Opinie

    • Caroline de Gruyter

Kijk die Zweden nu eens!

Column Caroline de Gruyter

In Zweden is iets merkwaardigs aan de gang: op scholen, bij vakbonden, werkgeversorganisaties en ngo’s worden ineens Europacursussen gegeven. Ze discussiëren er over thema’s die voor hen belangrijk zijn, en wat ze daar in Europa mee kunnen en willen. Dit is, zeggen de Zweden, een regelrecht gevolg van Brexit.

Nederlanders denken soms dat zij van alle Europeanen het meest verweesd achterblijven als de Britten uit de EU vertrekken. Maar de Zweden voelen zich misschien wel meer verlaten. Nederland heeft de Britten bij de EU gehaald in 1973. Toen begon onze gelukkigste periode in de EU, waarin we enthousiast in nieuwe avonturen als de euro en Schengen sprongen. Maar wij waren één van de oprichters van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, in 1952. Lang vóór de Britse toetreding kenden wij de weg in Europa. Zweden kwam pas in 1995 bij de EU. De Britten zagen Zweden als liberale bondgenoot: vóór meer markt, vóór uitbreiding met nieuwe landen, tégen politieke verdieping. Britse ambtenaren maakten hun Zweedse collega’s wegwijs in de EU.

Nu komen diezelfde Britten waar ze destijds tegen opkeken – met de beste mensen in Brussel en de meest uitgekiende strategieën – naar Stockholm met pathetische smeekbedes voor ‘special deals’ achter de ruggen van anderen om. De Britten hebben geen planning, geen kostenraming en nul kennis van Europa. Alles is emotie en drama. In Stockholm begint men te beseffen dat zíj nu degenen zijn die de EU begrijpen, niet de Britten. En dat het roer om moet.

Net als Nederlanders, Denen of Ieren kunnen de Zweden Europa niet door een Britse bril blijven bezien.

Net als Nederlanders, Denen of Ieren kunnen de Zweden Europa niet door een Britse bril blijven bezien. Ze moeten in Brussel eigen keuzes maken, eigen accenten leggen. Als ze in Brussel gehoord willen worden, moeten ze coalities sluiten met landen waar ze vroeger – schuilend achter de brede Britse rug – weinig contact mee hadden. Zweden moet politiek meer in Europa investeren. Uit eurobarometers blijkt dat de steun van burgers voor de EU is gestegen, door Brexit en de verkiezing van Trump. Angst voor chaos, plus een besef dat je als landje alleen niets klaarspeelt, spelen daarbij mee.

Daarom begon de Zweedse minister voor EU-zaken, Ann Linde, vorige maand met ‘EU-handshakes’: overal in het land bespreekt ze Europa en vraagt ze wat burgers ermee willen en kunnen. Elke instelling die ze bezoekt, discussieert zelf verder en komt met een plan. Het klinkt klunzig en niemand weet wat het oplevert. Maar voor Zweden is dit revolutionair. Europa was lang taboe: alle politieke partijen waren diep verdeeld, dus iedereen zweeg liever. Er waren zelfs leraren die Europa niet onderwezen omdat ze ‘ertegen’ waren. „Nu is het alsof Zweden eindelijk lid wordt van de EU”, zegt Eva Sjögren, directeur van het Zweedse instituut voor Europastudies (SIEPS), dat laatst een rapport uitbracht over Brexit en de gevolgen voor Europa en Zweden. Nederlanders zouden dat moeten lezen. Er staat in hoe de stemverhoudingen in het Europees parlement veranderen, en toont de correlatie tussen de invloed van een land en het aantal gedetacheerde nationale ambtenaren bij de Europese Commissie. Het verkent nieuwe machtsverhoudingen tussen EU-landen. En het voorspelt dat regionale blokken – zoals het nordic blok waar Den Haag bij lijkt te zweren – belangrijker worden, als tegenwicht tegen Frankrijk en Duitsland.

Nederland staat meer in het Europese hart dan Zweden. Voor ons is het extra belangrijk om burgers te betrekken bij de ommezwaai die komt als de Britten afhaken. Veel Nederlanders weten het verschil tussen de Raad en de Commissie niet eens. Ook wij onderwijzen liever transatlantische relaties dan Europakunde. Dit is hét moment om daar, net als de Zweden, eens wat aan te doen. Nederlandse handshakes, iemand?

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.
    • Caroline de Gruyter