s

In Duitsland is sinds een week een wet van kracht die werknemers meer inzicht moet geven in beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen. Afgelopen zomer heeft de regering-Merkel daar na lang debat toe besloten. Sinds 2006 is het in Duitsland verboden om voor gelijk werk verschillend te betalen. Maar in de praktijk verdienen vrouwen vaak minder – volgens een vaak gehanteerde schatting gemiddeld 21 procent. Rechtszaken worden er voor zover bekend vrijwel nooit over gevoerd.

Werknemers kunnen door de nieuwe wet niet achterhalen wat specifieke collega’s verdienen. Wél kunnen mannen en vrouwen die werken voor bedrijven met ten minste tweehonderd werknemers voortaan opvragen wat de mediaan is van een groep van ten minste zes collega’s van het andere geslacht die vergelijkbaar werk doen. De wet biedt alleen een recht op informatie. De werknemer kan vervolgens proberen daar zijn of haar voordeel mee te doen bij nieuwe salarisonderhandelingen, of kan ermee naar de rechter stappen.

Frankrijk: Inkomensverschil sinds 2000 niet kleiner geworden

In Frankrijk ligt het verschil in beloning tussen mannen en vrouwen gemiddeld op bijna 10 procent. Volgens het Oeso-onderzoek uit 2017 is dat verschil sinds 2000 niet kleiner geworden.

De kloof is vooral groot bij leidinggevenden, het zogenoemde cadre. Niet alleen omdat de salariëring daar het scheefst is, ook omdat veel vrouwen niet tot die functies weten door te dringen. Minder dan eenderde van de leidinggevenden in Frankrijk is vrouw. Ongeveer 61 procent van de vrouwen werkt in Frankrijk, tegen 68 procent van de mannen.

Staatssecretaris Marlène Schiappa, verantwoordelijk voor gelijkheid tussen vrouw en man, werkt aan maatregelen om via boetes bestaande wetgeving over gelijke beloning beter bij bedrijven te kunnen afdwingen. De overheid moet het goede voorbeeld geven. Onlangs beboette Schiappa de ministeries van Defensie en Justitie omdat ze niet genoeg vrouwen in de top hadden. Sinds 2012 zijn overheidsdiensten verplicht jaarlijks 40 procent vrouwen als hoge ambtenaar aan te stellen.

België: Maandloon mannen ‘slechts’ drie procent hoger

We zijn misschien buren, maar als het om de loonkloof gaat ligt er een duidelijke grens tussen Nederland en België. Het maandloon van Belgische mannen ligt gemiddeld ‘slechts’ 3,3 procent hoger dan dat van vrouwen, volgens een rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) uit oktober 2017. Dat maakt België de ‘winnaar’ van de 35 gemeten landen. Nederland eindigt in de middenmoot met een verschil van 14,1 procent (gemeten in 2014). In België groeit de kloof ook nog eens sneller dicht: in 2010 stond die nog op 7 procent (tegen 17,9 voor Nederland).

Toch is de werkelijkheid ook in België weerbarstig. Vrouwen werken vaker in deeltijd, waardoor ze op jaarbasis gemiddeld minder verdienen, en krijgen minder vaak bonussen of voordelen als een auto van de zaak. Maar wat betreft uurloon doen de Belgen het inderdaad relatief goed, zegt Hildegard Van Hove van het Belgische Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. De macht van de vakbonden is groot: bijna driekwart van de werknemers is lid. „Zij hebben rond de loonvorming heel strikt onderhandeld, waardoor voor veel beroepen collectief is bepaald hoe hoog de lonen moeten zijn.”

Verenigd Koninkrijk: Grote bedrijven moeten hun pay gap publiceren

De Britse wet verplicht bedrijven om mannen en vrouwen voor gelijk werk gelijk te betalen. Dat dit niet gebeurt bleek uit de rel rond Carrie Gracie, de chef van de BBC-redactie in China die haar functie neerlegde omdat ze minder betaald kreeg dan mannelijke chefs. Door aangescherpte wetgeving moeten Britse bedrijven en overheidsinstellingen met 250 werknemers of meer uiterlijk 30 maart bekendmaken hoe groot de salariskloof is. De pay gap wordt gemeten door naar het gemiddelde uurloon te kijken.

In aanloop naar de deadline hebben 556 bedrijven hun salarisinformatie al doorgegeven aan de Britse overheid. Daaruit blijkt dat de Britse tak van oliemaatschappij Shell met een aanzienlijk gat zit. Bij de onderzoeksafdeling (Shell Research Limited) is het gemiddelde uurloon van vrouwen maar liefst 32,1 procent lager dan dat van mannen. Ook krijgen vrouwen gemiddeld 46,4 procent minder bonus. Voor de hele Britse tak van Shell is de loonkloof 22,2 procent.

Bij Unilever UK, de Britse tak van het levensmiddelenbedrijf, heerst een tegenovergestelde situatie: Vrouwen verdienen gemiddeld per uur 8,8 procent méér dan mannen. Bij een andere afdeling van Unilever in Londen verdienen mannen echter meer.

De BBC betaalt mannen gemiddeld 10 procent meer. Zij krijgen een bonus die 20,3 procent hoger uitvalt. BBC-journalist Gracie en al haar medestanders hebben dus nog genoeg om voor te strijden

Rusland: vrouwen hebben iets van de achterstand ingelopen

Russische vrouwen verdienen veel minder dan Russische mannen, maar ze zijn hun achterstand aan het inlopen. In september maakte vice-premier Olga Golodets de laatste cijfers bekend. Het gemiddelde salaris van Russische mannen bedroeg op dat moment ruim 38.000 roebel (566 euro), dat van vrouwen lag 26 procent lager: 28.000 roebel (411 euro). „Vergelijkingen met andere landen vallen niet uit het in het voordeel van Rusland”, zei de vice-premier.

Nog niet zo lang geleden was de loonkloof veel groter. In 2005 bedroeg het gemiddelde salaris voor vrouwen slechts 60 procent van dat van Russische mannen. In ruim tien jaar tijd hebben Russische vrouwen dus een flink deel van de achterstand ingelopen.

Het verschil in salaris verschilt per sector. In de gezondheidszorg is het verschil het kleinst: daar verdienen vrouwen 90,8 procent van het gemiddelde salaris van mannen, zo blijkt uit gegevens over 2015. In het algemeen is bij hoogopgeleiden het verschil kleiner dan onder arbeiders.

Correctie (15 januari 2018): In een eerdere versie van dit stuk stond: “dat van vrouwen lag 26 procent lager: 28.000 roebel (411 roebel)”. De laatste ‘roebel’ moet ‘euro’ zijn. Dat is hierboven aangepast.