Niemand komt per ongeluk op de Zuidas terecht

Jonge advocaten Geldzucht, drugs en 80-urige werkweken: over de Amsterdamse Zuidas gaan wilde verhalen rond. Hoe gaat het er écht aan toe? Raak je in deze wereld echt ‘van het padje’, of valt het allemaal wel mee? Vijf jonge advocaten delen hun ervaringen.

Illustratie Robert Buizer en Yannick Mortier

De een stopt poeder in zijn neus, de ander gaat opeens radicaal aan yoga doen, of als unique selling point alleen nog dassen en sokken met Winnie de Poeh dragen. Deze en andere uitspraken over de de Amsterdamse Zuidasadvocatuur deed de 49-jarige oud-notaris Hubert-Jan van Boxel vorige week in een interview met NRC. Ze veroorzaakten zowel online als offline felle discussies. De een noemt Van Boxel een „nestbevuilende zeikerd” – hij was er toch zelf bij? – anderen vinden zijn verhalen herkenbaar.

Hoe kijkt de jongere generatie Zuidasadvocaten naar hun beroep? Herkennen zij het beeld dat Van Boxel, die partner was bij twee grote Zuidaskantoren, schetst van geldzucht en torenhoge werkdruk? Raken mensen in de wereld van de Zuidasadvocatuur echt „van het padje” of valt het allemaal wel mee?

Voor het beantwoorden van die vraag is voor dit artikel gesproken met vijf jonge advocaten die werken bij verschillende grote kantoren, of dat tot voor kort hebben gedaan. Om vrijuit te kunnen spreken, hun carrière niet te schaden of te voorkomen dat ze „voor eeuwig achtervolgd” worden door hun uitspraken op internet, willen zij niet met hun naam in de krant.

Lees hier het interview met oud-notaris Hubert-Jan van Boxel: ‘Mensen raken in deze wereld echt van het padje’

Dat sommige geïnterviewden alleen willen praten op voorwaarde dat hun werkgever niet vermeld wordt, wekt niet de indruk van een open cultuur. De lokale afdeling van de Jonge Balie, waarbij zo’n 3.200 beginnende Amsterdamse advocaten zijn aangesloten, houdt de deuren zelfs gesloten. Een bestuurslid mailt dat het „onmogelijk is een reactie te geven waarmee we het standpunt van al onze leden vertegenwoordigen”. De vereniging wil zelfs „in het geheel niet genoemd worden in het artikel”.

Een eerste conclusie uit de gesprekken met jonge advocaten: ja, er is druk. „Het is bekend dat als je bij een groot kantoor solliciteert je eerder langere werkdagen en meer werkdruk kunt verwachten, dan bij een klein of middelgroot kantoor”, zegt Toine van Spanje (29) vanuit zijn functie als bestuurslid van de Stichting Jonge Balie Nederland, de belangenvereniging van jonge advocaten. Maar hoe groot die druk is, zegt hij, verschilt per kantoor en per afdeling. „M&A [fusies en overnames, red.] is bijvoorbeeld berucht. Er zijn grote kantoren waar een Angelsaksische cultuur heerst: streng en formeel. Maar ook kantoren waar ze juist zeggen: jongens, het is niet de bedoeling dat jullie hier om elf uur ‘s avonds allemaal nog zitten.”

Het wordt niet minder: naarmate je er langer zit, moet je eigenlijk alleen maar harder werken

‘Hollen of stilstaan’

Het beeld dat het af en toe hard werken is op de Zuidas klopt wel, denkt een advocaat-stagiair bij Stibbe. „De werkdruk is met vlagen heel hoog, maar lang niet altijd. Drukke periodes zijn op de Zuidas misschien extremer dan in het bedrijfsleven of bij andere advocatenkantoren. Het is meer hollen of stilstaan.” De tijdsdruk is volgens hem kenmerkend voor de professionele zakelijke dienstverlening. „Op korte termijn advies kunnen aanleveren van hoge kwaliteit, dat is de kern van het businessmodel van de Zuidas. Of de druk hoog is, ligt ook aan het type cliënt dat je bedient: private-equityfondsen en banken verwachten dat je snel schakelt.”

