‘Hij is mijn held. Zonder hem kon ik dit nooit doen’

Spitsuur Terry Maipauw (53) helpt vluchtelingen. Haar partner Rodger Sperwer (54) springt bij. „Ik belde haar soms bij de opvang: zal ik je bed even brengen?”

Foto David Galjaard

Terry: „Mijn wekker gaat om half zes. Maar ik ga er niet uit hoor! Ik gebruik de tijd om door mijn e-mail heen te gaan en berichten te beantwoorden in de Facebook-groep ‘Wat is er nodig voor vluchtelingen in Amsterdam.’ De groep heeft tienduizend volgers, ik ben een van de beheerders. Ik probeer alles wat ik nodig heb voor vluchtelingen uit die groep te halen: tassen, jassen, bedden.”

Rodger: „Ik kijk er met verbazing naar. Als ik wakker word, heeft ze die telefoon al in haar hand en als ik naar mijn werk ga ligt ze nog steeds te scrollen.”

Terry: „Hij heeft zelfs geen Facebook.”

Rodger: „Interesseert me niet zo.”

Terry: „Ik raakte mijn baan als hulpverlener kwijt. Toen ben ik een bureautje begonnen als coach en trainer, maar het was crisis dus dat liep niet. Op Facebook zag ik al die berichten voorbijkomen over vluchtelingen uit Syrië. Toen ben ik de noodopvang aan de Havenstraat in Amsterdam binnengelopen, die was alleen voor mannen. Ze kwamen binnen met de meest verschrikkelijke verhalen. Sommigen dreigden met zelfmoord. Ik ben onder anderen de vrijwilligers gaan coachen. Mijn stichting is vandaaruit ontstaan.”

Rodger: „Ik belde soms: kom je nog thuis? Zal ik je bed even brengen?”

Terry: „Ik zag gewoon: ik moet dit doen.”

Elektrische bakfiets

Rodger: „Ik werk van negen tot vijf. Rond acht uur loop ik naar de metro. In de zomer fiets ik. Dat zou ik het hele jaar moeten doen, maar ik ben te lui. Met de metro kom je droog aan en heb je ook nog de krant gelezen.”

Terry: „Mijn dagen zijn heel verschillend. De ene dag kom ik om zeven uur thuis en de andere dag om elf uur. Ik help mensen verhuizen, breng spullen rond of geef trainingen over ‘het systeem’ in Nederland. In Eritrea wacht je bijvoorbeeld even tot de regen voorbij is als je een afspraak hebt. Als je hier om negen uur een afspraak hebt zorg je dat je er om tien voor negen bent. Je belt pas af als je bijna doodgaat en dan liefst nog een dag van tevoren. Dat vinden ze wel grappig.”

Rodger: „Ze fietst de hele stad rond op haar elektrische bakfiets. Als er wat te sjouwen valt, help ik mee. Vorige week hebben we nog de hele opslag leeggehaald en verhuisd.”

Terry: „Hij is echt mijn held. Zonder hem had ik dit niet kunnen doen. Hij heeft nooit geklaagd terwijl ik vanaf dag één lange dagen heb gemaakt. Financieel is het ook nog onzeker. De afgelopen twee jaar kregen we subsidie van de gemeente, maar die stopt in februari. Ik hoop dat filantropen daarna willen bijspringen.”

Kindertehuis

Rodger: „In 2012, tijdens de crisis, raakte ik mijn baan als archeoloog kwijt. Een jaar lang heb ik gesolliciteerd. Eerst als archeoloog, maar nu werk ik bij een uitgever op de klantenservice. Het is fijn om de rekeningen te kunnen betalen en om tijd te hebben om muziek te maken.”

Terry: „Ik denk dat ik een geboren hulpverlener ben. Ik heb een groot deel van mijn jeugd doorgebracht in kindertehuizen, pleeggezinnen en op straat. Ik weet wat het is om kou te lijden, honger te hebben, om iemand te missen. Ik was twaalf toen ik in mijn eerste tehuis kwam.”

Rodger: „Toen kwam ik haar tegen in een discotheek in Scheveningen.”

Terry: „Twee jaar hebben we heel intensief verkering gehad. Daarna zijn we elkaar uit het oog verloren. Ik was dertien, jij was veertien, we waren nog te jong voor een relatie. We kwamen uit hele andere werelden. Ik was natuurlijk geen schattig meisje.”

Rodger: „Nog steeds niet, haha.”

Terry: „Het leuke is: tien jaar later kwamen we elkaar weer tegen op de reünie van die discotheek. Het was gelijk alsof het nooit anders was geweest. Het stond in de sterren dat we elkaar weer zouden ontmoeten.”

Gitaar

Terry: „We hebben lang in Leerdam gewoond. Onze zoon woonde tot voor kort in ons oude huis, nu willen we het verkopen. In de weekenden gaan we vaak terug. Mijn dochter komt dan ook met haar gezin. Zeven kleinkinderen hebben we in totaal.”

Rodger: „Op vrijdag laten we de honden uit op het dijkje, dat is leuk. Doordeweeks zijn we in Amsterdam. Als we samen thuis zijn kijken we tv of luisteren we naar muziek.”

Terry: „De gitaren zijn van Rodger. Ik speel niks, hij is de muzikant.”

Rodger: „Zij zit sinds kort weer op zangles. Ze heeft een mooie stem.”

Terry: „Vroeger was het een beetje funk en een beetje rock en nu wil ik heel graag jazz leren zingen.”

Rodger: „Sinds zij weer is gaan zingen kan ik haar ook begeleiden.”

Terry: „Als hij meespeelt kan ik me een nummer echt eigen maken.”

Rodger: „Tot voor kort trad ik vier keer per maand op, maar mijn bluesband viel uit elkaar. Ik ben nu weer toe aan iets nieuws. Juke joint swing, zoals Wayne Hancock speelt, bijvoorbeeld. Als ik een band vind die zoiets speelt, zou ik zo weer instappen.”

Trump

Rodger: „Het was de afgelopen twee jaar best moeilijk om een tijdstip te vinden om samen te eten.”

Terry: „Ik was iedere avond op pad voor mijn stichting. De laatste tijd probeer ik rond dezelfde tijd als Rodger thuis te komen, om half zeven. Iedere donderdag eet ik nog wel met groepen statushouders: Eritreeërs, Tibetanen, Syriërs. Wat ik jammer vind is dat we op de een of andere manier toch niet genoeg Nederlanders bereiken die willen aanschuiven. Het kost tien euro, vijf voor jezelf en vijf voor de statushouder. Maar als ik vijfhonderd mensen uitnodig via Facebook, komen er tien.”

Rodger: „We zijn heel verschillende types. Ik zoek de mensen niet zo graag op, zoals zij dat doet. Daar krijgt zij nu de gelegenheid voor, terwijl ik wat meer op mezelf kan zijn. Wat dat betreft botst het helemaal niet. ’s Avonds kijk ik vaak nog even naar CNN, om te horen of Trump nog gekke dingen heeft gedaan.”

Terry: „De laatste tijd is dat toch wel het gesprek van de avond.”

Rodger: „Soms kijk ik tot één uur.”

Terry: „Dan ben ik weg. Als ik om drie uur naar bed ga, word ik net zo goed om zes uur wakker.”