‘Ik geniet van de rust van de lege zalen’

Nachtwerkers, een fotorubriek van Lars van den Brink Wie werken er ‘s nachts? Hans-Martijn Groeneveld-Nijsen wisselt de kunst in het Van Gogh. „Het voelt echt als cadeautjes uitpakken.”

Foto Lars van den Brink

De brug van Langlois, Het Gele Huis, Zonnebloemen. Hans-Martijn Groeneveld-Nijsen (32) en de vier andere art handlers van het Van Gogh Museum in Amsterdam stoffen alle meesterwerken wekelijks af. „We zijn een drukbezocht museum. En mensen brengen huidschilfers mee.”

Veel van zijn uren zitten in het wisselen van de werken. Groeneveld-Nijsen: „Tekeningen gaan bijvoorbeeld naar maximaal drie maanden weer een tijd in het depot. Anders vergeelt het papier of vervaagt de inkt. Zo verleng je de levensduur.”

Januari is een drukke maand. Veel musea veranderen hun tentoonstellingen en ruilen objecten uit. Groeneveld-Nijsen en zijn collega’s begeleiden de kostbare Van Goghs. Soms ook internationaal. „Zo’n reisje naar New York of Tokio is leuk, maar ook zenuwslopend. Je moet constant de belangen van het kunstwerk behartigen.”

Al dat stoffen, poetsen en wisselen gebeurt ’s avonds, ’s nachts en ’s ochtends vroeg. Overdag zijn er bezoekers, 365 dagen per jaar. Groeneveld-Nijsen: „Ik heb geen vast ritme. Dat is weleens zwaar.”

Maar hij geniet enorm van de „rust en sereniteit” van de lege zalen. „Een tijdje geleden kregen we de schilderijen binnen van Zeng Fanzhi, een Chinese kunstenaar die zich laat inspireren door Van Gogh. Voor mij voelt dat echt als cadeautjes uitpakken.”