Dat je als Zuidasadvocaat heel flexibel moet zijn, ervoer ook een 33-jarige advocate die acht jaar bij een kantoor werkte waar ze regelmatig internationale deals moest sluiten. „Er wordt van je verwacht dat je altijd kunt werken. Als er een zaak is, maak je daar tijd voor vrij. En het wordt niet minder: naarmate je er langer zit, moet je eigenlijk alleen maar harder werken.”

Hoewel ze positief terugblikt op haar tijd op de Zuidas, was het niet kunnen beschikken over de eigen agenda een belangrijke reden om over te stappen naar het bedrijfsleven. „In mijn nieuwe baan maak ik ook lange dagen, maar ik zit niet meer tot drie uur ’s nachts achter mijn laptop omdat er per se iets af moet.”

„De werkdruk is inderdaad heel hoog, maar dat weet je van tevoren”, zegt een vijfdejaars advocate die medewerker is bij een zogeheten ‘Magic Circle’-kantoor. Met stages kun je een goed beeld vormen: niemand komt „per ongeluk” op de Zuidas terecht. „Als je aangeeft dat het te veel is gaan wel alle alarmbellen af, is mijn ervaring. Dan kun je bijvoorbeeld bij een externe coach terecht.” Maar, zegt ze, dat betekent niet dat iedereen er goed mee omgaat. „Er is weleens iemand weggegaan die had aangegeven niet meer zo hard te willen werken, waarna er niets veranderde. Al zit dat misschien ook in de aard van het beestje – je ziet hier veel perfectionisten. De grote kantoren bieden een voedingsbodem aan dat soort types om zich helemaal over de kop werken.”

Lees meer over jonge advocaten: Zo kom je binnen bij een topkantoor

Hoewel de een er dus beter tegen kan dan de ander, en de cultuur nergens precies hetzelfde is, zijn er cijfers die bevestigen dat de werkdruk onder jonge advocaten toeneemt. De Stichting Jonge Balie Nederland (SJBN) en arbeidsongeschiktheidsverzekeraar Movir doen hier sinds 2012 onderzoek naar. Uit de enquête over het jaar 2016, ingevuld door 581 advocaten met maximaal zeven jaar werkervaring, bleek dat meer dan de helft geen goede werk-privébalans ervaart. De ontevredenheid neemt ieder jaar toe: in 2013 was nog 43 procent ongelukkig. Bijna een op de tien overweegt om deze reden ‘vaak’ uit het beroep te stappen.

Volgens de enquête zouden jonge advocaten onder meer gestresst raken door de druk die zij voelen om opdrachten binnen te halen. Of een beginnend advocaat acquisitie moet doen en of daar targets aan worden gekoppeld, verschilt per kantoor.

Een andere stressfactor is de opleiding. Die is bij grote kantoren intensiever geworden, zegt SJBN-bestuurslid Toine van Spanje. Veertien grote kantoren zijn in 2008 de Law Firm School gestart, omdat het reguliere onderwijs in hun ogen niet voldeed. Deze opleiding komt bovenop de verplichte beroepsopleiding van de Nederlandse Orde van Advocaten die eveneens zwaarder is geworden. „Omdat je gewoon aan het werk bent, kom je als jonge advocaat vaak pas ’s avonds of in het weekend aan je opleiding toe.”

