Is de overlast van halsbandparkieten echt zo erg?

Parkietenoverlast in Amsterdam

Halsbandparkieten: vangen en doden die groene indringers, want ze vormen een bedreiging voor onze ‘eigen’ vogels. Maar is dat echt zo?

Marten van Dijl / ANP

„Vliegende appels”: zo noemt stadsecoloog Martin Melchers de halsbandparkieten in de film Amsterdam Wildlife. Hij is enthousiast over deze exotische vogels met hun felgroene veren. Maar in december vorig jaar luidden wetenschappers in het Europese tijdschrift Biological Invasions de alarmbel over de „allerergste invasieve exoten”. Deze uitheemse dieren en planten ontwrichten in hun nieuwe omgeving de avifauna, is de gedachte. Het bericht heeft bij voor- en tegenstanders van de parkieten veel losgemaakt.

Er zijn zo’n 4.000 halsbandparkieten in Amsterdam. Foto Getty Images

Slecht nieuws dus voor de halsbandparkieten, die op de lijst op nummer 67 van de 86 staan. „Dit is voor mij de reden om er bij gemeenten en de overheid op aan te dringen de aantallen ernstig te decimeren”, zegt Wilfred Reinhold, oprichter van platform Stop Invasieve Exoten. „Sinds een halve eeuw zijn ze hier en we hebben er niets aan gedaan. Ze zwermen via Amsterdam en Den Haag uit over heel Nederland en vormen een bedreiging voor onze inheemse soorten, zoals boomklever en vleermuis. Het schelle gekrijs is voor veel mensen een bron van geluidsoverlast, bovendien zijn ze vaak een strop voor fruittelers.” In Amsterdam leven zo’n 4.000 parkieten; in heel Nederland 10.000.

Liefhebber en beschermer van de vogel, bioloog Roelant Jonker van het Leidse City Parrots, noemt deze angst voor exoten „natuurpurisme”: de natuur verandert nu eenmaal altijd. Reinhold daarentegen zou de vogels op hun slaapplekken, waar ze met duizenden tegelijk overnachten, met netten willen vangen en doden. Handel is geen optie: er zijn er al te veel. Anders is chemische sterilisatie een mogelijkheid. De verwilderde volièrevogels komen oorspronkelijk uit Midden-Afrika en India en zijn door toedoen van de mens hier terechtgekomen. Reinhold: „Dat de soort zich explosief uitbreidt heeft ermee te maken dat mensen ze in de winter bijvoeren met allerlei lekkers, anders zouden ze hier niet overleven.”

Schade

Halsbandparkieten beginnen in januari te broeden in nestholten, vaak oude spechtennesten. Daarvan maken ook boomklevers gebruik, maar die vinden later in het voorjaar hun nestgelegenheid dan al ingepikt. „Ik ben ervan overtuigd dat zonder halsbandparkieten de populatie boomklevers veel groter zou zijn”, aldus Reinhold. Niet alleen de parkiet, ook de Amerikaanse rivierkreeft, de Japanse duizendknoop en de muskusrat staan op de lijst. „Invasieve exoten horen hier niet thuis”, stelt Reinhold. „In biologisch en sociaal-economisch opzicht veroorzaken ze veel schade.”

Jonker acht het echter „onbewezen” dat halsbandparkieten inheemse soorten verjagen. „In confrontaties tussen specht en parkiet wint de specht het altijd, die heeft een harpoen van een snavel. Bovendien hakt een specht voldoende nesten.” In de Haarlemmerhout ontdekte de bioloog dat boomklevers diep in het bos zitten en de kolonies parkieten aan de rand. Bovendien weet hij zich gesteund door de officiële tellingen van Sovon Vogelonderzoek: zowel boomklever als specht nemen in aantal juist toe. De populatie parkieten is al lange tijd stabiel. Jonker deed onderzoek naar de exotische vogels in hun thuislanden: „Daar leven ze ook samen met spechten en boomklevers. Dat gaat prima.” Kees de Pater van Vogelbescherming Nederland prijst het systematische onderzoek, maar in de parkiet ziet hij geen gevaar. „Als je het hebt over een échte bedreiging is dat de vaak verwilderde huiskat die nodeloos veel vogels vangt.” De Pater heeft een elegante oplossing: „Bied boomklevers nesten van betonhout aan; die kan de halsband niet ‘kraken’.”

De Amsterdamse stadsecoloog Remco Daalder noemt de halsbandparkiet „een relatief onschuldige soort”. Volgens Martin Melchers is het allemaal begonnen met de mens zelf: „Wij zijn gaan slepen met allerlei dieren en planten. Je mag dieren niet de schuld geven van menselijk gedrag en ze terugsturen naar waar ze horen. Voor mij zijn de parkieten een verrijking van de avifauna.”