Opinie

    • Petra Possel

Schaatsen

Veel Amsterdammers denken er stiekem weleens over na: de stad uit, weg van de drukte. Journalist en radiomaker Petra Possel (54) deed het. Na 30 jaar Amsterdam verhuisde ze naar een klein dorpje in Friesland. In NRC brengt ze regelmatig verslag uit.

In de Leeuwarder Courant stond laatst een interview met een oud-ijsmeester die zei dat de kans op een Elfstedentocht in de toekomst nul komma nul procent is.

Het voelde als een slag in het gezicht, een striemende, noordoostelijke ijswind die me in één streek neermaaide.

Nooit meer een Elfstedentocht.

Ik woon tussen de elf steden. Workum ligt op vijf kilometer, Hindeloopen op twaalf, Bolsward op elf.

Ik droom van de Elfstedentocht. Ik droom dat ik mijn huis openstel voor vrienden die gaan schaatsen of kijken naar het schaatsen. Ik zal dan de houtkachel opporren, matrassen in iedere kamer leggen, een grote pan erwtensoep naar grootmoeders recept koken. Zelf kan ik nauwelijks schaatsen, mijn ijskwaliteiten beperken zich tot het draaien van pirouetten op kunstschaatsen, maar ik zal de perfecte Elfsteden-gastvrouw zijn.

Ik hóór bij de Elfstedentocht. In mijn geboortejaar 1963 werd de zwaarste tocht der tochten geschaatst en daarna volgden nog drie van die glorieuze winters. Tijdens de laatste, die van 1997, was mijn dochter drie jaar en ging ze met een houten stoeltje het ijs van de Amsterdamse grachten op.

Iedereen hoort bij de Elfstedentocht, het is het sterkste vrijetijdsmerk van Nederland. En dat wordt ons nu afgepakt? Wat bezielt deze oud-ijsmeester tot zijn uitspraken? „In de veranderende economie, waarin we het steeds drukker krijgen met zaken die veraf staan van de natuur, en daardoor met jeugd die niet meer de liefde voor het natuurijs door ouders wordt bijgebracht omdat er nauwelijks winters met ijs zijn, wordt uiteindelijk de slagingskans van een Elfstedentocht bedreigd.”

Is het dus de schuld van het weer, van de winter die wegblijft?

Nee, zegt de oud-ijsmeester, het is de schuld van de regelgeving. De Elfstedentocht gaat ten onder aan gedonder tussen het Wetterskip Fryslân, de provincie, de gemeenten, de Friesche IJsbond, de IJswegencentrales, de Bond van IJsclubs gewest Fryslân KNSB, de ijsverenigingen en de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden. Meteen doemt het woord ‘rayonhoofden’ op en ik zie een sober lokaal met lange tafels waaraan steile, Friese mannetjes met strakke kaken en gebalde vuisten elkaar bijkans de kop inslaan.

De uitspraak van de oud-ijsmeester is een daad tegen de menselijkheid. Hij ontneemt ons boeren, burgers en buitenlui uit alle gewesten van Nederland de hoop op een gebeurtenis die ons samenbrengt.

Hij ontneemt mij de hoop op een gebeurtenis die alle scepsis van mijn Amsterdamse vrienden over mijn nieuwe plattelandsleven van tafel veegt.

    • Petra Possel