Schrijven met de vork

Een fenomeen waar alle advocaten mee te maken hebben, is dat van declarabele uren: de tijd die je werkt en kunt doorberekenen aan de klant. „Het is een soort zwaard van Damocles boven je hoofd”, zegt een 28-jarige advocaat-stagiair bij een van de grootste Zuidaskantoren „Ik moet elke dag een urennorm halen. Dat brengt druk met zich mee, want je weet dat je erop wordt afgerekend.” Daar staat volgens hem tegenover dat jonge advocaten buitengewoon goed worden ondersteund. „Als ik bijvoorbeeld een groot document moet printen, dan doet mijn secretaresse dat. Daar is een reden voor, namelijk dat de uren niet de spuigaten uitlopen. Mijn uurtarief is 200 euro, het zou gewoon te veel geld kosten.”

Dat er weleens gesjoemeld zou worden met declarabele uren, ook wel ‘schrijven met de vork’ of ‘schrijven met de hark’ genoemd, zegt geen van de geïnterviewde advocaten ooit te hebben meegemaakt. „Ik was hierin altijd super netjes”, zegt een advocate van begin dertig die tot voor kort bij Freshfields Bruckhaus Deringer werkte. „Misschien dat het ooit gebeurde, maar ik weet dat het tegenwoordig absoluut niet meer kan. Grote kantoren staan ontzettend onder druk omdat hun fees zo hoog zijn. Bedrijfsjuristen, vaak voormalig advocaten, weten precies wat je kwijt zou moeten zijn aan een dossier. Het zou meteen afgestraft worden. Ze huren je in het vervolg dan gewoon niet meer in.”

‘Een steekje los’

Yoga, cocaïne, Winnie de Poeh-sokken – zien de jonge advocaten in hun werkomgeving sociaal afwijkend gedrag? „Het was wel een trend om veel te sporten”, zegt de advocate die overstapte naar het bedrijfsleven. Mensen gingen een Ironman [triatlon, red.] doen of heel fanatiek hardlopen. En misschien ben ik er naïef in, maar drugsgebruik op het werk heb ik in al die jaren nooit gezien.”

De vijfdejaars advocate: „Je zou onze partners een beetje gek kunnen noemen, in die zin dat het stuk voor stuk extreem slimme, gedreven mensen zijn. Als je op het allerhoogste niveau meedraait, moet er misschien ook een steekje loszitten. Er moet iets monomaans in je karakter zitten. Kijk naar topsporters met hun bijgeloof, of naar artiesten die altijd hun zonnebril ophouden.”

Niemand heeft mij ooit gedwongen een duur huis te kopen, zodat ik voor eeuwig op de Zuidas moet blijven werken

Er wordt vaak een eenzijdig beeld geschetst van de Zuidas, vinden de jonge advocaten. „Weken van zestig uur zijn inderdaad niet uitzonderlijk, maar de dynamiek van grote, internationale zaken waaraan je met een team werkt is ook heel gaaf”, aldus de advocaat van Stibbe. „Je zit niet alleen in die toren. En wat je ook nooit leest, is dat je als advocaat niet van negen uur ‘s ochtends tot zes uur ‘s avonds aaneengesloten achter je bureau hoeft te zitten. Als je overdag wilt sporten of een keer aan het eind van de middag naar een voorstelling wil, dan kan dat eigenlijk altijd. Het komt aan op communiceren en af en toe voor je zelf opkomen. Seniors vinden het prettig als je zelf nadenkt over de planning. Die hebben nog honderd andere dingen aan hun hoofd.”

‘Als je in de Champions League speelt, moet je ook zes keer per week twee keer per dag trainen. Wil je dat niet, ga dan een niveau omlaag.’ Het is een opmerking over de Zuidascultuur op televisie die de vijfdejaars advocate altijd is bijgebleven. „Zo is het inderdaad”, zegt ze. „Ik overweeg de laatste tijd om iets anders te gaan doen en dat kán ook gewoon. Niemand heeft mij ooit gedwongen een duur huis te kopen, zodat ik voor eeuwig op de Zuidas moet blijven werken. Niemand zit gevangen in het systeem.”

    • Anne-Martijn van der Kaaden